Calimerocomplex

Onderzoekers van Instituut Clingendael, zo konden we onlangs in deze krant lezen, waren opgewonden over de uitzending van Nederlandse militairen naar Uruzgan, omdat deze missie ons van ons ‘Calimerocomplex’ zou kunnen afhelpen.

Zoals oudere lezers wel zullen weten, dankt het Calimerocomplex zijn naam aan Calimero, een eendje in een tekenfilm dat gebukt ging onder een fors minderwaardigheidscomplex. Althans, hij zei altijd: „Zij zijn groot en ik is klein, en dat is niet eerlijk” – woorden die gevleugeld zijn geworden.

Calimero is in 1963 bedacht door de Italiaanse tekenaar Antonio Pagotto, beter bekend als Toni Pagot. Samen met zijn broer Nino creëerde hij Calimero voor een reclamecampagne van het wasmiddel AVA. Calimero klaagde dat niemand hem aardig vond, omdat hij zwart was. „Je bent niet zwart, je bent alleen maar vuil”, luidde de reclameslogan van AVA. De naam Calimero ontleende Toni Pagot aan de kerk in Milaan waar hij was getrouwd: San Calimero.

Al snel kwamen er Calimero-avonturen op de markt zonder reclameboodschap. In Nederland werd de serie sinds 1972 op tv uitgezonden, waarbij de stem van Calimero werd verzorgd door hoorspelactrice Corry van der Linden. Op zijn hoofd droeg Calimero een halve eierdop met een barst. Door de gelijkenis met de aerodynamische wielrennershelm wordt die wel een Calimerohelm genoemd. In de kranten lees je ook geregeld over het Calimero-gevoel, het Calimero-effect en het Calimero-syndroom.

„Prominenten van binnen of buiten de politiek hebben zich nog niet gemeld voor Marco Pastors’ rebellenclub”, meldde nrc.next onlangs. In 1999 schreef de Grote Van Dale nog bij het woord rebellenclub: ‘naar Sjors van de rebellenclub van H.G. Kresse’. Dit was echter een vergissing, want Hans G. Kresse (1921-1992) was de maker van Eric de Noorman. Sjors van de Rebellenclub is een bewerking van Perry (Winkle) and the Rinkydinks, die Martin Branner maakte voor de Chicago Tribune. In 1930 kwam Panorama met een aparte wekelijkse stripbijlage met de titel Sjors. Vanaf 15 september 1950 heette dit blad De Rebellenclub, en vanaf 11 september 1954 Sjors van de Rebellenclub. De avonturen van Sjors en zijn club werden indertijd gemaakt door Frans Piët (1905-1997), een naam die inmiddels ook de Grote Van Dale heeft gehaald. De strip ging over Sjors, die met zijn drie vriendjes allerlei kwajongensstreken uithaalt.

In kranten wordt rebellenclub opmerkelijk vaak voor sportclubs gebruikt. Daarnaast kom je het woord tegen in verband met amateuristische guerrillabewegingen, organisaties van medische specialisten, en politici die geen blad voor de mond nemen, zoals Marco Pastors (en vóór hem Pim Fortuyn). De voormalige minister van Cultuur, Rick van der Ploeg, had als bijnaam ‘Rick van de Rebellenclub’.

Wie op internet zoekt naar de formulering „sneller dan zijn schaduw”, ziet meteen tientallen varianten opduiken, zoals „De moderator die sneller webt dan zijn schaduw”, „De man die sneller liegt dan zijn schaduw” (over Jörg Haider) en „Rukkie Ruk, de man die sneller komt dan zijn schaduw”.

Wij danken deze zinswending aan de Vlaming Maurice de Bévère (1923-2001), de geestelijke vader van Lucky Luke, de eenzame cowboy die sneller schoot dan zijn schaduw. De Bévère, die tekende onder de naam Morris, bracht zijn eerste Lucky Luke-album uit in 1946. Overigens draaide Lucky Luke aanvankelijk onverstoorbaar shagjes, maar toen hij ook in de Verenigde Staten succes kreeg, stopte de cowboy subiet met roken. Voortaan kauwde hij op grassprietjes.

Ewoud Sanders