De Bill Gates van het basketbal

Dikembe Mutombo (40) is, zowel letterlijk als figuurlijk, Congo’s grootste topsporter. Én weldoe- ner. Over twaalf dagen opent de basketballer in Kinshasa een ziekenhuis, dat hij grotendeels zelf financierde. „Iemand moet het voorbeeld geven.”

Een broekie was hij nog maar, een speler zonder enige naam en faam. Stond hij daar in het veld, plotseling oog in oog met een van Amerika’s grootste basketballers aller tijden. En vroeg hij Michael Jordan tot diens stomme verbazing of die in staat was de bal met gesloten ogen in het netje te gooien vanaf de vrije-worplijn. Keurig deed de sterspeler wat van hem gevraagd werd. En wat zei His Airness vervolgens tegen de zichtbaar geamuseerde Afrikaan? „Welcome in the NBA, son.”

Dat was vijftien jaar geleden, toen Dikembe Mutombo zijn entree maakte in de Noord-Amerikaanse profbasketbalcompetitie (NBA). Als rookie die kort daarvoor was ingelijfd door Denver Nuggets. Niemand kende hem destijds, die boomlange (2 meter 18) center die werd geboren op 25 juni 1966 in wat toen nog Zaïre heette. Weer een Afrikaan in ’s werelds grootste en sterkste basketbalcompetitie. Ditmaal niet uit Nigeria, zoals de al even rijzige Hakeem Olajuwon van Houston Rockets, maar uit het hart van Afrika: het door dictator Mobutu Sese Seko bestierde voormalige Belgisch Congo. Het publiek moest nog maar zien of het wat zou worden met die slungel, die in 1987 een studiebeurs had gekregen van een charitatieve instelling om de oversteek naar de Verenigde Staten te maken.

Maar het duurde nog geen jaar of de vaste fans en volgers waren overtuigd van Mutombo’s – vooral defensieve – kwaliteiten. In recordtempo had de voormalige student van de Georgetown University zich bewezen als een ‘balafpakker’ van formaat. Met een gemiddelde van ruim zestien punten, twaalf rebounds en bijna drie blocks per wedstrijd werd Mount Mutombo (‘Berg Mutombo’) na zijn eerste jaar als prof meteen uitverkoren in het All-Star Team. Wie was deze op het oog immer vrolijke jongeman? Nummer zeven uit een gezin van tien kinderen, zo bleek. Zeer religieus opgevoed, met een onverwoestbaar geloof in God, en naar Amerika gekomen met de bedoeling om in de voetsporen te treden van zijn gerespecteerde oom: een hartchirurg die zijn brood verdiende in Washington. Zo wilde Mutombo senior het.

Maar zijn zoon bleek ongehoorzaam. Een in Amerika bekende basketbalcoach, John Thompson, moedigde zijn pupil aan zich verder te bekwamen in de sport die hij in eigen land slechts spelenderwijs had beoefend. Die aansporing vond gehoor. Zij aan zij met Alonzo Mourning, een later gewaardeerde kracht bij Charlotte Hornets, Miami Heat en New Jersey Nets, maakte Mutombo zoveel indruk bij het universiteitsteam van Georgetown dat de shotblocker in de zomer van 1991 mee mocht doen aan de jaarlijkse draft (uitverkiezing jong talent) van de NBA. Als vierde werd hij gekozen, door de Nuggets, waar Mutombo vier seizoenen lang zou spelen, voordat hij overstapte naar Atlanta Hawks.

Daar, in het zuiden van de Verenigde Staten, bleek Dikembe Mutombo Mpolondo Mukamba Jean Jacques Wamutombo, zoals hij officieel heet, meer dan een getalenteerde basketballer, die kan pronken met de op één na (Shaquille O'Neal) grootste schoenmaat uit de NBA: 58. Terwijl zijn vaderland langzaam maar zeker desintegreerde, als gevolg van oorlog en anarchie, werd de arts in hem wakker die hij in werkelijkheid nooit was geweest. „Ik wilde wat doen, ik wilde niet lijdzaam toekijken”, verklaarde hij nadien meer dan eens, zodra hem werd gevraagd naar zijn ‘plotselinge bekering’ tot de naastenliefde.

In 1997 richtte hij de Dikembe Mutombo Foundation op, en de pretenties van zijn liefdadigheidsorganisatie logen er niet om: de basketballer stelde zich ten doel de levensomstandigheden van zijn arme landgenoten te verbeteren. Vooral de kindersterfte in zijn vaderland, waar één op de vijf kinderen voor het vijfde levensjaar overlijdt, trof hem. Als vader van zes kinderen, van wie vier geadopteerde neefjes en nichtjes, kon Mutombo niet langer leven met de gedachte dat zijn landgenoten dagelijks een strijd van letterlijk leven of dood moeten voeren, terwijl zijn gezin onbekommerd genoot van de luxe in het rijke Westen. „Hoe kan ik gelukkig zijn als zij daar lijden?”, vroeg hij zich met regelmaat af in interviews.

Een jaar eerder had Mutombo voor het eerst aangetoond over een groot hart te beschikken. Hij adopteerde het nationale vrouwenbasketbalteam van Zaïre, en nam vrijwel alle kosten (kleding, materialen, vliegreizen) van de ploeg voor zijn rekening, zodat de selectie ongestoord kon deelnemen aan de Olympische Spelen in Atlanta. Op hulp uit eigen land, waar dictator Mobutu langzaam de grip verloor, hoefden de basketbalsters niet te rekenen. Ook de baanatleten stond hij bij.

Enthousiast, en vertrouwend op zijn natuurlijke charme, ging hij op zoek naar donateurs. Mutombo spreekt zijn talen: Engels, Frans, Spaans, Portugees, Lingala, Tshiluba en nog drie Bantoetalen. Hij stak fraaie betogen af over de schoonheid van zijn continent, als hij het woord nam tijdens de door hem georganiseerde fundraisers. Steevast hield hij zijn gehoor een oud Afrikaans gezegde voor: „Wie de lift naar boven neemt, moet niet vergeten ’m weer naar beneden te sturen, zodat iemand anders de weg naar boven kan afleggen.”

Onopgemerkt bleef Mutombo’s inzet en vrijgevigheid niet. Het gezaghebbende tijdschrift Time zette hem ruim drie jaar geleden op de omslag, samen met onder anderen U2-zanger en wereldverbeteraar Bono, onder de noemer ‘Afrikaanse held’. In slechts zeseneenhalve seconde verdiende Mutombo waar zijn vader, een eenvoudige schoolmeester uit Kinshasa, een heel jaar voor moest werken, zo becijferde het blad: 450 dollar. Maar in tegenstelling tot de meeste van zijn vaak goedbetaalde collega’s stak hij zijn fortuin niet in eigen zakken. Hij werd de Bill Gates van de topsport: een grootverdiener die, net als de software-entrepreneur uit Seattle, allesbehalve gierig is. „Ik moet accepteren wat God mij gegeven heeft”, vertelde de altruïst vier jaar geleden in een vraaggesprek met The War Cry, het huisorgaan van het Amerikaanse Leger des Heils. „Je kan niet zeggen: ik wil niet lastig gevallen worden door andermans ellende. Zolang ik op deze aarde ben, zal ik elke dag opnieuw alles doen wat binnen mijn vermogen ligt om anderen te helpen. God heeft ons allen hier neergezet om een bepaalde plicht te vervullen.”

Het eerste project van Mutombo’s welzijnsorganisatie betrof de bouw van een driehonderd bedden tellend ziekenhuis, aan de rand van zijn geboortestad Kinshasa. Een ambitieus voornemen, in een land waar corruptie de bestuursvorm is en de haperende gezondheidszorg een afspiegeling is van de deplorabele staat waarin het land verkeert. Indirecte aanleiding voor Mutombo’s privé-initiatief was de dood, nu zes jaar geleden, van zijn moeder, die werd getroffen door een beroerte en stierf bij gebrek aan medische zorg. Het hospitaal, dat over twaalf dagen officieel zijn deuren opent, draagt dan ook haar naam: het Biamba Marie Mutombo Hospital.

Maar de totstandkoming van Mutombo’s droom verliep aanzienlijk moeizamer dan hij vermoedde. Zelf doneerde hij 15 miljoen dollar (11,7 miljoen euro). En het resterende bedrag van de 29 miljoen dollar kostende bouwoperatie? „Ik had gedacht dat het makkelijk zou zijn, dat ik wat rijke mensen zou bellen die ik ken als basketballer, en dat het in negen maanden geregeld zou zijn”, bekende hij deze maand. Met name zijn collega’s uit de NBA bleken minder vrijgevig dan Mutombo, veertig inmiddels en komend seizoen bij Houston Rockets goed voor een jaarsalaris van 2,2 miljoen, had gehoopt.

Soepel verliep de bouw toch al niet. Tientallen zwervers bouwden de afgelopen jaren een hutje op de beoogde bouwgrond, nabij het vliegveld van Kinshasa. Mutombo moest de hulp van de Congolese autoriteiten inroepen om het terrein schoon te vegen. Veertig vrouwen betaalde de weldoener, opnieuw uit eigen zak, een ‘oprotpremie’ van 100 dollar per persoon. Om de resterende zeven miljoen bijeen te krijgen, zal hij ook de komende jaren nog geld moeten inzamelen.

Maar dat, zo vindt Dikembe Mutombo, is geen straf.