Saddam staat nu terecht om genocide tegen Koerden

In Bagdad is vanochtend het tweede proces begonnen tegen de in 2003 afgezette Iraakse leider Saddam Hussein, ditmaal wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid tegen de Koerden in Noord-Irak in 1988 in de laatste fase van de oorlog tegen Iran. Behalve Saddam staan zes vroegere legercommandanten terecht, onder wie zijn zelfs naar Iraakse maatstaven beruchte neef Ali Hassan al-Majid. Deze wordt ervan beschuldigd opdracht te hebben gegeven tot het gebruik van gifgas.

Saddam, die in zijn eerste, chaotisch verlopen proces zeer assertief optrad, weigerde vanochtend schuld te bekennen of te ontkennen. Hij wilde ook zijn naam niet geven: „die kent u”, zei hij tegen de rechtbankpresident. Verwacht wordt dat zijn advocaten zullen aanvoeren dat zijn optreden gerechtvaardigd was omdat Koerdische rebellen gemene zaak hadden gemaakt met de Iraanse vijand.

Het eerste proces tegen Saddam en zeven medeverdachten betrof de dood van 148 shi’itische inwoners van het plaatsje Dujail als vergelding voor een mislukte aanslag op de Iraakse president in 1982. De aanklager heeft tegen Saddam en drie anderen de doodstraf geëist. De rechter doet volgens plan 16 oktober uitspraak.

Het nieuwe proces betreft de zogeheten Anfal (oorlogsbuit) operatie, een zeven maanden durend offensief in het kader waarvan 2.000 dorpen met de grond gelijk werden gemaakt en honderdduizenden inwoners naar andere delen van het land werden overgebracht of vermoord. Volgens schattingen van Koerdische en internationale organisaties zijn er minimaal tienduizenden Koerden om het leven gebracht, en mogelijk meer dan 100.000, onder wie grote aantallen vrouwen en kinderen. De bevolkingen van hele dorpen zijn verdwenen. Arabieren uit het zuiden en midden van het land werden naar het noorden verplaatst om het Koerdische karakter van het gebied te elimineren.

De Iraakse troepen die aan de Anfalcampagne deelnamen, worden ervan beschuldigd mosterdgas en zenuwgas te hebben gebruikt. De chemische aanval op Halabja aan de Iraanse grens in maart 1988, waarbij 5.000 mensen om het leven kwamen, wordt echter niet beschouwd als onderdeel van Anfal. Hiervoor wordt Saddam eventueel nog apart berecht.

De rechtbankpresident, de shi’iet Abdullah al-Amiri, krijgt duizenden pagina’s bewijsmateriaal voorgelegd dat is gevonden in regeringsgebouwen in Noord-Irak waar westerse landen sinds 1991 een Koerdische autonome regio garandeerden. Een Amerikaanse functionaris zei gisteren dat de advocaten betere bescherming zullen krijgen dan in de Dujail-zaak. Drie van de advocaten van Saddam en zijn medeverdachten werden vermoord. (AP, Reuters)