Rosiri (47): Wraak

Feuilleton van Iris Koppe over een modern kind van gescheiden ouders

Gehaast sloot Rosiri op vierhoog de deur achter zich. De huisbaas liep over de gang en mompelde iets tegen de kat met de halve staart. Terwijl Rosiri met een deodorant probeerde de ammoniakgeur van de kattenbak weg te spuiten, gooide ze het raam wijd open. Wat moest ze hier nog? Ze was terug in haar eigen huis, maar voelde zich doodongelukkig. Voor ze een verdieping lager naar het toilet durfde, wilde ze er zeker van zijn dat de huisbaas niet thuis was. De man had niet alleen schurft en eczeem, hij was ook kunstenaar en schilderde naaktportretten om zijn brood te verdienen. Rosiri was zo bang dat deze excentriekeling haar zou bespringen dat ze soms dagen op haar kamer bleef. Op de momenten dat ze niet naar de wc kon, plaste ze in lege spaflesjes.

Ze wilde verhuizen, maar waar moest ze heen met alle troep? Terwijl ze haar blik over de spullen in de kamer liet glijden, dacht ze aan het politiebezoek van vanochtend. Ze had nog een laatste getuigenverklaring moeten afleggen over de mishandeling van Clint. Hoewel ze niet was aangeklaagd, had Hans, de politieagent die haar tijdens het onderzoek verhoord had, nog wat vragen willen stellen. Rosiri vond dat geen enkel probleem, want Hans was een zachtaardige jongen met lieve ogen en prachtige lippen. Tijdens het hele onderzoek had de rechercheur in opleiding haar doen blozen op het moment dat hij haar aankeek en dingen wilde weten over de Kosmosknaller. Rosiri had het gevoel dat er sinds jaren eindelijk iemand echt interesse voor haar toonde.

Minder gecharmeerd was ze van Ton. In afwachting van de rechtszaak liep hij vrij rond. Rosiri kon niet begrijpen dat deze man, met wie ze een jaar lang een relatie had gehad, en die zowel een goede vriendin van haar had verleid als Clint het ziekenhuis in had geslagen, bij zijn vrouw thuis mooi weer zat te spelen. Ze had een manier bedacht om zich te wreken, want met de taakstraf, die de rechter Ton waarschijnlijk zou opleggen, had ze geen vrede. Uit het huis van Caro en Rijpwijt had ze een positieve zwangerschapstest gejat. Haar moeder was nu langer dan een maand zwanger en continu bezig met de inrichting van de kinderkamer. De verzameling kurken van Rijpwijt was naar het schuurtje verhuisd en Caro had een commode neergezet. Op deze commode lag de positieve zwangerschapstest met daaromheen gelukwensen, felicitatie kaarten, en een verlepte roos die Rijpwijt de moeder van Rosiri maanden terug cadeau had gedaan. „Kunnen we nog een keer naar de Woonboulevard?”, had Caro hijgend gevraagd terwijl ze aan haar dochter uitlegde wat ze allemaal nog nodig had. „Ik ga even in de kamer opmeten hoe hoog de vensterbank is.” In de tussentijd had Rosiri ongemerkt de smalle zwangerschapstest in haar broekzak laten verdwijnen. Even later had ze haar moeder beloofd om binnenkort te helpen met het uitzoeken van een kinderwagen en was ze naar huis gefietst.

Nu Rosiri in haar kamer zat, schreef ze op een envelop met grote letters: ‘VOOR SARAH EN TON’. Aan de zwangerschapstest plakte ze een klein briefje met daarop de tekst: ‘Ton, bedankt!’. Vervolgens stopte ze het briefje met de test in de envelop. Ze zou de envelop zelf bij het huis van Sarah en Ton door de brievenbus gooien.

Rosiri gluurde door het sleutelgat van haar kamerdeur om te zien of de huisbaas nog in de gang stond. Op goed geluk stapte ze over de kattenbak en haastte zich via de trap naar beneden. Buiten adem sprong ze op de fiets, de envelop stevig in haar hand geklemd.

Wordt vervolgd...