Lichtstad als altijd geopende galerie

Fabrieken van Philips domineren het centrum van Eindhoven.

De industrie trekt er weg. Kunstenaars vestigen hun atelier in de fabriekspanden.

„Als Eindhoven je iets leert”, zegt Kamiel Vorwerk (24), net afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven, „dan is het wel dat lelijkheid ook mooi kan zijn.” Volgens Vorwerk, gespecialiseerd in de inrichting van publieke ruimte, is de Lichtstad een constante inspiratiebron voor kunstenaars. Hij leidt nrc.next door het Eindhoven van de artistieke student.

De mooiste plek van Eindhoven is volgens Vorwerk de Berenkuil. Net buiten het centrum is een kruispunt van fietspaden, omcirkeld door een drukke, twee meter hoger gelegen rotonde op de snelweg. Vier tunnels onder de autowegen leiden fietsers naar het hart van de Berenkuil. De tunnels en de wanden van de kuil zijn volledig bespoten met graffiti. „De gemeente gedoogt het spuiten van graffiti op deze plek. Kunstenaars kunnen hier volledig hun gang gaan. De Berenkuil is als een galerie die altijd open is. We geven er regelmatig studentenfeestjes.”

Het centrum van Eindhoven wordt gedomineerd door de fabriekspanden van Philips. De Design Academy is gevestigd in De Witte Dame, een voormalig fabrieksgebouw, blank van kleur, in de strakke stijl van de Nieuwe Zakelijkheid. De Witte Dame kent geen afgesloten klaslokalen, maar bestaat grotendeels uit open ruimtes. „Iedereen moet kunnen meekijken met andere lessen.” zegt Vorwerk. „Natuurlijk is de ene docent wat beter in staat op deze open manier les te geven dan een ander. Het is niet makkelijk als er zich constant mensen aansluiten bij een college en weer weggaan. Maar op de Design Academy is didactiek ook niet het belangrijkste. De docenten zijn gerenommeerde ontwerpers uit heel Europa die maar een dag in de week naar Eindhoven komen om over hun werk te praten. De vakken die ze geven hebben wel een naam, maar wij duiden ze altijd aan bij de naam van de ontwerper zelf, bijvoorbeeld Derks of Delbroek.”

Volgens Vorwerk is Eindhoven door de Design Academy geen stad geworden die zich onderscheidt door toonaangevende winkels op het gebied van meubels of kunst. „Het echt belangrijke werk wordt verkocht in Parijs, Tokio, New York of Milaan. Maar wat in Eindhoven en de omringende regio wel beschikbaar is, zijn de materialen voor kunstenaars. Wij kunnen natuurlijk heel veel met oude voorwerpen uit de Philips-fabrieken.”

Veel contact met de techneuten van de TU Eindhoven hebben de studenten van de Design Academy niet. „Wij organiseren ons ook niet in verenigingen, zoals de studenten van de TU. Eerlijk toegegeven, de Design Academy heeft zo’n status, dat er veel arrogante studenten rondlopen.”

In de oude personeelswinkel van Philips, een laag fabrieksgebouw recht tegenover het voetbalstadion van PSV, is het Temporary Art Centre (TAC) gevestigd. Dit is een ruimte waar kunstenaars, veelal studenten van de Design Academy, een van de tachtig ateliers huren om intensief met andere kunstenaars te kunnen samenwerken. Er werken ruim negentig kunstschilders, schrijvers, grafische vormgevers, modeontwerpers, muzikanten of webdesigners. „Hier kun je lekker rommelen”, zegt Vorwerk, „en daar houden kunstenaars van.”

TAC maakt, zo voor het begin van het studiejaar, niet de indruk een constante instuif van kunstenaars te zijn. Alle deuren zijn nog hermetisch afgesloten. De barkrukken staan op hun kop op de bar en de gigantisch grote expositieruimten zijn leeg. Ergens klinkt het geluid van getimmer. „Iedereen is de stad uit” zegt Vorwerk. „Veel vakantie hebben we niet, hoor. Studenten aan de Design Academy moeten keihard werken en zijn alleen maar met hun projecten bezig. Door het jaar wordt er nachtenlang doorgewerkt in TAC of andere studentenateliers. Veel van mijn vrienden zitten in kraakpanden. Eindhoven gedoogt kunstenaars in leegstaande woningen meestal. De stad maakt gewoon heel veel mogelijk voor kunstenaars.”