‘Wanneer moet ik de auto aftanken?’

Erik Dekker loopt stage als ploegleider bij Rabobank. „Je hebt weinig invloed op het koersverloop.”

Wielrenner Erik Dekker (36) maakte begin deze maand bekend dat hij per direct stopt. Sindsdien bereidt hij zich voor op het ploegleiderschap bijRabobank.

Tijdens de Eneco Tour loopt hij mee met de teamleiding om het vak te leren. „Een soort stage”, aldus Dekker. Hij rijdt in de tweede ploegleiderswagen om, indien nodig, Erik Breukink bij te staan. Bij het uiteenvallen van het peloton is het zijn taak achterliggers koersinformatie te verstrekken en te voorzien van voedsel en bidons.

Hoe bevalt het tot op heden?

Dekker: „Goed. Het is vooral de bedoeling dat ik mijn ogen goed de kost geef. Overigens vind ik dat je als ploegleider geen grote invloed hebt op het koersverloop, maar werken in het wielrennen blijft leuk.”

Van wie leer je het vak?

„Van Breukink. Dat is wel een voordeel heb ik gemerkt. Hij is natuurlijk ook onervaren als ploegleider (Breukink is ploegleider sinds 2004, red.) maar kan het goed overbrengen. Dit vind ik veel beter dan iemand die bijvoorbeeld al acht jaar in het vak zit en roept dat alles logisch is. Hij heeft dezelfde stap gemaakt als ik en weet welke informatie voor mij van belang is.”

Wat valt je op?

„Kleine, simpele dingen. Waar moet ik de autosleutels laten als ik in het hotel ben? Wanneer moet ik de ploegauto aftanken? Bij die zaken sta je als wielrenner niet echt stil.”

Wat hebben de renners gemerkt van de ploegleider Dekker?

„Vrij weinig. Ik was donderdag niet tevreden over de ploeg. Er waren renners die onnodig tijd verloren, omdat ze achterin het peloton zaten. Ze verloren negen seconden en ik weet dat die momenten de doorslag kunnen geven in de Eneco Tour. Bij een proloog is dat anders. Daar rijdt iedereen zo hard hij kan. In een etappe over vlakke wegen is het belangrijk dat je voorin positie neemt. Ik kan wel gaan roepen dat de renners op moeten letten voor breuken in het peloton, maar dat weten ze zelf ook. En ik weet uit ervaring dat de praktijk aanzienlijk weerbarstiger dan de theorie kan zijn.”