Zeker zeventig ‘Talibaan-strijders’ gedood in Kandahar

De NAVO-stabilisatiemacht ISAF-III en Afghaanse militairen hebben zaterdag zeker 71 extremisten gedood in de Zuid-Afghaanse provincie Kandahar. De gevechten, waarbij ook vier Afghaanse agenten en een Afghaanse soldaat omkwamen, behoren tot de bloedigste sinds de val van het Talibaan-regime.

De gevechten begonnen toen de Talibaan een politiekonvooi aanvielen in het district Panjwayi, 35 kilometer ten westen van Kandahar-stad, aldus districtshoofd Niaz Mohammad Sarhadi. Ook vielen de Talibaan met „honderden” het hoofdkwartier van de overheid in de plaats Panjwayi aan. Na omsingeling door militairen van de NAVO en het Afghaanse leger ontstond een vuurgevecht dat tot gisterochtend duurde. Onder de NAVO-troepen zijn geen slachtoffers.

Een persoon wiens relatie met de Talibaan niet bevestigd is, meldde dat er slechts twaalf doden waren. Volgens Sarhadi zijn 71 lichamen gevonden in de boomgaarden van Panjwayi. ISAF sprak in een verklaring van „tussen 60 en 72 Talibaan-strijders”.

Volgens ISAF-woordvoerder kolonel Tom Colslins voeren de Talibaan en andere extremisten geen grootschalig offensief in het zuiden. Het sinds begin dit jaar uitgebreide geweld in de zuidelijke provincies, vooral Kandahar en Helmand, bestaat volgens hem uit „zeer lokale aanvallen die de indruk van een offensief wekken.” „We zien geen commando-structuur of controle in de hoge rangen van de Talibaan, die zou suggereren dat er een campagne gaande is voor de controle over bepaalde gebieden.”

In Helmand kwam gisteren een Britse militair om toen opstandelingen een konvooi aanvielen in het noordelijke district Sangin. Drie andere Britten raakten gewond. Het Britse dodental sinds het begin van de missie in Helmand kwam daarmee op veertien.

In Uruzgan, waar het in vergelijking met Kandahar en Helmand de laatste weken rustig was, zijn zaterdag een Amerikaanse en een Afghaanse militair gedood toen zij in gevecht raakten met honderd tot 150 opstandelingen, meldde ISAF. (AFP, Reuters, AP)