PvdA zoekt naar uitweg bij eigen AOW- probleem

De AOW ligt bij de drie grote partijen even gevoelig. De PvdA kreeg een zware klap door het plan om ook 65-plussers te laten meebetalen. CDA en VVD zoeken een andere weg.

De toekomstige betaalbaarheid van de AOW komt in drie smaken: harder werken (calvinistisch), hogere belastingen (socialistisch) en langer doorgaan (kapitalistisch). Het CDA wil terug naar de 40-urige werkweek, de PvdA wil dat mensen meer belasting betalen en de VVD wil de pensioenleeftijd oprekken naar 67 jaar. Zie hier de voorstellen waarmee de drie grote partijen de verkiezingscampagne ingaan op wat een van de brisantste politieke onderwerpen belooft te worden: de AOW.

De discussie over de betaalbaarheid van de collectieve pensioenvoorziening begon eerder dit jaar met een studie van het Centraal Planbureau (CPB), waarin werd berekend dat de komende decennia een slordige 15 miljard euro – 3 procent van het bruto binnenlands product – moet worden omgebogen op de publieke uitgaven om Nederland ‘vergrijzingsbestendig’ te maken. Hetzelfde bedrag kwam in juni terug in een rapport van de ‘Studiegroep Begrotingsruimte’ waarin topambtenaren aanbevelingen deden voor het begrotingsbeleid van het volgende kabinet. De Studiegroep adviseerde: zorg er voor dat in 2011 ombuigingen van ten minste 11 miljard zijn gerealiseerd.

Na drie jaar oppositie tegen de hervormingen van het kabinet Balkenende II zag Wouter Bos de politieke bui van verre aankomen. Als de PvdA-leider premier van het volgende kabinet wordt, moet hij op gezag van het CPB miljarden-ombuigingen voor zijn rekening nemen. Dus koos hij voor de aanval als de beste verdediging.

Op een conferentie over de toekomst van de verzorgingsstaat, eind april dit jaar, etaleerde Bos zijn voorkeur voor het ‘Scandinavische model’. Hij pleitte voor een broad government, een omvangrijke overheid, te financieren met hogere belastingen voor jong en oud. Meer in het bijzonder zei Bos dat hij rijke gepensioneerden wilde laten meebetalen om de AOW betaalbaar te houden. De PvdA is al langer voorstander van deze zogenoemde fiscalisering en Bos meende hiervoor een dwingend argument te hebben gevonden in de CPB-studie over de vergrijzing.

Het algemene ouderdomspensioen is gebaseerd op een premiestelsel. De premies worden geheven over het inkomen van niet-gepensioneerden; 65-plussers ontvangen uitkeringen en zijn vrijgesteld van premiebetaling. Aangezien de AOW-premies een groot deel van de eerste en tweede schijf van de belastingen uitmaken, betalen gepensioneerden een aanzienlijk lager tarief over hun inkomen tot omstreeks 30.000 euro. Daarboven geldt het gebruikelijke tarief van de derde en vierde schijf van de belastingen.

Het eerste paarse kabinet besloot in 1996 om de gestaag stijgende premies voor de AOW aan een maximum te binden: 17,9 procent. Aangezien de premies jaarlijks ontoereikend zijn om de uitkeringen te betalen, wordt het verschil bijgepast uit de ‘algemene middelen’, dat wil zeggen uit de belastingopbrengsten. Zo werd een geleidelijk proces van fiscalisering ingevoerd.

Bos wilde een stap verder gaan. De PvdA, zei hij, ging pijnlijke maar onvermijdelijke keuzes niet uit de weg en hij daagde zijn politieke tegenstanders uit ook ‘met de billen bloot’ te gaan. Het klonk haast masochistisch: de PvdA was niet bang om een van de erfstukken van de sociaal-democratie, het premiestelsel van de AOW zoals in 1957 ingevoerd door Drees en Suurhof, op te offeren.

Maar het voorstel werkte als een boemerang. Binnen de eigen gelederen kwam verzet van gepensioneerden die vreesden voor hun pensioen; oud-PvdA-coryfee Marcel van Dam kreeg veel aandacht met zijn columns in de Volkskrant waarin hij de plannen van Bos afbrandde. Politieke tegenstanders grepen hun kans om het beeld verder aan te zetten. De PvdA daalde dramatisch in de peilingen.

In het defensief gedrukt begon de PvdA te zoeken naar de uitweg. Er waren geen concrete cijfers. De plannen waren nog niet uitgewerkt. Het woordje ‘rijk’ werd ingeslikt toen duidelijk werd dat de PvdA gepensioneerden met een bescheiden aanvullend pensioen (vanaf 10.000 euro per jaar) al tot de ‘rijken’ rekende. Niemand zou er op achteruitgaan, hooguit zouden sommige ouderen er minder op vooruit gaan en die paar tientjes zouden ze echt niet merken. Ook jongeren moesten meer bijdragen. Er zou compensatie komen voor gepensioneerden met lagere aanvullende inkomens. Zo werd de verwarring steeds groter.

Vorige week zei Ferd Crone, financieel specialist van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, dat de partij „goed had geluisterd naar de kritiek”. Het leek het begin van de terugtocht. Maar Crone zei ook dat de PvdA de fiscalisering niet opgaf. De PvdA is nog steeds aan het rekenen en er zijn „nog wel dertig varianten”, aldus Crone.

Ondertussen gaat het kabinet Balkenende onverdroten voort met de geleidelijke fiscalisering. Vorig jaar werd 1,4 miljard euro extra uit de schatkist bestemd voor de AOW-uitkeringen aan gepensioneerden. VVD en CDA reppen daar niet over en roepen om het hardst dat ze tegen fiscalisering zijn. De PvdA had zich heel wat politieke opwinding kunnen besparen door bij dat fiscale automatisme aan te sluiten.