Frisse gitaren en oude rockers op Lowlands

Muziekfestival Lowlands. Gehoord: 18 t/m 20 augustus. Biddinghuizen, Flevoland.

Het was het Lowlandsfestival van de grote verzoening tussen de muziekgeneraties. Jong en oud zongen mee met The Beatles vertaald in het Nederlands, rond een circustent die gelegenheidsband ‘De Kevers’ ruim baan gaf. Van Katoen-zanger Bazz was een van de leuksten met She loves you, want die zong tenminste brutaal „Zij houdt van mij mij mij!” Waar Luie Hond haar Nederlandstalige reggae in de stijl van Doe Maar nog net iets authentieker Jamaicaans liet klinken, mochten hiphoppers De Jeugd van Tegenwoordig zich schaamteloos vals vergrijpen aan The Beatles’ Come together (‘Samen komen’ in de Kevers-versie).

Waar Iggy & the Stooges onder veel belangstelling teruggrepen op hun onverwoestbare repertoire van 37 jaar geleden, kon het jonge Australische gitaartrio Wolfmother vrijelijk putten uit de hardrocktraditie van Deep Purple en Led Zeppelin. De negentienjarige zanger Paolo Nutini met zijn prachtig gruizige stem claimde de toekomst van de soul. En waar jonge Britse gitaarbands The Dead 60’s en Dirty Pretty Things een nieuw soort opwinding veroorzaakten, klonken in hun fanatisme echo’s door van de ruwe passie van The Jam en The Clash.

Tussen al die frisse gitaargroepen was er veel aandacht voor de rockklassiekers. Urban Dance Squad kwam opnieuw bij elkaar, een beetje roestig en verbeten onder aanvoering van de in militair tenue gehulde legerleider Rude Boy. Shocking Blue was vertegenwoordigd in de daverende coverversie van Send me a postcard waarmee de Amerikaanse hobbyrockers The Raconteurs hun set begonnen. Andere hernieuwde kennismakingen vielen minder makkelijk: het snerpend harde Ministry dat zich in lachwekkende Hells Angels-pakkies had gehesen en het Zeeuwse Gorefest dat twaalf jaar geleden de grenzen van de rock & roll verkende met lugubere death metal, maar dat nu met die afgezaagde gromstem vooral een komisch effect had. Massive Attack, de enige dance-act van naam, bracht niet veel meer dan een indrukwekkende lichtshow met weilandvullende zoemtonen.

Innovaties kwamen uit onverwachte hoek. Twee vriendelijke hippies met een beschilderde Pipo-caravan probeerden de Lowlanders te interesseren voor Gezond Inhaleren van hun kruidenmengsel ‘Dutch Spirit’, dat ouderwetse sigaretten of zelfs wiet roken overbodig maakt. Ze lieten voorbijgangers lurken aan een pastic zak met dampen van munt- en longkruid en beloofden „de meest perfecte raket naar boven”. De enorme hamburger- en bierconsumptie van de 55.000 bezoekers op een uitverkocht en toch niet overbevolkt Lowlands (in het verleden werden nog wel eens 10.000 mensen meer toegelaten) werd gecamoufleerd door een Fun Fair waar ideologisch verantwoord voedsel te krijgen was, of kleding gemaakt van hennep en eerlijke katoen.

Naast officiële theatervoorstellingen in de altijd volle Juliet-tent waren er plotseling tussen het publiek opduikende ‘verschijnselen’ zoals de trieste clowns die met geen mogelijkheid aan het lachen te krijgen waren, hoe zeer ze ook werden gekieteld of verwend met biertjes en blote borsten.

‘Love’, of liever LLOV, was het thema van Lowlands dat ook in zijn vormgeving van oude Claw Boys Claw-rocker Peter te Bos altijd bijzondere invalshoeken kiest. Met het eigen dagblad Daily Paradise, een camping-radiostation en een per bootje bereikbare sauna was Lowlands een stad op zich, die zich twee dagen lang in een stralend zonnetje koesterde.

Pas op zondag barstten de buien los en veranderde het veld binnen een oogwenk in een zompig moerasgebied waar het voor de roekelozen onder het publiek goed moddersurfen was.

Op zaterdag stond de precisie-metal gericht op nieren en oorschelpen van Mastodon in scherp contrast met de subtielere muziek van Guillemots en Psapp, perfect voor een picknick met dappere saxofoonklanken en vrolijke dierengeluiden uit speelgoedapparaatjes. De Scissor Sisters brachten hun nichtendisco met veel camp, hoge stemmetjes à la The Bee Gees en pogingen tot zelfgemaakte musicaldeunen. De Balkan-beat van Gogol Bordello riep de vergelijking op met de etnische feestmuziek van Mano Negra, zij het dat de naar New York uitgeweken Balkanboys met hun accordeon een melancholieke sfeer meebrachten. Mooie muziek voor de vallende avond bij een milde miezerregen.

De zondagmiddag bracht de verrassend ambitieuze big band-arrangementen die Pete Philly & Perquisite meegaven aan hun stuwende hiphop-soul. Ook de Engelse groep Hot Chip onttrok zich aan de alles overheersende opmars van de gitaren. Met vijf synthesizers lieten ze hun pittige popliedjes swingen. Terwijl de regen met bakken uit de lucht kwam, klonk Hot Chip als een Kraftwerk met ballen. Panic At The Disco, Broken Social Scene en The Kooks bewezen zich als frisse bands die het waard zijn om ze nog eens buiten festivalverband op te zoeken.

Aller ogen waren gericht op The Arctic Monkeys, de band uit Sheffield die driekwart jaar geleden nog in het bovenzaaltje van Paradiso stond en die na internetsucces en een gezonde cd-verkoop nu al tot de meest gewilde publiekstrekkers behoorde. In tegenstelling tot hoofdact Muse die een grote flipperkast aan licht- en geluidseffecten open trok bij hun overspannen en kortademige Radiohead-imitatie, hielden de Arctic Monkeys het betrekkelijk simpel en bleven ze met hun nieuwe bassist trouw aan de pure rammelgitaarpop van hun platen. Dat ze zich bewezen als een geschikte festivalact, pleit voor de scherpe voordracht en de intelligente teksten van de nog maar 21-jarige Alex Turner en de winnende eenvoud van hun muziek, niet anders dan Lennon & McCartney het zouden hebben gedaan.

Alex Turner wist even niet hoe hij het had, toen hij zelfs bij het stemmen van zijn gitaar een ovatie kreeg. Wat hij niet zag was het clubje met modder besmeurde feestgangers dat achter een grote vlag in volle vaart door het terugdeinzende publiek stormde, de heuvel op en opnieuw de modder in. Op zo’n boeiend en enerverend festival zit het collectieve plezier in een klein hoekje, zelfs wanneer je tentje is weggedreven.