Zwerfmeisje uit Sierra Leone laat Arno Visser nadenken over asielbeleid

Arno Visser (VVD) wil niet met kiezers in gesprek over individuele asielzaken. Voor een zwervend meisje maakt hij een uitzondering.

Arno Visser, Tweede-Kamerlid voor de VVD, beheert drie portefeuilles die bij uitstek reacties oproepen, zegt hij. Visser voert in de Kamer het woord over tbs, asielbeleid en studiefinanciering. Toen hij vorig jaar een parlementaire commissie ging leiden die onderzoek deed naar het tbs-beleid, stroomden de e-mails binnen.

Maar ook nu, in een relatief rustige periode, kost het Visser een uur per dag om post te lezen en te beantwoorden – in overgrote meerderheid e-mails. Het moeilijkst te beantwoorden zijn e-mails over het asielbeleid. „Vaak gaat het om mensen die denken dat ik iets kan doen aan individuele gevallen. Maar daar ben ik niet voor. Of het zijn mensen die kritiek hebben op minister Verdonk.” Verdonk is een partijgenoot van Visser.

Meestal, zegt Visser, „laat ik ongefundeerde kritiek niet over mijn kant gaan. Ik ben voor een hard asielbeleid. Als wij als enige land in Europa soft worden, zullen mensenhandelaren daar massaal misbruik van maken. Dat schrijf ik ook terug.”

Een VVD-lid uit Amsterdam was een mailschrijver naar Vissers hart. De man is leraar op een middelbare school, waar een leerling zou worden uitgezet. De school startte een handtekeningenactie en de leraar voelde zich onder druk gezet om óók te tekenen. „Ik vind dat het gezin en de leerling het land uit moeten volgens de regels”, mailde de leraar. Maar: „Niet tekenen betekent op school meteen uitstoting.”

Visser mailde terug dat hij boos was geworden. „Nederland is een ordentelijke rechtsstaat en u en uw collega’s hebben niet alle informatie over het gezin waarover we nu praten. Dat geldt voor mij ook, daarom oordeel ik nooit over individuele gevallen.”

Visser gaf de leraar als tip dat hij aan sommige mensen moest vertellen dat hij weigerde te tekenen. Dat zou begrip kweken. „Dus uitleggen dat u wel degelijk mededogen heeft met de familie in kwestie en hen all goeds toewenst. Maar ook uitleggen dat u als docent ook het publieke belang dient en dat van de rechtsstaat.”

Maar de correspondentie met Niene Oepkes verliep anders. Oepkes, werkzaam voor Vluchtelingenwerk Utrecht, stuurde met Kerst 2003 een e-mail aan de Kamerleden die over asielzaken gaan. Het ging om een meisje van achttien jaar uit Sierra Leone. Ze was op straat beland en was gaan werken als prostituee op Hoog Catharijne. De aanvraag voor een verblijfsvergunning was op een dood spoor beland, onder meer omdat het meisje analfabeet is en de aanvraag zoek was. Minister Verdonk stopte rond die tijd de uitbetaling van leefgeld aan 4.000 ex-ama’s, uitgeprocedeerde vluchtelingen die als minderjarige asielzoeker Nederland binnenkwamen.

Oepkes: „Dat meisje was een slachtoffer van overheidsregels die niet op elkaar aansloten. Niemand voelde zich meer verantwoordelijk voor haar, dat wilde ik de Kamer laten weten.” Ze schreef een e-mail, waarin ze de zaak uitlegde. Ze sloot een beetje plechtig af: „Het uit voorzieningen zetten, het vogelvrij verklaren (..), lijkt niet te kunnen overtuigen als een goed geïnformeerd, in bredere zin consistent en financieel overtuigend beleid.”

Alleen Arno Visser reageerde. „Normaal ga ik niet op casuïstiek in, maar deze mail was zo zakelijk dat ik dacht: hier is echt wat mis. Ik schrok enorm. Een slachtoffer van mensensmokkel, misbruikt, uitgeprocedeerd. Alles zat tegen in haar leven.” Het leerde hem, zegt hij, „dat we in een cynische wereld leven”. Hij stuurde een brief naar minister Verdonk, waarin hij aandacht vroeg voor kinderen die door de strengere leefgeldregeling van de minister geen kant meer uit konden. Ook pleitte hij voor een ruimere toepassing van de zogeheten B9-regeling, die opvang garandeert voor asielzoekers die het slachtoffer zijn van mensenhandel.

Bijna drie jaar en tientallen e-mails later is er voor het meisje uit Sierra Leone nog steeds geen oplossing. Ze zit nog steeds in een procedure voor een verblijfsvergunning, en die procedure verloopt moeizaam.

Maar Niene Oepkes is toch tevreden. Het ging haar er niet om, zegt ze, „dat een politicus een individuele zaak zou adopteren”. Een voorbeeld heeft een Kamerlid tot nadenken gestemd, dat is voldoende voor haar.

Oepkes: „Vluchtelingenwerk en de VVD zijn niet bepaald elkaars bondgenoten. Toch leren Arno en ik veel van elkaar. Ik denk dat ik hem met de mailcorrespondentie laat zien dat asielbeleid om mensen gaat. En hij leert mij ook dingen. Hij heeft me goed uitgelegd waarop het liberale asielstandpunt is gebaseerd. Dat stemt mij weer tot nadenken.”