Een lesje in debatteren

De roep om meer marktwerking heeft geleid tot Kamerdebatten over het spoorboekje. In die debatten moest de Tweede Kamer steeds concluderen dat ze niet over dat boekje gaat. Mij lijkt debatteren over een boekje waar je niets over te zeggen hebt bij voorbaat zonde van de tijd. Maar als je dan toch debatteert, doe het dan goed. De Kamer is er niet om zich door een staatssecretaris te laten kleineren. Staatssecretaris Schultz van Haegen van Verkeer en Waterstaat slaagde erin de Tweede Kamer driemaal te schofferen.

Eerst vergat ze de aanmerkingen van de Tweede Kamer op het nieuwe spoorboekje krachtig over te brengen aan de NS. Daarop verklaarde ze doodleuk dat de Tweede Kamer pech had omdat er nu niets meer aan het spoorboekje viel te veranderen.

Intussen berichtte ze dat ze haar carrière liever voortzet in het bedrijfsleven dan in de politiek. Na het spoeddebat nam ze afscheid. De staatssecretaris ging lekker met zwangerschapsverlof. Voor de tweede keer.

Kamerlid Wynand Duyvendak zag geen meerderheid ontstaan voor het standpunt van GroenLinks. Daarop had de fractie besloten het er verder maar bij te laten: ze zagen na het reces wel verder.

Zo voer je toch geen oppositie! Als oppositiepartijen besluiten om geen debatten te voeren omdat zich geen meerderheid voor hun standpunt zal vormen, kunnen we de Kamer net zo goed opheffen. Ze hadden het debat moeten rekken totdat Schultz driemaal diep door het stof was gegaan. Desnoods moest ze maar in de Kamer bevallen.

Menno van der Veen

Jurist, filosoof en programmamaker bij debatcentrum de Balie in Amsterdam.