Advies: dossier tbs’er honderd jaar bewaren

De bewaartermijn van dossiers van tbs-patiënten moet worden verlengd van tien naar honderd jaar. Ook moeten de dossiers waar het tbs-beleid op stoelt bewaard blijven voor onder meer wetenschappelijk onderzoek – geanonimiseerd en steekproefsgewijs.

Dat schrijft de Raad voor Cultuur in een advies aan minister Van der Hoeven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, CDA). Volgens de raad is het tbs-beleid een maatschappelijk gevoelig dossier, waarbij „de verantwoordingsplicht van de overheid zwaar weegt”. In de huidige bewaarpraktijk wordt volgens de raad vrijwel nauwelijks iets bewaard over de praktijk in de gevangenissen en klinieken als het om het tbs-beleid gaat.

De geschiedenis van de strafrechttoepassing kent volgens de raad een lange traditie en levert inzichten op die van belang zijn voor zowel de rechtsgeschiedenis als de mentaliteitsgeschiedenis. „De manier waarop een samenleving omgaat met delinquenten, zegt veel over haar cultuur, ethiek en democratisch gehalte.”

Volgens een woordvoerder van de raad garandeert de Wet bescherming persoonsgegevens garanties tegen oneigenlijk gebruik van de te bewaren gegevens. In de praktijk kunnen ook voormalige tbs’ers er baat bij hebben om na verloop van tijd alsnog inzage te krijgen in hun dossiers. „Dan zou het toch wrang zijn als de boodschap dan luidt: sorry, uw dossier bestaat niet meer.”

Elders in het strafrecht gelden nu ook al bewaartermijnen die kunnen oplopen tot honderd jaar. Dat is geregeld in de Wet justitiële gegevens. Zo worden onherroepelijke uitspraken in strafzaken bewaard tot de veroordeelde de leeftijd van tachtig jaar heeft bereikt of, bij sommige delicten, twintig jaar na het overlijden. Volgens de woordvoerder van de raad is inzage in dergelijke dossiers bijvoorbeeld van belang bij gratieverzoeken voor veroordeelden die tot levenslang veroordeeld zijn. Maar het belang van bewaarplicht geldt volgens hem ook in andere sectoren van het strafrecht, zoals de jeugdrechtspraak. „Daar zie je regelmatig dat mensen op oudere leeftijd alsnog willen weten: wat is er indertijd met mij gebeurd?”

De dossiers moeten volgens de raad worden beheerd door het Nationaal Archief.