Óns soort mensen, Joris, óns!

Het was voor mensen van ‘mijn generatie’ lastig kiezen gisteravond. Op Talpa begon de ‘Moeder aller reality-shows’ Big Brother – toch speciaal bedoeld voor mijn generatie – aan zijn zesde seizoen en bij de VPRO zaten mijn generatiegenoten Halina Reijn en Joris Luyendijk klaar voor de vierde Zomergasten van het seizoen.

Talpa probeert het kijkcijferkanon van weleer nieuw leven in te blazen door BB „nog gemener en nog spannender te maken”, zoals presentatrice Bridget Maasland het in de Kick Off-show (994.000 kijkers) noemde. Van de voyeuristische spanning van de eerste reeks is zes jaar na dato niets meer over. Om de spanning erin te krijgen zet Talpa zélf alles op alles om de bewoners te ontregelen.

Dus krijgen nog voordat de serie goed en wel begonnen is twee totaal onbekenden de opdracht om zich voor te doen als een stelletje tegenover de andere bewoners. Slagen ze daarin, dan verdienen ze een week goed eten voor alle bewoners. Zo niet, dan is het een week lang noodrantsoen.

De kandidaten werden kort voorgesteld aan het publiek, waarna ze over een verhoogde catwalk richting een enorm beeldscherm met openslaande deuren moesten lopen. Bridget: „Vergeet niet halverwege even je persmomentje te pakken en dan hup naar binnen.”

Gauw naar drie.

Die ‘persmomentjes’ vormden de rode draad in een zorgvuldig samengestelde thema-avond over roem, en de grens tussen fictie en werkelijkheid die actrice Halina Reijn (1975) in elkaar had gezet. Zij plaatste de door Big Brother geëxploiteerde hang naar beroemd worden in Zomergasten (394.000 kijkers) in een kader.

Dat Reijn zelf ook een exponent van deze tijd is, bleek uit het feit dat ze met een grote vanzelfsprekendheid drie uur lang voornamelijk over zichzelf zat te praten. Luyendijk (1971) voelde niet – zoals vorige week bij schrijver Leon de Winter – de behoefte om Reijn aan te pakken. Dat leek mede veroorzaakt door het feit dat Reijn Luyendijk continu betrok bij de door haar gekozen fragmenten. Luyendijk: „Het gaat wel veel over jouw soort mensen, hè?” Reijn: „Óns soort mensen Joris, ons.”

Na 2,5 uur gesprek constateerde Luyendijk dat Reijn weliswaar veel had verteld, maar dat hij dat allemaal ook al eerder in interviews had gelezen. Dat bleek bewust: „Ik kom open over, maar houd sommige dingen voor me.”

Die door Reijn zorgvuldig bewaakte grens tussen privé en publiek was weg in veel van de fragmenten die ze had uitgekozen. Van de platte verleidingsshow Temptation Island, via de documentairefilm Grizzly Man, tot het bevreemdende Tarnation van Jonathan Caouette. Als actrice vond Reijn die inkijkjes in de keuken van het leven „cadeautjes”, maar tegelijkertijd bevreemdde die openheid haar. Reijn: „Mensen willen beroemd zijn nu, en het kan ook met al die technische mogelijkheden. Je gebruikt een creatief medium als therapie. Dat is onze tijd.” „Is de camera nu wat mensen vroeger aan God vertelden?”, vroeg Luyendijk. Daar kon Reijn zich wel in vinden, de televisie als hedendaagse biecht. De vertoningen in Big Brothers eigen biechtstoel (de dagboekkamer) zijn daar vanaf vandaag 100 dagen lang het sprekende voorbeeld van.

Deze week kijkt plv. chef van de redactie politiek en bestuur Egbert Kalse (1973) naar het televisie-aanbod.