Het eilandgevoel in elke jongere

Jongeren uit Nederland en Groot-Brittanië maken samen een voorstelling. Ondanks de globalisering blijken de verschillen tussen hen groter dan de overeenkomsten.

„Waarschijnlijk wist u niet dat de mensen in Newcastle pas leren praten als ze zeven zijn”, zegt een van de jonge acteurs in de voorstelling On Top of the Town. Tom heet hij, een Nederlander. Zijn tegenspeelster Jamie is afkomstig uit Newcastle in Groot-Brittannië. Een van haar treffende observaties over Nederland luidt: „In Holland the most popular pet is a husky.”

In de theaterzaal van de Machinefabriek in Groningen, de thuishaven van het Noord Nederlands Toneel, komen zestien acteurs samen van gemiddeld achttien jaar, sommige zijn net vijftien. Jongeren die nog volop in opleiding zijn. Een jaar lang werkten ze aan de voorstelling On Top of the Town, die morgen op de dak van de Naber-parkeergarage in première gaat tijdens het Noorderzon Festival. De spelers uit Newcastle zijn verbonden aan Northern Stage, het belangrijkste gezelschap van Noord-Oost Engeland. Volgende week vertrekt de Nederlands-Britse groep naar Newcastle om met deze voorstelling het nieuwe theatergebouw van Northern Stage in te wijden.

Floris van Delft is verantwoordelijk voor de Nederlandse spelers en Annie Rigby is verbonden aan Northern Stage. De rijke uitwisseling van ideeën, invallen, dramatische lijnen en visies van de Engelsen over Groningen, en van de Nederlanders over Newcastle, vindt in de laatste repetitiedagen vaste vorm. De scènes hebben titels als Where do you live?, Dutch Parrots en Leugens.

Annie Rigby ging uit van het idee dat door globalisering de wereld voor jongeren kleiner en bekender zou worden. Ze kwam bedrogen uit. Rigby: „Nadat de spelers auditie hadden gedaan en waren aangenomen, heb ik ze tijdens de eerste bijeenkomst gevraagd een kaart van Europa te tekenen. Dat was onthutsend. De jonge Engelsen hebben geen idee waar bijvoorbeeld Nederland ligt. Spanje en Portugal kunnen ze niet plaatsen.” Rigby zegt het zelf: „De Britten zijn echte eilandbewoners.” Ze lacht er stralend bij.

Als regisseur is het voor haar van betekenis de Nederlandse speelstijl te leren kennen. De Nederlanders zoeken doorgaans een psychologische invalshoek voor hun rol. „Maar,” voegt ze eraan toe, „mijn groep is more streetwise.” Haar observatie valt samen met wat kenners van het Verenigd Koninkrijk ook vaststellen: de globalisering heeft niet per se tot gevolg dat het Britse ‘eilandgevoel’ tot het verleden behoort.

Nadrukkelijk laat Floris van Delft weten dat On Top of the Town een internationaal onderzoeksproject is. „We zijn begonnen met vragen, als ‘Wie zijn jullie, wie zijn wij, wat hebben we elkaar te vertellen?’ Steeds meer kwamen we erachter dat onze geschiedenis een gedeelde is. Tussen de spelersgroepen zijn er echter duidelijke verschillen. De Engelsen waren er meteen voor in om alle spelopdrachten, hoe fantasierijk of grillig ook, snel uit te voeren. Aanvankelijk zijn de Nederlanders afwachtender, beredeneerder.”

Groningen en Newcastle zijn twin-cities. Beide noordelijke steden hebben een industrieel verleden en liggen in het noorden van het land. Zowel het Noord Nederlands Toneel als Northern Stage hebben de verantwoordelijkheid om repertoiretoneel en nieuwe stukken te brengen. Bij de voorbereidingen liet Annie Rigby zich leiden door het boek Onzichtbare steden van Italo Calvino. Rigby: „De spelers zijn geworteld in een stadscultuur. Dat merk je aan de improvisaties. De stad bepaalt hun leven. Meteen na aankomst in Groningen doorkruisten de spelers de stad. Een van hen, Mark, kwam daarbij tot de volgende conclusie: ‘If you don’t speak Dutch in Holland, they torture you.’ Deze ontdekkingsreis door een nieuwe stad vormt de kern van de voorstelling. Hoe ga je een stad begrijpen? Moet je mensen aanspreken of een gereserveerde, Britse observator blijven?”

Van Delft laat zijn spelers improviseren rond het idee van een ‘ideale stad’. Dit leidt tot poëtische beschrijvingen over een stad waar het altijd vrede is, en waar geen geld bestaat. De Engelsen blijken meer geïnteresseerd in de structuur en de architectuur van een stad dan de Nederlanders, die hun aandacht richten op de mensen. Een belangrijke vraag voor de Engelse acteur is: „Hoe kun je verveling voorkomen in een stad van niet meer dan dertig inwoners?”

Voor Annie Rigby is globalisering slechts schijn: „Al maken we gebruik van internet en e-mail, spreken we allemaal Engels en liggen Groningen en Newcastle niet zo verschrikkelijk ver van elkaar, we ontdekten tijdens de improvisaties en repetities steeds meer verschillen. Dat gaf weleens wanhopige momenten. Aan het slot van de voorstelling gebeurt er dan ook iets wat we aanvankelijk helemaal niet bedoelden, maar dat toch in On Top of the Town is geslopen: de beide spelersgroepen eindigen in allesbehalve harmonie en vrede, ze gaan elkaar zelfs te lijf.”

On Top of the Town door Noord Nederlands Toneel en Northern Stage. 23 t/m 25/ 8 Naberpassage, Noorderzon Festival, Groningen. Inl.: www.noorderzon.nl; 0633-014077