Te goed leesbaar: fraude

Heeft Eric Dolné, kunst- en architectuurhistoricus, gastdocent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en docent aan de kunstacademie St. Joost in Breda, oude documenten zelf gekalligrafeerd en op andere manieren bronnen vervalst in zijn studie over het bisschoppelijk paleis in Breda?

Gerard Rooijakkers, aan de Universiteit van Amsterdam verbonden als hoogleraar in de Nederlandse etnologie, vindt van wel. In het Noordbrabants Historisch Nieuwsblad trekt hij fel van leer tegen Dolné.

Volgens Rooijakkers is het twijfelachtig of Dolné alle bronnen zelf uit de eerste hand heeft geconsulteerd. “Maar veel ernstiger” – zo vervolgt de Amsterdamse hoogleraar – “is mijn zeer sterke vermoeden dat Dolné een aantal voor zijn betoog cruciale bronnen heeft gefingeerd. Hij heeft, keurig wetenschappelijk geannoteerd, bronnen aangehaald die niet bestaan of heeft bronnen eigenhandig vervalst.”

Rooijakkers onderbouwt zijn aanklacht met veel voorbeelden. In de gewraakte studie haalde Dolné een zestiende-eeuwse tekst aan waarin verslag gedaan wordt van de eerste steenlegging door Henric Montens op 22 juni 1513. Dat van zo’n gebeurtenis al een ooggetuigenverslag is gemaakt en bewaard gebleven (in een niet te traceren particuliere collectie in Kaapstad) is op zich al zeer bijzonder.

Dolné nam een deel van het verslag echter op als illustratie en daaraan zag Rooijakkers zoveel onwaarschijnlijkheden dat hij veronderstelt dat Dolné de tekst zelf heeft geschreven, compleet met inktvlekken. “Een fraai staaltje huisvlijt”, vindt Rooijakkers.

Arnoud-Jan Bijsterveld, hoogleraar Cultuur in Brabant aan de Universiteit van Tilburg en van huis mediëvist, onderschrijft Rooijakkers’ visie. Eric Dolné wil niet in deze krant reageren. Voor Omroep Brabant zei hij geen bronnen te hebben vervalst en integer te hebben gehandeld.