Eredienst voor klassieke soul

Concert: Anthony Hamilton. Gehoord: 21/8 Paradiso, Amsterdam.

Er loopt een onopvallende mannetje met een visserspetje en een te groot geel T-shirt het podium op. De roadie die de versterkers komt aanzetten, zou je denken. Maar als de band begint en het mannetje de microfoon pakt, blijkt het wel degelijk om de ster van de avond te gaan. Soulzanger Anthony Hamilton houdt niet van uiterlijk vertoon en laat zijn muziek het werk doen. Hij blinkt uit in traditionele soul, en dat is in overeenstemming met zijn afkomst uit het zuiden van de VS waar hij ongetwijfeld in de kerk leerde zingen.

Bobby Womack, Bill Withers en Al Green waren Hamiltons rolmodellen. Vooral die laatste had grote invloed, want de luie groove van Greens Hi-label klinkt onmiskenbaar door. Anthony Hamilton kreeg zijn huidige succes pas na een zangcarrière van meer dan tien jaar. Het leverde hem gisteren een vol Paradiso met vooral veel romantisch ingestelde meisjes op. Toen hij begon heette soul nog ‘new jack swing’ en waren digitale ritmes veel meer in zwang dan de lekker sloom swingende drummer die er nu bij zit. Pas na jaren in achtergrondkoortjes van onder anderen Eve en d’Angelo werd Hamilton ontdekt als solist, en wat voor één. Drie jaar geleden schitterde hij al op North Sea Jazz en zijn nieuwe album Ain’t Nobody Worryin’ is een klein wonder van onderkoelde bezieling, die er op het podium nog veel beter uitkomt.

Geef hem de ruimte en Hamilton improviseert woordloze vocalen als Marvin Gaye op zijn spiritueelst. Laat hem een liefdeslied zingen en de pure verleiding van Al Green wordt in stelling gebracht. Hamilton brengt met alle gemak van de wereld een passie in zijn stem die sinds de gouden jaren van de soul zelden meer gehoord werd. Hij kan uitpakken als een baptistenpredikant, maar zingt ook over aardse zaken als Cornbread, fish and collard green of zijn favoriete dikke meisje in Sista big bone.

Een band als de zijne, met een gitarist en een drummer die samen minstens vier vliegtuigstoelen nodig hebben, kan alleen maar uit het land van Booker T. & the MG’s komen. Zo zwoel, zo soepel en toch zo stuwend kun je alleen spelen als je het al twintig jaar zonder nadenken doet.

De vocale wisselwerking met het dameskoortje klonk onnavolgbaar, vooral in de hit Can’t let go waarin Hamilton zijn predikantenvuur nog maar eens tot het kookpunt opstookte. Met het reggaenummer Everybody pleegde hij een vreemde stijlbreuk, maar ook dat paste in de eredienst voor de soul die in Paradiso werd opgevoerd. De zangeressen in hun ‘Amen Corner’ gingen tot op de bodem van hun kunnen toen ze alle drie even apart mochten. Maar dat er tot slot ook nog een drumsolo moest komen, was een minder welkome nawee van de jaren zeventig.