Wijn: zorgen over opkopen bedrijven

Minister Wijn (Economische Zaken) wil op korte termijn een conferentie beleggen met het bedrijfsleven en investeerders om zijn zorgen te bespreken over overnames door buitenlandse financiers .

Dat zegt hij in een toelichting op zijn uitspraken gisteren op Radio 1 over zijn bezorgdheid over buitenlandse investeringsmaatschappijen. Wijn: „Nu de economie aantrekt, moeten we er wel voor zorgen dat de pendule tussen de financiële belangen van investeerders en de andere belangen van bedrijven in het midden hangt. Ik vraag me af of dat zo is.”

Zonder namen van individuele bedrijven te willen noemen, wil Wijn de vergadering beleggen naar aanleiding van recente buitenlandse overnames van Nederlandse bedrijven, zoals VNU, PcM en VendexKBB, door overwegend Angelsaksische investeringsmaatschappijen.

Enkele voormalige topmannen van Nederlandse beursbedrijven lieten zich recentelijk kritisch uit over deze ontwikkeling. Oud-bestuursvoorzitter van ABN Amro Jan Kalff waarschuwde afgelopen zaterdag in De Telegraaf voor „verkeerde beslissingen” die investeringsmaatschappijen dreigen te nemen onder druk van snelle en hoge rendementseisen. Ook de financieringsconstructie waarmee overnames worden betaald, met veel geleend geld, vindt de oud-bankier riskant. „Het is een kwestie van tijd voordat er fouten worden gemaakt”, aldus Kalff.

Voormalige ING-topman Aad Jacobs drong twee maanden geleden in deze krant aan op maatregelen tegen de uitverkoop van Nederlands beursgenoteerde bedrijven aan het buitenland.

Minister Wijn prijst de open economie van Nederland, maar acht het noodzakelijk dat in de verdergaande internationalisering van het bedrijfsleven „een goede set aan regels komt” die voorkomt dat „de balans doorslaat” naar de belangen van de buitenlandse aandeelhouders. „Met mijn opmerking voor de radio dat ik niet vies ben van een beetje Oranjegevoel, bedoelde ik te zeggen dat ik een rationeel Oranjegevoel heb. Het zou zonde zijn als we nu bedrijven verkopen, waar we later spijt van hebben.”

Wijn vreest een uittocht van „kennis en hoofdkantoren”. „Dat zou schadelijk zijn voor het midden- en kleinbedrijf, als toeleverancier.” Nog deze week wil de minister een uitnodiging voor een gesprek sturen aan „ongeveer vijfentwintig beursgenoteerde bedrijven” en investeringsmaatschappijen uit binnen- en buitenland.

interview: pagina 12

hoofdartikel: pagina 7