Gibraltar is zuinig op zijn grissende makaken

Hoe koestert een land zijn natuur? Onze correspondenten reizen deze zomer langs natuurparken. Gibraltar koestert zijn makaken, ook al bestelen zij de toeristen.

Er waait vandaag een koude wind tegen het Upper Rock Nature Reserve in Gibraltar, vermoedelijk het kleinste en zeker het steilste natuurpark van Europa. Gibraltar markeert de grens tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Aan de Marokkaanse kant van de zeestraat rijst de imposante Djebel Musa op: de zuilen van Hercules die de toegangpoort tot de oude beschaving markeren.

De bezoekers van het Upper Rock Nature Park zijn duidelijk niet gekomen voor het uitzicht. Gezette, bleke Britten laten zich met de kabelbaan de rotswand ophijsen. De hoofdattractie van het park wacht even verderop op een nieuwe lading pinda’s. Gibraltar vormt de enige plek in Europa waar de staartloze Berbermakaak in het wild valt te bewonderen.

Hoewel de merchandising op de Britse kolonie goede zaken doet met sympathiek grijnzende apenpoppetjes, blijkt de makaak in de praktijk eerder angst onder de bezoekers te zaaien. Kinderen maken zich gillend uit de voeten wanneer het aangeboden snoepgoed wat al te gretig wordt weggegrist. De baby-aapjes wekken algemene vertedering, die echter vrij snel weer verdwijnt als een van de apen het uit verveling op een gapen zet waarbij een angstwekkend groot gebit met puntige tanden wordt getoond. Er zijn geen hekken of verzorgers in het reservaat.

John Cortéz, secretaris-generaal van de Gibraltar Ornithological & Nature Society die het natuurpark onder zijn hoede heeft, zucht even als de apen ter sprake komen. Liever praat Cortéz, tevens directeur van de botanische tuinen van Gibraltar, over het mysterie van de Dragoboom, die alleen voorkomt op de Canarische eilanden en in sommige streken van Marokko, maar ook in Gibraltar goed gedijt. Of over de rijke verzameling mossen die op Gibraltar voorkomt.

Maar goed, de apen dus. Het zijn er duidelijk te veel. Gibraltar telt 240 makaken, verdeeld over zeven groepen. Omdat de dag niet geheel en al doorgebracht kan worden met pinda’s eten en elkaar vlooien, plant de apenkolonie zich voorspoedig voort. Niet zelden onder het toeziend oog van de bezoekers. „Als een groep veertig exemplaren heeft bereikt splitsen ze zich af. In Marokko kunnen ze dan nog altijd de Atlas in trekken. Maar hier rukken ze op in de restaurants en de huizen van de mensen’’, aldus Cortéz.

En dus wapent Gibraltar zich tegen de aap. Vuilniscontainers worden met gaas afgezet, horren voor de ramen moeten de apen buiten houden. Een bezoekje aan de lokale vuilnisstort, aan de oostkant van de rots, leert dat de apen hier hun speeltuin hebben ingericht en elkaar met voedselresten bekogelen. „De mensen vormen het probleem”, meent evenwel natuurparkbeheerder Cortéz. Sinds de apen door taxichauffeurs leuke truckjes kregen aangeleerd, zoals het doorzoeken van tasjes naar chocola, werd menig toerist door een snelle greep ontdaan van zijn camera of portefeuille. Krijsend van de pret verdwijnt zo’n makaak vliegensvlug de rotswand op, om zijn buit op een onzichtbare plek uit elkaar te trekken.

Oudere mannen in stalletjes blijken echter goede zaken te doen met zakjes pinda’s. Voeden is eigenlijk verboden, zegt Cortéz. „Iedere dag wordt de hele kolonie door ons gevoederd met voedsel van hotelkwaliteit.” Gibraltar is zuinig op zijn apen. En niet alleen uit toeristische overwegingen. Volgens de legende zou de kroonkolonie verloren gaan – aan de Spanjaarden bijvoorbeeld – als de makaak Gibraltar zou verlaten. Winston Churchill zag er persoonlijk op toe dat de apenkolonie in de schaarste van de Tweede Wereldoorlog werd bijgevoederd. Het zijn dan ook waarschijnlijk de Britten die aan het begin van de achttiende eeuw, toen de rotspunt door een Brits-Hollandse vloot werd veroverd, de apen hebben geïntroduceerd. De apen zouden theoretisch de laatste IJstijd op de rots gebleven kunnen zijn, maar daar zijn geen historische vermeldingen van. Genetisch zijn de makaken verwant aan hun familiegenoten in Algerije, net als de makaak aan de overkant, in de Marokkaanse Rif, aldus Cortéz.

Als het aan de Gibraltar Ornithological & Nature Society ligt, bevindt zich daar ook de oplossing van het probleem van overbevolking. Afschieten van apen zou verreweg het simpelst zijn. „Maar dat ligt emotioneel nogal gevoelig”, aldus Cortéz. Dus wordt nu gewerkt aan plannen om een deel van de kolonie te vangen en naar Marokko te brengen. Daar kampt men immers met het omgekeerde probleem: de makakenpopulatie is de laatste jaren teruggelopen. De Marokkaanse collega’s zijn van goede wil, zo onderstreept Cortéz, maar helaas bevinden de plannen zich nog een pril stadium.

Bezoekers die het Upper Rock Nature Reserve te voet beklimmen kunnen trouwens behalve apen nog meer moois te zien krijgen, zo onderstreept de parkbeheerder. De Berberpatrijs bijvoorbeeld, of de vale gier. Veel inheemse flora, die echter weer bedreigd wordt door een andere vijand: de klimaatverandering. Inmiddels zijn de avocado’s en mango’s opgerukt tot aan de poorten van Gibraltar. Funest voor Gibraltar Campion, een klaverachtig plantje dat sinds 1824 voor uitgestorven werd gehouden maar tien jaar terug tot groot enthousiasme van de botanici plots werd teruggevonden. Cortez: „Het Upper Rock Nature Reserve is geen moment te laat gekomen.”

Dit is deel tien in een serie. Eerdere delen zijn te lezen op www.nrc.nl/buitenland