(6) De datsja - Een nieuw begin

datsja.jpgHet was Appeldankdag zaterdag, of hoe je Jablotsjni Spas ook wil vertalen. Een dag om fruit te plukken, de Here te loven en drie flessen wodka te drinken. Dat laatste meenden althans Volodja en zijn zwager Sasja. Terwijl de vrouwen giebelden en sigaretten rookten, werd hun gedrag steeds bedenkelijker.

Rond elf uur ‘s ochtends liep Sasja met zijn gezette echtgenote de tuin in, drie flessen wodka rinkelend in een plastic tas. Want het was maar één keer per jaar Appeldankdag.

Rond twee uur wandelde Sasja in zwembroek naar buiten. Of wandelen: hij viel meer voorover en hervond zijn evenwicht vlak voor de tafel waar wij als degelijke Duitsers tijdschriften zaten we lezen. ‘Ja…oech…noe’, stamelde hij. Nina dook schaterenlachend op en douwde haar straalbezopen zwager als een duwlocomotief door de tuin. ‘Naar het meertje sukkel’, riep ze. ‘Lekker zwemmen, afkoelen.’ 

De rest van de dag liepen de heren de tuin in en uit, in toenemende staat van dronkenschap. Laat op de avond zwiepte Sasja nog steeds als een berkenboom in de storm. ’Honderd gram’, stamelde hij. ‘Honderd gram.’ Sorry, wij hadden alleen bier en wijn. ‘Dat is nou typisch …’, stamelde Sasja. ‘Typisch iets …’ Nina sleurde hem bij ons weg. ‘En nu broek aan en naar huis. Laat die Nederlanders eens met rust.’  

Zondagmiddag reden wij vroeg terug naar Moskou , want het bleef gieten en onweren. Toen wij het hek openden, kwam Volodja net aanrijden in zijn zilveren Lada Samara. Hij stapte uit, zwalkte naar onze auto. ‘Sorry voor gisteren’, lalde hij. ‘Voor mijn gedrag en dat van Sasja.’ Ach, antwoordde ik, gisteren was jij toch nuchter? Vergeleken met je zwager althans. 

Volodja giechelde. ‘Je bent een fijne vent’, zei hij. Een vriend met stoppelbaard stapte uit de Lada, greep klam mijn arm vast en zeurde: ‘Ik heb gevochten in Afghanistan. In Herat. Begrijp je dat? Begrijp je me?’ Daarmee was alles verklaard, ik knikte begripvol. ‘Hier, voor je kinderen’, zei de veteraan met vochtige ogen. Hij drukte me een olijfgroene aansteker in de hand, een plastic soldaatje met kalasjnikov dreef rond in vloeibaar gas. ‘Begrijp je nu wat ik heb doorgemaakt?’  

Niet echt, toch reden we opgewekt terug naar Moskou. De crisis was voorbij op de datsja, zoveel was duidelijk. Dit was een nieuw begin.