Zeven ‘lekkere mannen’ dansen voor poppubliek

Op het Lowlands Festival stond dit weekeinde ook theater en dans geprogrammeerd. De gesub-sideerde gezelschappen doen graag mee, om het jonge popvolk te laten zien wat ze doen. De reacties zijn wildenthousiast.

„Je hebt net zeven lekkere mannen gemist”, sms’t een meisje aan haar verlate vriendin, meteen na afloop van de voorstelling die het Scapino Ballet zaterdag gaf op het Lowlands festival. Voor de zesde keer stond het moderne-dansgezelschap op het rockfestival, en voor de zesde keer speelden de dansers voor een uitzinnige publiek van zestienhonderd jongeren, grotendeels meisjes.

Drie kwartier van tevoren staan de belangstellenden al in het speciale wachtvak naast de ingang van de tent. Tussen al het luide gebeuk van buiten, komt bijna terloops de kleine, gespierde danser Tadayoshi Kokeguchi op om zijn solo Äffi te zien doen. „I hurt myself today/ To see if I still feel”, zingt Johhny Cash op cd. De subtiele danser met de intense uitstraling, laat zijn schouderspieren meedansen.

Lowlands, het driedaagse popfestival in de Flevopolder, heeft altijd een uitgebreide sideshow gehad. Blanke gitaarbands zijn de core business, maar op het terrein kun je ook straattheater zien, videospelletjes spelen, films kijken. Er zijn wetenschappers die lezingen geven, politici die discussiëren, en er is de tent Juliet, waar de ‘High Arts in the Lowlands’ worden geboekt: theatergroepen als Aluin en het Syndicaat, cabaretiers als Hans Sibbel, en zanger Spinvis met dichter Simon Vinkenoog. Maar het opmerkelijkst is dat op deze plaats uitgerekend moderne dans zo succesrijk is, een aandachtige kunstvorm voor een selecte groep fijnproevers van doorgaans boven de dertig.

„Nee, ik heb niet een speciaal programma voor jongeren samengesteld”, zegt Ed Wubbe, artistiek leider van Scapino na afloop. Het zou een beetje flauw zijn om hier bijvoorbeeld alleen choreografieën op popmuziek te brengen. Hier komen de jongeren vaak voor het eerst in aanraking met moderne dans. Dan is het leuk om ze meteen ook in aanraking te brengen met Bach. Ik let wel een beetje op de variatie, dus tussen de serieuze solo Äffi en het groepswerk The Green, heb ik het luchtiger, humoristische Ring them Bells gezet.”

Met het theaterprogramma kan Lowlands zich profileren als een ander, gevarieerder popfestival. De bezoekers vinden het leuk om tussen twee bakken gitaarherrie door even te chillen in de hoge-kunstentent Juliet, en de gesubsidieerde groepen die meedoen willen graag de jongeren bereiken die naar men denkt steeds minder in de theaters te vinden zijn.

Zieltjes winnen, daar gaat het hier namelijk om. Ed Wubbe, artistiek leider van Scapino: „We kunnen het niet aantonen, maar ik weet zeker dat een aantal van de hier aanwezige jongeren vroeg of laat ook naar onze voorstellingen in de theaters komt kijken.” Organisator Pim van Klink kan dit met cijfers staven: „De bezoekers krijgen een CJP-theaterbon waarmee ze gratis een voorstelling in het theater kunnen bezoeken. Tot nu toe blijkt vijfentwintig procent ook te gaan.”

Ja, gratis. Want de jeugd wil best hard juichen, er moet wel geld bij. ‘High Arts in the Lowlands’ was vanaf het begin in 1999 een troetelkindje van het ministerie van OC&W. De staatssecretaris van die dagen, Van der Ploeg (Cultuur), zorgde ervoor dat het festival zo’n 1,4 ton euro subsidie kreeg voor deze programmering. Toen die subsidie vorig jaar werd stopgezet, was het in 2005 ook meteen gedaan met de hoge kunsten op het festival. „We verkopen er geen kaartje meer om”, vond een bestuurslid van het verder commercieel opgezette festival. Dit jaar wordt het theaterprogramma ‘gedoogd’ door de leiding. Wel moesten alle groepen die meedoen met veel minder geld genoegen nemen. Het Scapino komt met dit optreden net uit de kosten. Zieltjes winnen misschien, maar zelf inkomsten werven, zoals de subsidiegevers voorschrijven, zit er niet in.

Tijdens de dans zijn de meisjes in de zaal muisstil, maar ieder moment dat op een pauze lijkt, grijpen ze aan om oorverdovend te juichen. Danser Kokeguchi kijkt blij verrast. Dit wel even anders dan het doorsnee schouwburgapplaus. Bovendien zitten hier twee tot drie keer zoveel mensen als bij Scapino in het theater. Kon het maar iedere week Lowlands zijn.