Bush ‘gefrustreerd’ door Irak, terugtrekking niet aan de orde

De Amerikaanse president George W. Bush heeft gisteren uitgebreid zijn Irak-beleid verdedigd. Tijdens een persconferentie zei hij dat de oorlog in Irak „veel vergt van de psyche van onze natie”, maar dat de VS „zich niet zullen terugtrekken zolang als ik president ben”. Bush begon de bijeenkomst met een verklaring over Libanon. Journalisten bogen het gespreksonderwerp echter meteen om naar Irak.

De president werd onder meer gevraagd naar een reactie op het nieuws dat juli met ruim 3.500 doden de dodelijkste maand was sinds het begin van de oorlog, in 2003. Uit zichzelf nam Bush daarop de beladen term burgeroorlog in de mond: „Ik hoor veel gepraat over burgeroorlog. Ik ben daar natuurlijk bezorgd over, en ik praat er veel over met mensen. En wat ik van die gesprekken leer, is dat de Irakezen een verenigd land willen, en dat het Iraakse leiderschap vastbesloten is de daden van de extremisten en radicalen en Al-Qaeda te verijdelen.”

Een journalist vroeg hierop of het geweld niet vooral tussen Irakezen onderling plaatsvindt, en dat buitenlandse strijders en Al-Qaeda een veel minder groot probleem zijn. Bush: „Ik zou gissen dat sommige van de spectaculairdere aanslagen het werk zijn van zelfmoordenaars van Al-Qaeda.”

Desgevraagd zei Bush dat hij „soms gefrustreerd” is door de oorlog. Ook zei hij te begrijpen dat de oorlog veel vraagt van de bevolking. „Niemand wil dagelijks zijn televisie aanzetten en de ravage zien die terroristen aanrichten.”

Sinds het Democratisch kopstuk Lieberman deze maand lokale voorverkiezingen verloor van een anti-oorlogskandidaat, is het oorlogstandpunt van de Democraten onderwerp van gesprek in Washington. Zo stelden Vice-president Cheney en de hoogste commandant in het Midden-Oosten, generaal Abizaid, dat Democraten die pleiten voor snelle terugtrekking burgers in gevaar brengen. Bush herhaalde gisteren Abizaids uitspraak dat „als we vertrekken voordat de missie afgerond is, de de terroristen ons hier opzoeken”.