Iran: tijdnood of het einde der tijden

Vandaag reageert Iran op het westerse pakket concessies in ruil voor opschorting van de verrijking van uranium. Er is een theorie dat Teheran de wereld opblaast.

Bestaat Israël vanavond nog? Of Amerika? De wereld?

Waarom hebben de Iraanse leiders de dag van vandaag uitgekozen voor hun antwoord op het westerse pakket aanmoedigingsmaatregelen in ruil voor opschorting van hun uraniumverrijkingsprogramma? Omdat het de 27ste dag is van de islamitische maand Rajab, lailat al-miraj of shab-e-miraj. Precies 807 jaar geleden lichtte de nacht op toen de profeet Mohammed volgens de overlevering op zijn gevleugelde paard Buraq van Mekka via de Aqsamoskee in Jeruzalem naar de zeven hemelen reed, en weer terug.

Volgens een theorie uit Amerikaanse neoconservatieve hoek die de afgelopen weken op internet de ronde deed, wil de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad vandaag óók de hemel boven Jeruzalem doen oplichten, met een nucleaire aanval op Israël die een wereldwijde kettingreactie kan uitlokken. Heeft Ahmadinejad niet herhaaldelijk geroepen dat Israël van de kaart zou moeten worden geveegd? Gaat hij niet steeds de confrontatie met het Westen aan? Heeft hij zijn aanhangers niet herhaaldelijk voorbereid op de terugkeer van de verborgen imam – messias – en het einde der tijden?

Zelfs de gezaghebbende Amerikaanse Midden-Oostenexpert Bernard Lewis toonde zich eerder deze maand in een artikel op de opiniepagina van de conservatieve Wall Street Journal gecharmeerd van deze theorie. Het is verre van zeker dat Ahmadinejad precies voor 22 augustus een dergelijke apocalyptische aanval op het programma heeft gezet, schrijft Lewis, „maar het zou verstandig zijn met de mogelijkheid rekening te houden.”

Voor het geval de wereld vanavond nog bestaat: volgens de Iraanse leiders was er gewoon veel tijd nodig om te studeren op het westerse pakket – dat voor zover bekend onder andere lichtwaterreactoren en vliegtuigonderdelen omvat – dat eind juni werd aangeboden. Dat was naar hun zeggen nogal dubbelzinnig. Plaatselijke waarnemers zien het nog anders: volgens hen liepen de Iraanse meningen uiteen over het antwoord en hoe dit moest worden geformuleerd en was daarvoor tijd nodig. Tot het einde van de Iraanse maand Mordad, wat ook overeenkomt met 22 augustus.

Teheran heeft aangekondigd dat zijn vanmiddag verwachte antwoord niet simpel ja of nee maar „multidimensionaal” zou zijn. De rode draad daarbij is stelselmatig deze geweest: Iran heeft conform het nucleaire non-proliferatieverdrag recht op zijn héle nucleaire programma en er is geen sprake van dat het verrijkingsprogramma wordt opgeschort. Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei zei het gisteren nog: „Iran zal zijn pad voortzetten met geduld en kracht, en daarvan de zoete vruchten proeven.”

Afgezien hiervan kan wat Teheran betreft over alles worden onderhandeld; in het bijzonder over waarborgen dat er niet in het geheim kernwapens worden ontwikkeld, waarvan het Westen Iran verdenkt.

[Vervolg IRAN: pagina 5]

IRAN

Dit Iran is voor de VS een gevaar voor de wereld

[Vervolg van pagina 1] De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Manouchehr Mottaki, verwoordde vorige week nog de toegeeflijkste positie toen hij zei dat ook over opschorting van het verrijkingsprogramma kan worden onderhandeld. Iran ziet daarin „geen enkele logica”, waarschuwde hij in één adem, „maar het is bereid zijn standpunt over dit onderwerp aan de andere partij uit te leggen”.

Die andere partij is niet van plan zich door dit soort manoeuvres te laten vermurwen, zo heeft zij eind vorige maand vastgelegd in resolutie 1696 van de VN-Veiligheidsraad (die kan worden gezien als de stok bij de wortel van het aanmoedigingspakket). Deze resolutie voorziet in de mogelijkheid van economische en/of diplomatieke sancties als Iran niet op 31 augustus de verrijking van uranium heeft opgeschort.

Het ‘niet-ja-of-nee’ antwoord en de uitspraak van Mottaki zijn waarschijnlijk vooral gericht op Rusland en China, de zwakke plekken in het antiverrijkingsbastion. Deze twee permanente leden van de Veiligheidsraad en handelspartners van Iran zijn in het algemeen niet enthousiast over het idee van sancties, en hebben de afgelopen maanden voortdurend op de rem gestaan. Het Westen had bijvoorbeeld al in resolutie 1696 strafmaatregelen willen aankondigen. Maar Russisch en Chinees verzet bewerkstelligde een tussenstap: als Iran niet toegeeft, moet eerst weer worden gepraat over sancties. Tegelijk hebben beide landen hun ongeduld laten blijken over de Iraanse opstelling. Zij staan immers ook onder zware westerse, met name Amerikaanse druk, om eindelijk eens volledig mee te werken.

De Amerikaanse president George Bush onderstreepte gisteren nog eens dat er „consequenties” moeten zijn voor Iran als dat blijft weigeren zijn verrijkingsprogramma op te schorten. De voorlopig beëindigde oorlog tussen Israël en de onder andere door Iran gesteunde Libanese fundamentalistisch-shi’itische organisatie Hezbollah heeft het Witte Huis alleen maar gesterkt in zijn wantrouwen jegens Iran. Het Iraanse leiderschap is opgetogen over de propagandazege die Hezbollah heeft geboekt door het Israëlische leger te weerstaan. Maar Amerika ziet daarin des te meer reden Iran in te tomen. Dit Iran, met deze president, is voor Washington een bedreiging voor de wereldvrede.