Schapenhouders vrezen het ergste door de blauwtong ‘Als het koud wordt, dooft de ziekte’

Limburgse schapenhouders slapen slecht nu er blauwtong is geconstateerd in Kerkrade. Dit gaat de sector veel geld kosten. „Dit is totaal nieuw. Ik zit ’m te knijpen.”

Epen, 19 aug. - „Er is weer een schaap dood”, zegt schapenhouder Ger Lardinois. Hij wenkt een van zijn medewerkers. „Kun jij die in een kruiwagen leggen? Ze komen hem zo dadelijk halen.”

Lardinois is een grote schapenhouder in Limburg. Zijn bedrijf in het Zuid-Limburgse Epen, ook voorzien van een minicamping, telt dertienhonderd schapen. Ze grazen op uitgestrekte natuurgronden van diverse organisaties en overheden. Dertien schapen zijn bezweken. Zes zijn er ziek.

De familie Lardinois zou wel eens een ramp kunnen overkomen, zo wordt duidelijk aan de koffietafel. De uitslag moet nog van het lab komen, maar het zou de bebaarde schapenhouder niet verbazen als de onderzoeken uitwijzen dat zijn schapen zijn bezweken aan bluetongue, de Zuid-Europese blauwtongziekte. En dat nog wel in een kudde mergellandschapen, een zeldzaam ras.

Lardinois: „Dit is totaal nieuw. Je hebt natuurlijk wel van de ziekte gehoord. Maar je houdt er geen rekening mee dat die hier kan uitbreken. Ook de veearts ziet het niet. Je denkt aanvankelijk dat het longontsteking is. Je geeft penicilline. Ik heb bij de omslag van droog naar natter weer ook nog gedacht aan een eiwitvergiftiging. Die kunnen de schapen oplopen als het gras hard groeit en ze zich helemaal klem vreten.”

Alle symptomen wijzen op bluetongue. Moeilijke ademhaling. Stijf op de poten. Dikke lippen. En een blauwe tong. De stallen wil Lardinois niet laten zien. Hij heeft de mensen van het ministerie van LNV beloofd zo min mogelijk beelden te tonen. „Dat geeft alleen maar onrust”, licht hij toe. Ook zijn herders heeft hij opdracht gegeven journalisten af te poeieren. In afwachting van de definitieve uitslag van het onderzoek is zijn bedrijf op slot. „Ik kan geen schapen verkopen.”

Dat geldt voor alle veebedrijven in de omgeving van Kerkrade, waar eergisteravond het eerste geval van blauwtong werd vastgesteld. Behalve in Kerkrade is de ziekte nu ook definitief vastgesteld op twee andere schapenhouderijen, in Nuth. Twaalf bedrijven gelden nog als ‘verdacht’. Lardinois heeft vannacht in elk geval niet geslapen. „Het ergste scenario is dat de schapen moeten worden geruimd. Dat gebeurt nu gelukkig niet. Maar ik was eerst echt bang voor toestanden zoals met mond- en klauwzeer. Een kudde mergellandschapen kun je niet zomaar weer opbouwen. Ik heb er jaren over gedaan.” [Vervolg BLAUWTONG: pagina 2]

BLAUWTONG

‘Als het koud wordt, dooft de ziekte’

[Vervolg van pagina 1] Limburgse schapenhouders benadrukken dat ook koeien drager van het virus kunnen zijn, maar dat alleen schapen er ziek van worden. We moeten het als volgt zien, stelt Lardinois. „Uw vrouw wordt gestoken door een mug. Zij krijgt geen bult. U wordt gestoken en krijgt wél een bult. Zo is het met koeien en schapen ook.”

Niet dat alles met zekerheid vaststaat. Lardinois vertelt dat zelfs de deskundigen het niet goed snappen. „Het is helemaal maar de vraag of de nu genomen maatregelen wel de juiste zijn. Er is geen goed draaiboek.” Eergisteravond zaten er zeven veeartsen bij hem aan tafel. „Ze waren het geen van allen met elkaar eens.”

De Limburgse veehouders speculeren naar hartelust over hoe de mug Nederland heeft kunnen bereiken. Lardinois oppert dat de knutjes zijn meegenomen door passagiers in vliegtuigen. En een veehandelaar uit Kerkrade probeert aan de koffietafel van Lardinois duidelijk te maken hoe het volgens hem is gegaan. „Iemand trekt op een wc in Spanje zijn broek omlaag. Er nestelen zich muggen in. Hij trekt die broek weer op en zo komen de beestjes in Nederland.”

Ook Jo Vaessen uit Simpelveld is getroffen. Hij was, tot zijn pensionering vorig jaar, een grote schapenhouder. Hij heeft nu nog honderd schapen. Vijf daarvan zijn dood. Jo Vaessen denkt dat de mug de laatste jaren zelf naar het noorden is gekomen gebracht. „Het heeft met de natuur te maken”, zegt Vaessen. „Er word al lang gezegd dat we in door de klimaatverandering malaria zullen krijgen. Nou, deze mug is volgens mij de malariamug vooruit gegaan.” De mug zit volgens hem niet alleen in Nederland. „Ik kan niet geloven dat de mug die het virus overbrengt ineens duizend kilometer over de Alpen precies in Zuid-Limburg is neergestreken. Het moet ook in landen als Frankrijk, België en Luxemburg heersen. Daar wordt er over gezwegen.”

In het dorp Cadier en Keer, niet ver van Maastricht, woont Huub Piters in een boerderij. Het naamplaatje naast de voordeur is gesmeed in de vorm van een schaap. Piters is hoofd van de afdeling elektra op het vliegveld van Maastricht. Als bijverdienste heeft hij vijftig schapen. Binnen kijkt Piters naar Teletekst. „Ik zit hem te knijpen”, zegt hij. Zijn schapen zijn gezond. Nog wel. Maar vervoeren is er niet meer bij. „Morgen zou een Belg een ram van mij kopen. Dat gaat nu niet door.” Zo loopt hij duizend euro mis. Piters en zijn zoon fokken Texelaars. Vlezige dieren met brede koppen. „Met deze schapen krijg je mooi gras.” Straks moeten de schapen naar binnen. Het ministerie van LNV heeft bepaald dat het contact met de mug zo veel mogelijk moet worden vermeden, vooral ’s nachts. Alle herkauwers, ook koeien, moeten ’s avonds en ’s nachts worden ‘opgestald’. Alleen grote schaapskuddes mogen buiten blijven. „Hoe willen ze dat ik die mug uit mijn stallen houd?” vraagt Piters vertwijfeld. De stallen zijn klein en vertonen gaten en kieren. Piters: „Je kunt de schapen beter op verschillende weilanden hebben staan. Als een mug daar steekt, vallen er maar enkele om. Als een mug in mijn kleine stal gaat steken, ben ik misschien ineens vijftig schapen kwijt.” Om nog maar te zwijgen van de kosten. Op stal kunnen de schapen niet grazen. Dat wordt bijvoeren. Hij wijst naar een stuk grasland naast de boerderij. „Ik hoop dat het een paar dagen droog is en dat ik dit gras nog kan maaien.” En hoe moet je fokken als je geen ram kunt halen om de ooien te dekken? „Dan moet ik het met eigen rammen doen”, zegt Piters. „En dat betekent inteelt.”

Wat is het beste dat de schapenhouders nu kan overkomen? „Ik hoop dat het snel koud wordt”, zegt Ger Lardinois. „Dat verdwijnt de mug en dooft de ziekte.”