Discgolfend de wereld over

Discgolf is „cooler, goedkoper en relaxter” dan gewoon golf.

Frisbeeën leer je in Amerika vooral op de universiteit. Maar er zijn ook profs.

Twee uur ’s middags, en het programma van de ‘Liptonice Discgolf Cup 2006’ is al een uur uitgelopen: het duurde iets langer om de weggeworpen frisbees terug te vinden in de bosjes dan de organisatie had verwacht. Daarom lopen de deelnemers van ‘Team America’ en ‘Team Holland’ in de laatste ronde van het toernooi in het Kralingse Bos maar negen holes, in plaats van achttien.

Het park is deze zaterdag vergeven van de gele vlaggen van de sponsor. Wat op andere dagen doorgaat voor picknickvelden, speelweides en wandelpaden, dient nu als green: de struiken en bomen vormen hindernissen op de geïmproviseerde discgolfbaan.

Het spel is een combinatie van frisbee en golf. Het concept is eenvoudig: probeer in zo min mogelijk worpen de frisbee in een basket (of ‘hole’) te krijgen. Die basket ziet eruit als een gele ronde schaal op een driepoot, met daarboven een mand van ijzeren kettingen. Het doet denken aan een basketbalkorf, behalve dan dat de spelers van discgolf het schijfje juist dóór de kettingen moeten gooien, om de frisbee af te remmen. Voor elke hole geldt een ‘par’, het standaardaantal worpen dat gemiddeld nodig is: ook golftermen als birdie gelden hier. En al ziet het frisbeewerpen er ontspannen en nonchalant uit – deelnemers steken rustig een sigaret op tussen twee holes – er heerst op het moment van een worp, net als bij regulier golfen, een eerbiedige stilte onder het handjevol toeschouwers.

In Nederland spelen zo’n veertig mensen regelmatig discgolf. In Amerika is dat alleen al het aantal profs. Van de zeven Amerikaanse deelnemers in het Rotterdamse park spelen drie professioneel discgolf. Zij kunnen rondkomen van het prijzengeld dat ze verdienen op internationale discgolftoernooien. Kenneth Climo (de ‘Jack Nicklaus van discgolf’) is twaalfvoudig wereldkampioen en speelt fulltime. Hij heeft zijn naam verbonden aan een merk disc en dat levert hem zo’n 25.000 dollar per jaar op. Met prijzengeld erbij verdient hij jaarlijks gemiddeld 70.000 dollar: „Just by playing discgolf”, grijnst hij.

Het spel is voor de 38-jarige kampioen een praktische combinatie van zijn twee lievelingssporten. Golf beoefent hij sinds zijn tiende, en frisbee is bijna de eerste levenbehoefte voor jongens die opgroeien aan een Amerikaans strand. Climo komt uit de kustplaats Clearwater, in Florida.

Hij maakte kennis met discgolf toen in zijn woonplaats een baan werd aangelegd. Climo werd lid van een club en begon wedstrijden te spelen. De combinatie van sporten en zijn baan als bouwvakker werd moeilijker. „Als ik een blessure zou krijgen door mijn werk, kon ik niet meer discgolfen. Het werd tijd om te kiezen, en ik koos voor de sport.”

De Amerikanen zijn op uitnodiging van de sponsor naar Nederland gekomen. Bij deze wedstrijd zullen ze geen prijzengeld in de wacht slepen – want dat is er niet. Maakt niet uit, de jongens zijn toch op weg naar het European Open toernooi in Finland: prijzengeld 2.500 euro voor de winnaar. Ondertussen pikken ze even Rotterdam mee. „Zo kom je nog eens ergens”, lacht een andere pro: David Feldberg, Amerikaans kampioen.

Hij sjouwt 32 verschillende discs mee in zijn rugzak. Verschillende kleuren en maten putters voor de korte afstand, lange-afstandschijven, effectschijven en precisieschijven. „Da’s wel wat overdreven hoor”, vindt collega-discgolfer en vriend Nathan Doss. Hij zegt dat David graag op elke situatie is voorbereid, „Mocht het sneeuwen, regenen en onweren tegelijk, dan heeft hij er een passende schijf bij”.

De 29-jarige Feldberg studeert Japans en International Business Studies in Oregon, Doss (20) is student Computer Science. Een blik op het deelnemersveld leert dat zowel de Nederlandse als Amerikaanse discgolfers ruwweg in twee types zijn te verdelen: de zongebruinde vrijbuiter, die frisbee kent als onderdeel van de skateboard- en surfercultuur, of de (oud-)student, die via de weg van college en universiteit leerde frisbeeën in teamverband. Ook Doss en Feldberg leerden discgolf op de universiteit. Nu reizen ze als professioneel discgolfer de hele wereld over om mee te doen aan toernooien. Ze zouden graag zien dat hun sport ook in Europa populair wordt. Feldberg voert alvast campagne: „Het is golf voor de next generation – cooler, goedkoper én relaxtere mensen.” Hij zegt dat hij graag een maand in Nederland zou willen blijven om clinics te geven, meer banen te openen en de sport naar een hoger niveau te tillen. „Wil je mijn businesscard?”, vraagt hij aan de PR-dame van Liptonice. Deze mompelt dat de jongens er enkel op uit zijn nog meer te kunnen reizen, om vaker Amsterdam te bezoeken.

Ook de Nederlandse beoefenaars, zoals Nationaal Kampioen en teamcoach Laurens Benschop (37), zou wel pro willen worden. „Nu moet ik daarvoor naar Amerika, heel veel trainen en beter worden. We moeten in Nederland veel meer banen openen, dan kunnen meer mensen kennis maken met deze sport.” Hij en de andere leden van het Nederlandse team zijn dolblij dat discgolf via de nieuwe sponsor op de kaart wordt gezet. „Nu hopen dat het aanslaat, dat de sponsor zich niet terugtrekt”, zegt Benschop, terwijl hij kijkt naar het niet al te grote aantal toeschouwers. Dat lijkt geen probleem. De vlaggen wapperden, oude dametjes en kinderwagens moesten vluchten voor overscherende schijven en bij de laatste hole in one van Nederlander Bert Brader barstte het terras van uitspanning De Schone Lei uit in applaus. Het is niet onopgemerkt gebleven.

Lees alles over discgolf op www.frisbeesport.nl