Naar de haaien

Het verhaal van de Vliegende Hollander stamt uit Terneuzen.

Hier wordt deze zomer Wagners opera over het spookschip opgevoerd.

In Terneuzen is het legendarische verhaal van de Vliegende Hollander begonnen. Kapitein Willem Vanderdecken wilde op Paasmorgen gaan varen. Zijn vrouw en bemanning hielden hem tegen, maar hij sprak godslasterend: „Ik zal varen, al is het tot aan het einde der tijden.” God hield hem aan zijn belofte. Zijn spookschip met zwarte masten en bloedrode zeilen werd de schrik van de zeeman. Volgens het verhaal was de kapitein de enige levende aan boord. De bemanning bestond uit dode schimmen die zwijgend zijn bevelen opvolgden.

Het Zeeland Nazomer Festival brengt dit jaar de opera Der fliegende Holländer (1843) van Richard Wagner. De overlevering van Terneuzen als geboortestad van Vanderdecken is zo sterk, dat de keuze voor deze locatie vanzelfsprekend is. Behalve de opera biedt het Nazomer Festival nog een maritiem spektakel. De salonboot de Hydrograaf vervult in de voorstelling De ondergang van de Titanic door de Duitse toneelschrijver Hans Magnus Enzensberger de rol van dit onzinkbaar gewaande schip.

Operacomponist Wagner zette het verhaal over de Vliegende Hollander naar zijn hand. De vloek die op de kapitein rust kan alleen worden verbroken als hij de eeuwige liefde van een vrouw verwerft. Daartoe moet hij eens in de zeven jaar aan land gaan om een vrouw te vinden. Met de aankomst van het fantoomschip begint Der fliegende Holländer. In de operahuizen krijgt het zeilschip altijd een gestileerde uitbeelding. We zien een flard van een zeil, een stuk boeg en mast. Regisseur Jeroen Lopes Cardozo krijgt in Terneuzen de beschikking over twee toonbeelden van de echte maritieme vloot. Het schip van de Hollander is de bark Europa, een authentieke driemaster uit 1911 die ooit dienst deed als lichtschip aan de monding van de Elbe.

Het andere belangrijke schip in de voorstelling is in Terneuzen de veerboot Montis. De beeldschone dochter Senta van kapitein Daland droomt al jaren van een man die met haar een hartstochtelijke toekomst tegemoet gaat. Deze man is de Vliegende Hollander. Zijn beeltenis hangt in het huis van Daland. Uur na uur staart dochter Senta ernaar. Hiermee is de dramatische romantiek van de opera gegeven: een zwervende man, een vader en een dochter. Zodra de Vliegende Hollander weet heeft van Senta is hij ervan overtuigd: zij zal hem verlossen van zijn noodlot.

In de uitvoering blijft de afbeelding van de stoere en tegelijk onheilspellend-aantrekkelijke Vliegende Hollander afwezig. Daarentegen prijkt op de landtong een reusachtige lijst van vijf meter breed en drie meter hoog. Hierdoor blikt Senta over het water, waar zij de bark Europa ziet naderen. Ook de toeschouwers kijken door deze lijst naar het spookschip.

Regisseur Lopes Cardozo en dirigent Ed Spanjaard volgen de partituur van Wagner zo getrouw mogelijk. Wagners romantische opera eindigt met liefdesverdriet en dood. De Vliegende Hollander koestert wantrouwen jegens Senta, ondanks haar belofte van eeuwige trouw. Hij kiest opnieuw voor de zee. Senta bewijst haar liefde door van een overhangende rots te springen. Op dat ogenblik vergaat het schip van de Hollander. Boven de golven, in het gloeiende licht van de zonsondergang, omhelzen de schimmen van Senta en de kapitein elkaar.

Schippers die God uitdagen of op zijn minst zichzelf als goddelijk wanen, horen van oudsher bij de scheepvaart en de verovering van de zeeën. De bouw van het cruiseschip Titanic, het hoogtepunt van technologisch vernuft aan het begin van de 20ste-eeuw, is ook een soort Vliegende Hollander-daad van hoogmoed. Het schip werd ‘onzinkbaar’ geacht en ‘zelfs God de vader zou niet in staat zijn deze schuit te doen zinken’. Toch ging het schip in april 1912 op zijn eerste reis, de maiden trip, van Southampton naar New York ten onder. Oorzaak: aanvaring met een ijsberg op ongeveer 400 kilometer uit de kust van Newfoundland.

Speelt de opera van Wagner tijdens het Zeeland Festival op een vaste locatie, bij de voorstelling De ondergang van de Titanic schepen de toeschouwers zich in voor een korte reis langs de Zeeuwse eilanden. Dramaturg Alex Mallems bewerkte het gelijknamige epische gedicht van Hans Magnus Enzensberger tot een drama voor drie personages: een barman, een schrijver en een vrouwelijke ingenieur die al port drinkend de laatste reis van haar leven maakt. De regie is in handen van Stef De Paepe.

Voor Enzensberger staat de Titanic symbool voor de westerse beschaving die aan hoogmoed ten onder is gegaan. Zijn tekst is pure poëzie. Alex Mallems zegt dat de voorstelling niets met de realistisch-dramatische verfilmingen te maken heeft: „Het gaat om de taal, om de beelden die het gedicht oproept.” In prachtige passages schrijft Enzensberger over de botsing met de ijsberg. Dat beeld heeft altijd het sterkst tot de verbeelding gesproken: hoe kan een onzinkbaar schip door een ijsberg vernietigd worden? Enzensberger: „Dat is het. Een ijzige vingernagel/ die aan de deur krabt en weer stokt./ Er scheurt iets. Een oneindige baan zeildoek,/ een sneeuwwitte strook linnen,/ die eerst langzaam,/ maar dan sneller en sneller/ en sissend in tweeën scheurt”.

De vergelijking tussen de plaatstalen, onverwoestbaar geachte romp van de Titanic met zoiets lichts en wits als een zeildoek is veelzeggend.

Zeeland Nazomer Festival, 29/8 t/m 9/9. Richard Wagner: Der fliegende Holländer. Regie: Jeroen Lopes Cardozo. Dirigent: Ed Spanjaard. Hans Magnus Enzensberger: De ondergang van de Titanic. Regie: Stef De Paepe. tel: 0900-3300033.www.nazomerfestival.nl;