‘Niet alle gestoorden op een hoop’

Moet iemand die in een psychose een aanslag beraamt naar het ziekenhuis of naar de gevangenis? Hoogleraar Anton Loonen vindt dat justitie te veel macht krijgt.

Eerst was er, in juni 2004, de tbs’er die een meisje ontvoerde, bedreigde en verkrachtte, en pas na een wilde achtervolging in Duitsland kon worden opgepakt. De Tweede Kamer eiste van minister Donner van Justitie dat tbs-klinieken strenger zouden worden bij het toekennen van proefverloven.

Een jaar later was er de tbs’er die een oude man vermoordde in zijn bootje in het Noordhollands Kanaal. Nu besloot de Tweede Kamer tot een parlementair onderzoek. Werd de maatschappij nog wel genoeg beschermd tegen gestoorde mensen die ernstige misdrijven plegen?

Door dit soort incidenten, zegt Anton Loonen, wordt de Nederlandse samenleving harder tegen psychiatrische patiënten die iets misdoen. „Alle zogenaamde gestoorden worden op één hoop gegooid.” Anton Loonen is arts en klinisch farmacoloog in het Delta Psychiatrisch Centrum in Rotterdam en hij is hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij vindt dat justitie door die verharding te veel macht krijgt over de behandeling van zulke patiënten. Mensen die vroeger naar de crisisopvang gingen, worden nu gearresteerd, zegt hij. Justitie veroordeelt hen eerder tot celstraf. „Er is geen enkel mededogen.”

De meeste psychiatrische patiënten die iets misdoen zijn geen criminelen, zegt hij. „Het zijn de grote verliezers van de samenleving, de mensen die soms een tijd geen vat op hun leven hebben en niet voor zichzelf kunnen opkomen. Maar ze worden wel behandeld als criminelen.” Anton Loonen vindt dat onrechtvaardig. Hij zegt dat zo de rechtspositie van psychiatrische patiënten wordt ondermijnd.

Hij vertelt over een patiënt die aan een paranoïde psychose (wanen) leed, maar na opname goed herstelde. Hij mocht naar huis, met medicijnen. Na verloop van tijd gebeurde wat zo vaak gebeurt: hij nam zijn medicijnen niet meer en werd weer psychotisch. „Hij hield zijn kinderen thuis van school en liet ze de hele dag bidden. Hij leefde in de waan dat hij een gezondene van Allah was.”

Zijn vrouw kwam tegen hem in opstand. Toen hij haar begon te slaan, ging ze naar de politie en deed aangifte. De man zat een half jaar in de gevangenis. „Daarna kwam hij weer bij ons”, zegt Anton Loonen. „Al die tijd werd hij niet behandeld.” Het maakt hem boos. „Waarom werd deze man gearresteerd? Er is een psychiatrisch rapport van hem gemaakt. Waarom zei niemand: deze man moet direct naar het ziekenhuis?”

Hij geeft zelf het antwoord. „Omdat er kinderen bij betrokken waren en in de samenleving veel onrust is gekomen na een aantal kindermoorden door vaders.” En ook, denkt hij, omdat mensen door terroristische aanslagen bang zijn geworden voor mannen die zich een gezondene van Allah voelen.

Anton Loonen wil duidelijk zeggen dat hij het niet over onbehandelbare psychopaten heeft, of over gewone slechteriken. Hij heeft het, zegt hij, over mensen die ziek zijn en die wél behandeld kunnen worden. „In hun waan kunnen ze strafbare feiten plegen. Maar dat zijn naar mijn overtuiging geen misdrijven. Het zijn ongelukken.” Deze mensen kunnen volgens hem zo maar de dupe worden van de vorig jaar in werking getreden anti-terreurwet, waardoor alleen al de beraming van een aanslag strafbaar is. „Paranoïde geesten beramen nogal eens aanslagen – tegen vreemde mogendheden of buitenaardse wezens.”

Forensisch geneeskundigen, die moeten vaststellen of iemand die een delict heeft gepleegd in een waan verkeerde, richten zich volgens Anton Loonen onder invloed van een verharde samenleving steeds meer op recidivepreventie, op voorkomen van herhaling. „Ze stellen zich op als de hoeders van het algemeen belang, de bescherming van de maatschappij.” Hij vindt dat forensisch geneeskundigen zich maar om één belang te bekommeren hebben: dat van de patiënt. „Het zijn artsen. Ze hebben de eed van Hippocrates afgelegd.”

Volgens Anton Loonen zou de Inspectie voor de Gezondheidszorg beter op forensisch geneeskundigen moeten letten. Artsen die niet in het belang van patiënten handelen zouden tuchtrechtelijk moeten worden vervolgd.

De parlementaire commissie die onderzoek deed naar het tbs-stelsel zei in mei 2006 bij de presentatie van haar rapport dat tbs-klinieken (justitie) meer moeten samenwerken met instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (volksgezondheid). Anton Loonen vindt dat die instellingen moeten voorkomen dat justitie zich te veel gaat bemoeien met de behandeling van psychiatrische patiënten die een delict hebben gepleegd. „Justitie kan gaan eisen dat iemand na een psychose ter bescherming van de maatschappij zo lang mogelijk in de kliniek blijft. Maar voor de patiënt zelf is het beter om snel weer verantwoordelijkheid over zijn eigen leven te krijgen.”

In het nieuwe kabinet, zegt hij, zou er op het ministerie van Justitie een staatssecretaris moeten komen die zeggenschap krijgt over de regels en voorzieningen voor mensen die tussen justitie en psychiatrie in zitten. „En dan graag een staatssecretaris die kennis heeft van medische ethiek.”