Weer een dierplaag

In zijn nadagen als minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt dr. Cees Veerman (CDA) geconfronteerd met weer een dierziekte, dit keer het blauwtongvirus. De kwaal werd deze week op een schapenbedrijf in Kerkrade geconstateerd. Mogelijk zijn meer dan tien ondernemingen besmet. Ook België zou zijn getroffen. Reden voor paniek is er niet, maar uit voorzorg besloot Veerman tot een algeheel exportverbod van levende herkauwers. De sector wordt door het verbod zwaar getroffen. Sommige boeren zijn nog maar net de gevolgen van eerdere plagen te boven, zoals de gekkekoeienziekte, de varkenspest of het mond- en klauwzeer. Toch is het terecht dat Veerman deze drastische maatregel heeft genomen. De ziekte is nieuw in Nederland. Omdat er hier weinig ervaring mee is, kan men beter het zekere voor het onzekere nemen.

Blauwtong is een virusziekte bij herkauwers. De kwaal wordt overgebracht door kleine muggen (knutjes), niet door contact tussen herkauwers onderling. Voor mensen en andere dieren dan schapen, geiten of runderen is de ziekte ongevaarlijk. Tot nu toe kwam blauwtong in Europa alleen in zuidelijker, warmere streken voor. In de landen rond de Middellandse Zee zijn de afgelopen jaren diverse uitbraken gemeld. De ziekte is ook bekend in Australië, Afrika, sommige delen van Azië, het Midden-Oosten en Noord- en Zuid-Amerika. Sinds eind jaren negentig rukt blauwtong in Europa naar het noorden op. Het heeft nu Nederland bereikt, een interessante maar vooral verontrustende ontwikkeling.

Het is te vroeg om te concluderen dat het virus zich door een mogelijke klimaatverandering in Nederland heeft genesteld. Mogelijk zijn besmette muggen per vliegtuig hier aangeland. Nog waarschijnlijker is het dat een besmet, in Nederland ingevoerd rund of schaap de boosdoener is. Een knutje kan dan de besmetting hebben overgebracht op de Kerkraadse schapen. Het is denkbaar dat het virus hier niet hetzelfde is als in Zuid-Europa. Hoe het ook zij, het maakt de gevolgen niet minder ernstig. Dit is een zaak die niet alleen de Nederlandse veeteelt aangaat, maar die van belang is voor heel West- en Noord-Europa. De beleidsmakers in Brussel, verantwoordelijk voor de veterinaire politiek in de Europese Unie, zullen met het voldongen feit van een bestaande dierziekte op een onverwachte plaats snel aan de slag moeten.

Door de uitbraak van blauwtong wordt de veeteeltsector andermaal hardhandig op het risico gewezen dat transport met zich meebrengt. Bij eerdere ziekten is dat ook al geconstateerd. Dagelijks rijden vrachtauto’s met levende have als handelswaar kriskras door Europa en zijn er vluchten naar min of meer exotische bestemmingen. Het mond- en klauwzeer van 2001 is waarschijnlijk naar Nederland gekomen met kalveren uit Ierland, die per schip en vrachtwagen langs een besmette rustplaats in Frankrijk zijn vervoerd.

Aan oprukkende, besmette muggen valt weinig te doen. Maar aan het „gesleep” van levend vee door Europa, zoals toenmalig minister van Landbouw Brinkhorst (D66) het noemde, wordt nog steeds te weinig gedaan. Zolang dat ongebreideld doorgaat, kunnen de diverse uitbraken elkaar snel blijven opvolgen.