Prominent op de allerlaatste plaats

Nogal wat politici volgen de sportieve ontwikkelingen op de voet. Het shirt van de kersverse Europees kampioen Bram Som was amper droog of de succesvolle 800-meterloper had vorige week premier Jan-Peter Balkenende aan de lijn. En wie kan zich nog de rol van staatssecretaris van Sport, Clémence Ross-Van Dorp, herinneren tijdens het WK voetbal? Zij moest ervoor zorgen dat niet alle ministers tegelijk op de tribune in Duitsland zouden zitten.

Natuurlijk is het publicitair verantwoord om je als politicus zij aan zij met sporters te presenteren. Maar cynisme is niet op zijn plaats: bijna iedereen in Den Haag weet dat sport in de harde en verdeelde maatschappij een belangrijke rol kan vervullen.

Lees er het net gepubliceerde conceptverkiezingsprogramma van het CDA maar op na. In ‘Vertrouwen in Nederland’ komt sport in allerhande samenstellingen maar liefst 36 maal voor. Oké, wat minder dan het begrip vertrouwen (149 keer), maar het is meer dan de weggestopte alinea waar sport vroeger op kon rekenen. Vroeger, toen het aantal gymuren op scholen drastisch terugliep en veel sportclubs naar de buitenwijken van de stad werden gedreven.

Aan fraaie taal in het CDA-programma geen gebrek. „Sport raakt alles wat we op dit moment in Nederland zo belangrijk vinden: gezondheid, veiligheid, normbesef, integratie en maatschappelijke binding.” Of: „Sport is goed voor de gezondheid en zorgt ervoor dat jongeren al vroeg leren iets in teamverband te doen. Bevolkingsgroepen ontmoeten elkaar.” Nog even en de Johan Cruyff Foundation kan zich met zijn trapveldjes voortaan volledig op het buitenland richten.

Maar zover is het nog niet, want hoeveel geld er volgens de grootste regeringspartij extra naar sport moet is onduidelijk. Maar liefst 450 miljoen euro – 1 miljard gulden in de tijd dat er nog schoolzwemmen bestond – wordt opzijgezet. Die berg geld moet wel worden gedeeld met zeven andere ‘sectoren’. Zoals integratie, jeugd, vrijwilligers en media.

Met op de laatste plaats in de opsomming? Sport. Op die stek hoef je normaal gesproken niet op een telefoontje van Balkenende te rekenen.

Erik van der Walle