Rotterdam alleen in naam eerste voetbalstad

Rotterdam heeft dit jaar opnieuw drie voetbalclubs in de eredivisie. Toch lijkt de weelde vooral van kwantitatieve en niet van kwalitatieve aard. „Eigenlijk is er weinig reden tot juichen.”

Rotterdam, 19 aug. - Net voor de start van de nieuwe voetbalcompetitie met drie Rotterdamse clubs op het hoogste niveau, werd het toch nog een trieste week voor de voetballiefhebbers in de havenstad. „Eerst Faas Wilkes dood en dan het vertrek van Dirk Kuijt naar Liverpool”, treurt Dick van den Polder, voormalig middenvelder van Excelsior en daarna ruim dertig jaar voetbalverslaggever voor achtereenvolgens het Rotterdams Parool, Het Vrije Volk, Rotterdams Dagblad en Radio Rijnmond.

De kenner van het Rotterdamse voetbal vreest voor een triest seizoen in De Kuip. „Het stadion zit altijd vol en Feyenoord behoort daarom een topclub te zijn. Maar dat is het enkel nog in naam, niet in realiteit. Zonder Kuijt is Feyenoord een van de betere middenmoters, geen titelkandidaat. Ik vrees dat het opnieuw een illusie is dat Feyenoord kan meespelen om een plaats in de Champions League.”

Van den Polder neemt het Kuijt niet kwalijk. „Ik heb er alle begrip voor. Maar het is wel kenmerkend voor het wanbeleid van Feyenoord. Als je tijdens de zomer 27 spelers kan verkopen of uitlenen, heb je die blijkbaar allemaal verkeerd ingeschat. En er is geen vervanger gehaald voor Kuijt, terwijl men wist dat de kans groot was dat hij zo vertrekken. Dat is wanbeleid, een ander woord ken ik niet. Neen, het seizoen begint niet zo florissant voor Feyenoord.”

Ook voor de andere clubs uit Rotterdam ziet Van den Polder de toekomst niet rooskleurig in, hoewel hij ze één voor één een warm hart toedraagt. „Ik vrees toch dat Sparta en vooral Excelsior zullen moeten vechten tegen de degradatie. Dus hebben we straks een ex-topclub en twee teams in de staart. Rotterdam gaat er prat op voetbalstad nummer één te zijn, en drie clubs in de eredivisie is ook uniek. Maar al bij al is er toch weinig reden tot juichen. De toekomst ziet er niet zo geweldig uit.”

Bij Sparta en Excelsior laten ze het niet aan hun hart komen. „Wij mikken op de dertiende plaats. Er zit meer voetbal in het team en we zijn sterker geworden”, zegt algemeen directeur Peter Bonthuis van Sparta. Hij vindt het goed voor het Rotterdamse voetbal dat ook Excelsior weer in de eredivisie speelt. „Die stadsderby’s hebben toch iets speciaals. We hebben met de twee andere clubs een uitstekende relatie, hoewel onze supporters natuurlijk liever maar één Rotterdamse club in de eredivisie zouden zien. Ze hebben het ook nooit over Rotterdam-Zuid wel over Ridderkerk-Noord. Maar de rivaliteit blijft vrolijk.”

Want dat is Sparta volgens Bonthuis: een vriendelijke club met veel traditie die het elitaire karakter uit het verleden achter zich heeft gelaten. „Naar Sparta kan je nog met de hele familie. Dit is een hele open club geworden.”

Sparta heeft ook de financiële zorgen van drie jaar geleden achter de rug en kon voor dit jaar het budget verhogen van 8,2 tot 9 miljoen euro. De club uit Spangen verwacht voor de thuiswedstrijden gemiddeld 9.000 bezoekers op Het Kasteel. Dat is veel minder dan de 40.000 fans en de 40 miljoen euro budget van Feyenoord, maar wel veel meer dan het budget waarmee Excelsior het moet zien te redden: 3,6 miljoen euro. De club hoopt op Woudestein telkens 2.500 tot 3.000 bezoekers te mogen verwelkomen.

„Ik kan ze wellicht nog allemaal de hand schudden”, grapt voorzitter, Nico Janssens, over de beperkte schare aanhangers. Maar volgens de voormalige Rotterdamse wethouder voor Sport, die sinds 1 juli voorzitter is van Excelsior, is het ook typerend voor de familiale en gemoedelijke sfeer van de club uit Kralingen, die in een ver verleden nog oud papier inzamelde om het budget wat op te krikken. Zo’n vaart loopt het niet meer, maar de club is niet van plan om gekke dingen te doen om in de eredivisie te blijven. „Ons doel is niet degraderen en ik ben zeker dat ons dat zal lukken. Ik heb er zelfs goede hoop op dat we de nacompetitie kunnen ontlopen. Maar moeten we toch terug naar de eerste divisie, dan is het geen ramp en proberen we zo snel mogelijk terug te komen op het hoogste niveau.”

Voor velen was het een verrassing dat Janssens Excelsior-voorzitter werd. Hij kreeg een Sparta-stempel nadat de gemeente Rotterdam onder zijn impuls het stadion van die club overnam. „Dat was een politieke actie. Als wethouder was ik verantwoordelijk voor het volledige sportbeleid. Ik vind het goed dat we hier drie betaald voetbalclubs hebben, hoewel de strijd om sponsors met ook veel andere sportclubs zeer hard is. Drie clubs in één stad is toch knap. En de gemeente kan het als marketinginstrument gebruiken”, zegt de voormalig politicus.

Van fusieplannen tussen de twee kleinere clubs is dan ook al lang geen sprake meer. Die waren er ooit wel, maar niet bij de clubs. „Het idee kwam van de politiek, maar ik vond het toen al zoiets als de ChristenUnie en de SP proberen samen te smelten.” Er was ook een plan voor een gemeenschappelijk stadion, maar ook dat bleek te moeilijk te realiseren. Excelsior teerde vervolgens een tijd op de samenwerking met Feyenoord, maar ook die band is sinds kort weer doorgeknipt.

Ooit koesterde Excelsior de hoop om Sparta voorbij te streven als de op één na grootste club van de stad. „Maar hoe sympathiek de underdog ook is, dat is toch een hopeloze strijd”, vreest Van den Polder. „Zowel qua budget, accommodatie als ‘standing’ zal Excelsior nooit groter worden dan Sparta. Die club heeft zich mooi hersteld van de degradatie naar de eerste divisie. En de supporters zingen dat zij dé club zijn van Rotterdam. Dat is leuk voor hen. Maar ik vrees toch dat de kampioen dit jaar niet uit Rotterdam zal komen.”