Luwte bestaat niet

Zo, kom je spioneren, vroeg ik Ron Jans.

Met een donkere zonnebril op zat de trainer van FC Groningen twee weken geleden op de tribune in De Kuip klaar voor de eerste serieuze oefenwedstrijd van Feyenoord. De Rotterdammers moesten spelen tegen Middlesbrough. Ron Jans glimlachte. Hij had een gloednieuw opschrijfblok op schoot liggen.

Ik wist dat Groningen de eerste competitiewedstrijd tegen Feyenoord zou spelen en voorspelde hem een goede seizoenstart. Het afgeknotte Feyenoord zou puntloos uit Groningen terugkeren. Hij liet zich niet in de kaarten kijken, maar op zijn gezicht was het zelfvertrouwen af te lezen.

In De Kuip gonsde het toen al dat Dirk Kuijt zou vertrekken. Het gerucht ging dat daarna onmiddellijk de Groningse spits Erik Nevland aangetrokken zou worden. „Dat zou ik niet doen”, antwoordde Jans. „Niet alleen omdat ik Nevland graag wil houden, maar die jongen heeft het in Groningen uitstekend naar zijn zin, bij de club en in de stad.”

„Je bedoelt: het is een echte streekvoetballer”, zei ik en de trainer knikte.

Ruim voor het eindsignaal van de oefenwedstrijd vertrok Ron Jans uit De Kuip. Er stond genoeg over ‘het nieuwe Feyenoord’ in zijn opschrijfboekje.

Na afloop van het oefenduel stond Peter Bosz in de persruimte van het stadion. Ik sprak de technisch directeur van Feyenoord aan op het komend vertrek van Dirk Kuijt. Tegen beter weten in hoopte hij dat de kalenderblaadjes geruisloos zouden vallen tot de transfermarkt sloot.

Ik vertelde Bosz mijn sombere scenario. Feyenoord verliest Kuijt, verliest van Groningen en drie wedstrijden later van PSV en mag dan in de luwte gaan knokken voor een plekje in de play-offs. Peter Bosz keek me aan. Luwte? Luwte bestond niet in De Kuip. Een paar verloren wedstrijden en een storm zou opsteken in Rotterdam-Zuid.

Gistermiddag las ik de eindstand van FC Groningen tegen Feyenoord (3-0) op het display van mijn mobiele telefoon terwijl de Thalys terugkeerde uit Parijs. Tijdens de treinreis keek ik steeds tegen de rug van een Ajax-supporter aan. Hij droeg een shirt met ‘Stam’ erop. Ik zat in pak een paar plaatsen achter hem. Stel je voor dat ik de naam van Feyenoords aankoop ‘Kolkka’ op mijn rug had gedragen. Dan kom je niet meer terug van het toilet en zit je uren zwetend op een vieze bril.

Peter Bosz heeft gelijk; luwte bestaat niet in Rotterdam. Er waait in de stad sinds gisterenmiddag al een gure wind. Diezelfde Bosz moet nu de loodzware clubportemonnee openen voordat hij van onderen uitscheurt. Er is tenslotte 26 miljoen verdiend aan de verkoop van Kuijt en Kalou.

Het ontbreekt Feyenoord aan een verdediger die het vertrouwen heeft om de bal te vragen en slim op te bouwen. En er ontbreekt, heel simpel, een doelpuntenmaker. Een spits die niet terugdeinst voor de tweede ring in het stadion en de vergelijking aandurft met Dirk Kuijt. Dirk Kuijt. U weet wel, die jongen met de blos op de wangen die bij FC Utrecht het imago van een streekvoetballer had, zich bij Feyenoord opwerkte tot spits van nationaal belang en nu bij Liverpool de stap waagt om een internationale spits te worden.

Of het Kuijt lukt op het hoogste plan te slagen, is een tweede. Maar ‘lef’ kan hem niet ontzegd worden. En lef is iets waaraan Feyenoord – binnen en buiten het veld – dringend behoefte heeft.