Ik besloot te doen alsof ik dood was. Dat hielp

De Amsterdamse zender AT5 belde. Of ik een cultuurprogramma wilde presenteren. Nu beschouw ik mezelf als iemand met teveel mimiek in haar gezicht (zie foto), en dat schijnt niet handig te zijn op tv. Maar de ijdelheid wint altijd, dus ik antwoordde gladjes, zoals het een tv-mens betaamt: „Ja, nou, ik heb niet veel tv-ervaring, namelijk nul, maar leuk, ja, wat moet ik aan, zeker niks met streepjes, hè?” Dat je op tv geen streepjes aan moet, is namelijk het enige wat ik van presenteren weet.

De screentest (schrijf ik, alsof ik elke dag vroeg op moet voor screentests en readings en headshots) vond plaats op De Parade. Voor de holenmensen die dat niet weten: De Parade is een hip, kunstig festival, met allemaal mal aangeklede, leuke dertigers. Tussen die zelfbewuste karavaan zou ik getest worden op tv-talent. Wat niet hielp, was dat ik er achtergekomen was wie mijn rivalen waren. Ik noem geen namen, maar zij zaten diep in de tv-wereld.

Ik kreeg een reusachtige microfoon, waarmee ik een schrijver moest interviewen. Als er iets onverwachts gebeurde, zei de redactrice, dan moest ik er ‘iets leuks mee doen’. Iets leuk doen leek me niet binnen mijn kunnen te liggen, maar ik knikte. Zodra we begonnen, liep er een glazenhaler voor de camera langs, waarop ik de volgende leuke opmerking improviseerde: „Hé. Een glazenhaler.”

Daarna vroeg de redactrice: „Kun je praten en lopen tegelijk?” Ik legde haar uit dat dat in het dagelijks leven al een uitdaging voor me was. We gingen het toch proberen. Ik zou, al lopende, een Parade-bezoeker aan zijn taas trekken en spontane vragen stellen.

„Ik denk steeds dat ik iemand van mijn oude middelbare school tegenkom, en dat ik ga omvallen”, zei ik tegen de redactrice. „Het is toch stoer dat je hier met die microfoon staat”, zei ze bemoedigend, „en als je omvalt, is het leuk! Dat is iets extra’s!”

Ik besloot te doen alsof de wereld niet bestond, en ik dood was. Dat hielp. Ik liet me niet uit het veld slaan toen de producent riep dat ik „mijn schoudertjes wat mocht laten zakken”. En ook niet toen een dertiger „NEE”, brulde toen ik spontane vraagjes op hem afvuurde. En ook niet toen de redactrice vanmorgen belde om te zeggen dat ik het niet was geworden. Mijn schoudertjes zakten. Een paar meter.