En daar gaan onze bedrijven

Investeerders kopen vaker Nederlandse bedrijven op.

„Nederland moet niet verder open gaan dan noodzakelijk volgens Europese regels.”

Eerst maar even een misverstand rechtzetten. „Ik ben niet anti-private equity.” Toch citeerde minister Joop Wijn (CDA, Economische Zaken) zijn Duitse ambtsgenoot Franz Müntefering toen hij sprak over buitenlandse investeringsmaatschappijen – ook wel: private equity-maatschappijen – die zich als „kaalvretende sprinkhanen” gedragen als zij ‘onze’ bedrijven opkopen, strippen, doorverkopen en weer naar een volgend bedrijf springen.

Wat bedoelde u daar precies mee?

„Ik heb willen zeggen dat er zich een nieuwe trend aandient, waarbij buitenlandse kapitaalverschaffers actief zijn op de Nederlandse overnamemarkt. Het is zaak een goede balans te vinden tussen de financiële belangen van de investeerders en de andere belangen, van de bedrijven, van de werkgelegenheid, van de economie.”

Vindt u dat de buitenlandse investeerders zich in Nederland als sprinkhanen gedragen hebben?

„Regeren is vooruitzien. Als er bedrijven al zouden zijn kaalgevreten, zou men mij verwijten te laat te zijn.”

Vreest u een uitverkoop van bedrijven?

„Nederland is een open economie, dat is onze kracht. Omgekeerd profiteert Nederland als geen ander van investeringen in het buitenland. Maar ik wil waken voor negatieve effecten van buitenlandse overnames. Zoals het verdwijnen van kennis en de verhuizing van hoofdkantoren. Dat zou slecht zijn voor het midden- en kleinbedrijf als toeleverancier.”

Wat wilt u er tegen doen?

„Ik wil op korte termijn rond de tafel met het bedrijfsleven en investeringsmaatschappijen. Van hen wil ik weten hoe zij de trend zien, wat de problemen zijn en wat er voor maatregelen genomen moeten worden.”

Aan wat voor maatregelen denkt u?

„Misschien is er een periode van bedenktijd in te voeren als er een overnamebod wordt gedaan. En misschien moet de gang naar de rechter wat gemakkelijker zijn als aandeelhouders en de directie ruzie hebben. Ik wil in elk geval dat Nederland niet verder open gaat dan noodzakelijk volgens Europese richtlijnen. In filosofische zin gaat het om de vraag of we kiezen voor het Angelsaksische, meer agressieve kapitalisme of voor het Europese continentale kapitalisme dat af en toe een moment neemt om na te denken. Ik ben voor verstandig kapitalisme.”

Wie gaat u allemaal uitnodigen voor het ronde tafelgesprek?

„In elk geval wat beursgenoteerde bedrijven, ik denk een stuk of 25. Niet alleen de hoofdfondsen van de beurs, maar zeker ook middelgrote bedrijven. Die staan midden in de belangstelling van investeringsmaatschappijen. Daarnaast zal ik de investeringsmaatschappijen aanschrijven.”

Uit binnen- én buitenland?

„Ik ben de Nederlandse minister van Economische Zaken, en heb dus alleen wat te zeggen over Nederlandse partijen. Maar ik zal zeker ook de in Nederland opererende private equity-partijen een uitnodiging sturen.”

Zullen die er niet hartelijk om lachen?

„Dat verwacht ik niet. Sterker: ik denk dat zij heel graag met mij willen spreken. Als investeerders in Nederland hebben zij er alle belang bij hun zegje te kunnen doen.”