‘Vergrijzing is te betalen’

Pensioengigant ABP valt in een beleidsdocument voor het nieuwe kabinet diverse politieke plannen voor de betaling van de vergrijzing aan, plus de veronderstellingen daarover van het Centraal Planbureau.

Het ABP pensioenfonds, dat bestuurd wordt door werkgevers en vakbonden bij overheid en onderwijs zegt in een position paper dat het pensioenstelsel met 625 miljard euro beleggingen en het middelloon-pensioen bestand is tegen de kosten van de vergrijzing. Het ABP, waar een kwart van de huishoudens spaart, is het grootste Nederlandse pensioenfonds.

In het document maakt het ABP duidelijk dat plannen voor grotere individualisering van pensioenen (VVD) en beperking van de fiscale aftrekbaarheid van premies (PvdA) slecht uitpakken voor de ruim een miljoen leraren en ambtenaren. De betrokken politieke partijen worden overigens niet genoemd.

ABP concludeert op basis van eerder onderzoek van denktank WRR dat individuele regelingen duurder uitvallen. PvdA-varianten om de fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies te beperken boven 45.000 euro inkomen leiden volgens ABP tot een inkomensachteruitgang voor ongeveer een miljoen werknemers met gemiddeld 2.125 euro. Ook verhoging van de pensioenleeftijd zet volgens ABP geen zoden aan de dijk, doordat oudere werknemers dan via andere sociale uitkeringen betaald zullen moeten worden.

Ook het huidige kabinetsbeleid dat een onderscheid maakt tussen uitvoering van pensioenregelingen (bij pensioenfonds of verzekeraar) en levensloop (verzekeraar) pakt volgens ABP verkeerd uit. Door de strikte scheiding krijgen werknemers volgens het ABP geen adequaat advies over een geïntegreerde regeling als zij er bijvoorbeeld langer tussenuit willen, en daarna doorwerken.

Verder zet het ABP vraagtekens bij de becijferingen die het CPB heeft gemaakt van de stijgende kosten van de vergrijzing. Volgens een woordvoerder van het fonds schat het CPB de rendementen van de pensioenwereld te laag in. Het CPB heeft deze prognoses verlaagd ten opzichte van eerdere becijferingen, die om minder bezuinigingen vroegen.

achtergrond:pagina 3