Baedeker-gids vermijdt ‘Klischees’

Duitsers vormen de grootste groep buitenlandse toeristen in Nederland. Vorig jaar kwamen

er 2,6 miljoen op bezoek. Welk beeld schetst de gerenommeerde Baedeker reisgids van

‘das kleine, fläche Königreich’?

Tulpen, windmolens, grachten en fietsen: Nederland omvat zo veel méér dan deze „Klischees”, aldus de Baedeker-Reiseführer voor Nederland. De gerenommeerde Duitse reisgids wil zijn lezers informeren over alles wat „das kleine, fläche Königreich” aan de Noordzee te bieden heeft buiten de – zeker in Duitsland – ingebakken stereotypes over bloemen, kaas en de „blondhaarige Kultfigur” Frau Antje. De 450 pagina’s tellende gids is breed opgezet, met informatie over verleden, politiek, kunst en economie van Nederland en vier uitgebreide touromschrijvingen buiten de geijkte Duitse reisdoelen Amsterdam, Zandvoort en Zeeland.

Duitsers vormen de grootste groep buitenlandse toeristen in Nederland. Vorig jaar kwamen er 2,6 miljoen op bezoek, ruim een kwart van alle toeristen in Nederland. Dat maakt de vraag interessant wat voor beeld de bekendste Duitse reisgids schetst van ons land.

De naam Baedeker is synoniem voor het woord ‘reisgids’. Het boekje met de karakteristiek rode omslag werd in 1835 geïntroduceerd door de Koblenzer uitgever Karl Baedeker. Hij breidde de tot dan toe gangbare, feitelijke omschrijving van een locatie uit met allerhande wetenswaardigheden en praktische tips. Daar was behoefte aan ontstaan door uitvindingen als de stoomboot en de trein, die relatieve afstanden verkleinden en een vroege vorm van ‘massatoerisme’ deden ontstaan.

De huidige Baedeker voor Nederland (uit 2006) doet een flinke poging de lezer bij te praten. In vogelvlucht trekt de gids over Nederland: van de waterwerken en het kiesstelsel tot de architectuur van Berlage en de moord op Theo van Gogh. De gids weet zelfs dat in Nederland, dat geen districtenstelsel kent maar een systeem van evenredige vertegenwoordiging, „nauwelijks een band bestaat tussen politici en hun kiezers”.

Baedeker stelt ook dat „Nederlanders meer binding met hun land hebben dan Duitsers”. Terwijl wij toch niet bekendstaan om onze vaderlandsliefde. De bewering lijkt dan ook meer te zeggen over de Duitsers zelf, voor wie alles wat naar nationale trots rook decennialang taboe was – een situatie waar de laatste jaren wel verandering in komt, getuige ook het uitbundige vlagvertoon tijdens het WK voetbal.

De lezer wordt aangemoedigd zijn licht ook eens op te steken buiten geheide trekpleisters als de Bollenstreek of de kaasmarkt in Alkmaar. Uiteraard wordt het Amsterdamse „Viertel der roten Laternen” vermeld, maar aandacht is er ook voor Chinees restaurant Oriental Delight in Emmen en hotel Tulip Inn in Medemblik. Bezienswaardigheden in ruim zestig Nederlandse steden en dorpen komen aan bod, handig gerangschikt in kadertjes met pakkende titels als ‘Sehenswertes in Franeker’ en ‘Noordoostpolder erleben’.

De gids maakt duidelijk waarom de Hollandse keuken zelden juichkreten oogst buiten de grens: Nederlanders blijken vooral te genieten van de smulcombinatie „kopje thee met crackers”. Dat de gids ook bekend is met eten dat de gemiddelde Nederlander minder vreemd zal aandoen, bewijst de bewering dat de vleeskroket geldt als „Dauerbrenner” (‘succesnummer’) onder het muurvoedsel.

Onverwacht vleiend zijn de passages over literatuur en beroemde personen. Niet alleen blijken wij Nederlanders „eine Nation der Schreiber und Leser” – een waar compliment, uit een land bekend om zijn ‘Dichter und Denker’ –, tot onze bekendste landgenoten behoort bovendien niemand minder dan Audrey Hepburn. Valt de eerste bewering nog te begrijpen vanuit het grote aanzien in Duitsland voor schrijvers als Harry Mulisch en Cees Nooteboom, de tweede is toch echt voll daneben. De beroemde actrice mag dan een Nederlandse moeder hebben gehad en haar kinderjaren hier hebben doorgebracht, geboren werd zij in Brussel.

Volop aandacht is er ten slotte voor het thema van – jawel – Oorlog & Schuld. De lezer krijgt te verstaan dat „veel Nederlanders een probleem hebben met de grote buurman Duitsland”. Want, weet de gids, sinds de oorlog zijn de Duitsers in Holland „niet geliefd” en gelden zij als „onvriendelijk” en „onsensibel”. Duitsers die Nederland bezoeken moeten zich bewust zijn van deze „historische hypotheek”.

Moeten we nu verontwaardigd zijn omdat de gids, die verder zo zijn best doet een gevarieerd beeld te schetsen, hier opeens over Nederland praat als ware het een land van Duitsland-haters? Nee, het lijkt er meer op dat de waarschuwende woorden voortkomen uit het enorme vermogen van de Duitsers tot collectieve introspectie en schuldbelijdenis wanneer het om WOII gaat. Zie ook het drietal pagina’s over de bezetting, inclusief foto’s van razzia’s – in een reisgids, waarvan je zou denken dat hij vooral bedoeld is ter bevordering van het vakantiegevoel. Zo niet in Duitsland. Daar lijkt zo’n gids ook te moeten voorkomen dat de Duitsers wérkelijk onbekommerd de grens over gaan.