Grote mogendheden moeten wereldorde redden

Er bestaat geen twijfel over dat de 21ste eeuw niet het tijdperk van een democratische wereld zal worden zoals politici en deskundigen tot voor kort dachten. De gebeurtenissen in Libanon laten opnieuw zien dat geen sprake is van een stabiele wereldorde.

De wereldorde die als resultaat van de Tweede Wereldoorlog gevormd was, is grotendeels uiteengevallen, en dit proces gaat steeds sneller door.

Dat blijkt onder meer uit de volgende drie ontwikkelingen:

De grondbeginselen van het functioneren van de Verenigde Naties zijn onherkenbaar veranderd.

De landen van de wereldperiferie hebben in wezen de volledige controle over belangrijke instituten van de VN gekregen. Na het einde van de Koude Oorlog is het duidelijk geworden dat de Verenigde Naties niet in staat zijn te functioneren, zelfs als er geen meningsverschillen zijn tussen de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad. De oorzaak is simpel: de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad zijn goed voor 47 procent van het mondiale bnp (bruto nationaal product), terwijl de 100 armste VN-leden samen slechts een schijntje van het wereld bnp produceren. In deze omstandigheden verliezen de door de meerderheid van de VN genomen besluiten hun zin.

De doctrine van nationale soevereiniteit, die in de loop van de laatste eeuwen als hoeksteen diende van het hele systeem van internationale betrekkingen, wordt aan een radicale herziening onderworpen. Daar zijn verschillende redenen voor. Van de ene kant wordt een steeds grotere rol gespeeld door internationale organisaties die voor integratie zorgen, vooral door de Europese Unie. En hoewel het te vroeg is over het ontstaan van een nieuwe soevereiniteitstheorie te spreken, ontwikkelen zich in Europa onstuimige processen die nieuwe politieke vormen zullen voortbrengen in plaats van de huidige traditioneel opgevatte soevereiniteit.De traditionele ideeën over de internationale politiek moeten opnieuw overwogen worden in verband met de groei van het aantal ‘onbekwame’ landen. Deze landen bevinden zich vooral in Afrika en Azië. Het feit dat deze landen niet in staat zich stabiel te ontwikkelen heeft golven van massale migratie tot gevolg. Honger, gevaarlijke epidemieën en geweld heersen er onophoudelijk en overschrijden niet zelden de grenzen van deze landen.De systematische schending van de mensenrechten is er aan de orde van de dag. In ongeveer 30 landen (van iets meer dan 200 die in de moderne wereld bestaan) wordt de zelfs het rampzalige lage levenspeil van de bevolking niet gegarandeerd.De allerarmste landen zijn de laatste jaren het epicentrum van de demografische explosie geworden. Tegen 2025 zal de bevolking van de minst ontwikkelde Afrikaanse landen verdrievoudigen en 1,58 miljard bereiken. Deze bevolkingsgroei heeft niet plaats als gevolg van de toename van de levensverwachting, maar juist in weerwil van de vermindering daarvan. Vandaag de dag zijn er tussen de 25 landen met de meest jonge bevolking 23 Afrikaanse en twee van de meest onderontwikkelde landen van het Midden-Oosten: Jemen en de Palestijnse Autonomie. De gemiddelde leeftijd van de bevolking in deze landen is 18 jaar, terwijl in de meeste ontwikkelde landen de gemiddelde leeftijd 34 tot 40 jaar is.De problemen worden nog verergerd door de dreiging van het terrorisme. Rekening houdend met het feit dat de terroristische activiteiten de organisatoren en de uitvoerders van grote inkomsten voorzien, kan er geen twijfel over bestaan dat de territoria die buiten controle van geciviliseerde overheden vallen, een bron zullen worden (of al geworden zijn) van nog meer bedreigingen van de internationale veiligheid.Al deze veranderingen van de aard van de bedreigingen van de wereldorde eisen resolute en gecoördineerde acties van de kant van de wereldmachten, dat wil zeggen van de permanente leden van de Veiligheidsraad, van de leden van de G8, de groep rijke industrielanden, en van de drie centra van de economische macht: de Verenigde Staten, de Europese Unie en Japan.Deze acties zijn broodnodig en zullen daarom vroeg of laat geïnitieerd worden. Ze zullen het wereldbeeld van de 21ste eeuw bepalen.Vladislav Inozemtsev, econoom en politicoloog, is directeur van het onafhankelijk Centrum voor Postindustrieel Onderzoek te Moskou. Daar zijn verschillende redenen voor.

Van de ene kant wordt een steeds grotere rol gespeeld door internationale organisaties die voor integratie zorgen, vooral door de Europese Unie. En hoewel het te vroeg is over het ontstaan van een nieuwe soevereiniteitstheorie te spreken, ontwikkelen zich in Europa onstuimige processen die nieuwe politieke vormen zullen voortbrengen in plaats van de huidige traditioneel opgevatte soevereiniteit.

De traditionele ideeën over de internationale politiek moeten opnieuw overwogen worden in verband met de groei van het aantal ‘onbekwame’ landen. Deze landen bevinden zich vooral in Afrika en Azië. Het feit dat deze landen niet in staat zich stabiel te ontwikkelen heeft golven van massale migratie tot gevolg. Honger, gevaarlijke epidemieën en geweld heersen er onophoudelijk en overschrijden niet zelden de grenzen van deze landen.

De systematische schending van de mensenrechten is er aan de orde van de dag. In ongeveer 30 landen (van iets meer dan 200 die in de moderne wereld bestaan) wordt de zelfs het rampzalige lage levenspeil van de bevolking niet gegarandeerd.

De allerarmste landen zijn de laatste jaren het epicentrum van de demografische explosie geworden. Tegen 2025 zal de bevolking van de minst ontwikkelde Afrikaanse landen verdrievoudigen en 1,58 miljard bereiken. Deze bevolkingsgroei heeft niet plaats als gevolg van de toename van de levensverwachting, maar juist in weerwil van de vermindering daarvan.

Vandaag de dag zijn er tussen de 25 landen met de meest jonge bevolking 23 Afrikaanse en twee van de meest onderontwikkelde landen van het Midden-Oosten: Jemen en de Palestijnse Autonomie. De gemiddelde leeftijd van de bevolking in deze landen is 18 jaar, terwijl in de meeste ontwikkelde landen de gemiddelde leeftijd 34 tot 40 jaar is.

De problemen worden nog verergerd door de dreiging van het terrorisme. Rekening houdend met het feit dat de terroristische activiteiten de organisatoren en de uitvoerders van grote inkomsten voorzien, kan er geen twijfel over bestaan dat de territoria die buiten controle van geciviliseerde overheden vallen, een bron zullen worden (of al geworden zijn) van nog meer bedreigingen van de internationale veiligheid.

Al deze veranderingen van de aard van de bedreigingen van de wereldorde eisen resolute en gecoördineerde acties van de kant van de wereldmachten, dat wil zeggen van de permanente leden van de Veiligheidsraad, van de leden van de G8, de groep rijke industrielanden, en van de drie centra van de economische macht: de Verenigde Staten, de Europese Unie en Japan.

Deze acties zijn broodnodig en zullen daarom vroeg of laat geïnitieerd worden. Ze zullen het wereldbeeld van de 21ste eeuw bepalen.

Vladislav Inozemtsev, econoom en politicoloog, is directeur van het onafhankelijk Centrum voor Postindustrieel Onderzoek te Moskou.