Investeer en onderneem

Het was een beetje brutaal wat twee aandeelhouders van Ahold onlangs deden: publiekelijk eisen dat de eigenaar van Albert Heijn wordt opgebroken. Reden: de te lage rendementen bij Aholds supermarkten in Amerika. Die dragen niet bij aan verhoging van de beurskoers, zijn niet in het belang van de aandeelhouders en moeten worden verkocht. Vinden de Britse en Amerikaanse hedge-fondsen Centaurus Capital en Paulson & Co., die samen 6,4 procent van Aholds aandelen bezitten.

Hedge-fondsen zijn vermogensbeheerders die scherpe eisen aan directies van beursondernemingen stellen, de boel opstoken in de verwachting dat ze andere aandeelhouders achter zich krijgen en bij verkoop of opsplitsing een snelle winst hopen te pakken. Ze worden ten onrechte op één hoop gegooid met de (buitenlandse) investeringsmaatschappijen die steeds vaker in het Nederlandse bedrijfsleven actief zijn. Deze zogeheten private equity-fondsen zijn financiers die ondernemingen opkopen, saneren en/of weer rendabel maken en binnen enkele jaren hun eigendom weer van de hand doen. Meestal tegen hogere bedragen dan waarvoor ze gekocht werden.

Tal van Nederlandse ondernemingen zijn in handen van dergelijke investeerders: van de warenhuizen van V&D en de Bijenkorf tot kabelaars en uitgeverijen, zoals VNU en PcM, eigenaar van deze krant. Private equity-fondsen werken wereldwijd en storen zich niet aan landsgrenzen. Niets is heilig voor deze financiers die, naarmate ze zich nadrukkelijker manifesteren, vaker worden uitgemaakt voor roofridders, barbaren en sprinkhanenplagen. Ze maken Nederlandse ondernemingen (of vul maar in: Duitse, Franse, Belgische) minder Nederlands. Het woord uitverkoop is al gevallen.

Een van de nestors van het Nederlandse bedrijfsleven, voormalig ING-topman Jacobs, waarschuwde onlangs in NRC Handelsblad tegen de oprukkende buitenlandse hordes. Hij is geen liefhebber van het soort vrijpostige hedge-fondsen zoals die nu bij Ahold actief zijn. Oud-ABN Amro-chef Kalff voegde zich bij hem toen hij zaterdag in de Telegraaf zei dat bestuurders en commissarissen van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen zich tegen de investeerders moeten verweren. En nu mengt minister Wijn (Economische Zaken, CDA) zich in het debat. Hij wil een conferentie met bedrijfsleven en investeerders om zijn zorgen te bespreken over overnames door buitenlandse financiers.

Een gesprek kan natuurlijk geen kwaad. Maar woorden als barbaren en uitverkoop van het Nederlandse bedrijfsleven moeten óók in dit licht worden geplaatst: investeringsmaatschappijen kunnen een zegen zijn voor suffende, slechtgeleide bedrijven. Ze leggen genadeloos maar terecht de rotte plekken bloot. Ze dienen de korte termijn, zeker. Maar welk bedrijf kijkt tegenwoordig verder dan zijn kwartaalcijfers? De investeerders proberen in ieder geval te ondernemen. Dat doen overigens de conglomeraten van Jacobs en Kalff ook. ING en ABN Amro kopen zélf in het buitenland bedrijven op en bedienen met financiële adviezen de gewraakte fondsen. Dat maakt de aanklacht dubbelzinnig.

Investeringsmaatschappijen zijn doorgaans niet de nieuwe boemannen waarvoor ze worden uitgemaakt. Misschien is het ergerlijkste nog hun relatieve onbekendheid bij het publiek. Omdat ze over de belangen van duizenden gaan, is meer openheid en het afleggen van verantwoording vereist. Dat hoort bij proper ondernemen.