Wat suiker, varkens en olie gemeen hebben

Dit is een verhaal over suiker, varkens en olie. En over markten en de realiteit. De moraal: olie en suiker hebben meer gemeen dan hun chemische structuur.

De eerste acte van het drama gaat over de suikermarkt. De prijs van het product is tussen juli 2005 en februari 2006 verdubbeld naar 18 dollarcent. Handelaren werden geïnspireerd door de toenemende vraag naar suiker voor de productie van ethanol als brandstof. Koolhydraten zouden koolwaterstoffen gaan vervangen.

Maar in de tweede acte heeft de realiteit de overhand gekregen. Het kost ongeveer 10 dollarcent per pond om ruwe suiker te produceren en het duurt ongeveer een jaar voordat de gewassen volgroeid zijn. In reactie op de hoge prijzen hebben boeren in de hele wereld de productie verhoogd. Dus is er nu te veel suiker en is de prijs met bijna 40 procent gedaald naar 12 dollarcent per pond.

De derde acte zal zeer waarschijnlijk over varkens gaan, of - om preciezer te zijn - over de varkenscyclus. Dat is een uitdrukking die economen hanteren voor het patroon dat zich steevast voordoet in grondstoffensectoren. Te veel varkens maken de spoeling dun - letterlijk voor de biggetjes en in financieel opzicht voor de boeren. Varkens zijn van vlees en suiker is zoet, maar de economische wetten zijn hetzelfde. Er kan veilig worden aangenomen dat de suikerprijs binnenkort onder de productiekosten zal uitkomen.

En hoe zit het met de olie? Daar speelt zich hetzelfde drama af, maar we zitten nog in de eerste acte. Handelaren werden geïnspireerd door de groeiversnelling van de vraag. Daarom is de olieprijs scherp gestegen. Zelfs na de daling van 78 naar 71 dollar per vat, sinds het vuur uit de Libanoncrisis verdween, is de prijs nog steeds veel hoger dan de productiekosten.

Deze acte kan nog wel even duren, omdat olieproducenten terughoudender zijn geweest dan varkensboeren bij het volgen van de marktsignalen. Maar de productie wordt wel geleidelijk opgevoerd. Dus als er geen verdere politieke problemen optreden, volgt de tweede acte van het oliedrama binnen een paar jaar. Dat zou ook eerder kunnen zijn als de mondiale economische groei minder wordt. En de derde acte - ach, het kostte de olieprijs twee decennia om zich te herstellen van de overtollige investeringen in de jaren zeventig.

Edward Hadas

Koehandel tussen Frankrijk en Italië ongewenst

Franse politici bemoeien zich graag met de markt. Daarom zou het jongste onbevestigde gerucht uit Parijs - dat de regering overweegt met Italië een marktonvriendelijke verdeling van de luchtvaart- en energiesectoren overeen te komen - helaas maar eens al te waar kunnen zijn.

Het plan, waarover in Le Parisien werd bericht, is zeker wonderlijk van vernuft. De regering probeert wanhopig de controversiële fusie tussen het door de Franse staat gecontroleerde Gaz de France en het private nutsbedrijf Suez erdoorheen te drukken. Een mislukking van dat streven zou een nieuwe nagel aan de doodskist van premier Dominique de Villepin zijn. Het probleem is dat, zelfs als de quasi-privatisering door het Franse parlement komt, de Suez-aandeelhouders ertegen zouden kunnen stemmen. Of dat zij op z’n minst een betere financiële overeenkomst zullen eisen, gezien het feit dat het Italiaanse Enel heeft gezegd wellicht een bod op Suez te willen uitbrengen.

Om die mogelijkheid te dwarsbomen, wil de Franse regering naar verluidt de Italiaanse regering overhalen om Enel, waarin de Italiaanse staat een groot minderheidsbelang heeft, te dwingen zich terug te trekken. Maar daartoe moet zij uiteraard wel met een lokkertje komen.

In dit geval bestaat dat uit het aanbod om de Italiaanse regering uit het moeras te helpen waarin zij met de nationale luchtvaartmaatschappij Alitalia verzeild is geraakt. Rome blijft haar uiterste best doen om te voorkomen dat Alitalia - waarvan de regering iets minder dan de helft van de aandelen in handen heeft - failliet gaat. Maar de luchtvaartmaatschappij zal nooit meer gezond worden.

Eén idee dat lange tijd de ronde heeft gedaan, is het inpassen van Alitalia in Air France-KLM, de veel gezondere Frans-Nederlandse luchtvaartmaatschappij. Tot nu toe is dat idee niet echt aangeslagen, omdat Air France-KLM, waarin de Franse staat een belang heeft van 18 procent, niet veel zin had om Alitalia’s problemen over te nemen. Maar als dit dossier naast dat van GdF/Suez/Enel wordt gelegd, is het makkelijk in te zien wat de bedoeling is: Rome mag Alitalia bij Air France-KLM onderbrengen, zolang Enel van Suez afblijft.

Dit is allemaal reuze aardig als een ideetje dat aan de Rivièra wordt geventileerd bij een glaasje rosé. Maar het zou schandelijk zijn als iemand zou proberen het daadwerkelijk in de praktijk te brengen.

Niet alleen kunnen de Suez-aandeelhouders er bekaaid vanaf komen als zij een bod met een eventuele premie mislopen; ook de aandeelhouders van Air France-KLM kunnen schade lijden als zij worden gedwongen om de last van Alitalia te dragen. Hopelijk is dit gewoon een van die geruchten die vanzelf verdwijnen als iedereen van het strand is teruggekeerd.

Hugo Dixon

Voor meer commentaar uit Londen:

www.breakingviews.com

Vertaling: Menno Grootveld