Moslimwijk in New Delhi wacht op erkenning

Veel Indiase moslims voelen zich tweederangs burgers. Onderzoek in opdracht van de regering wijst uit dat ze inderdaad een achtergestelde positie hebben.

Ooit was Zakir Nagar een op papier niet bestaand Indiaas woonwijkje voor arme sloebers, een getto voor ploeterende moslims. Met smalle onverharde straatjes en open riolering. Verstopt en bijna onzichtbaar lag de buurt naast dure wijken met opwekkende namen als New Friends Colony in Zuid-Delhi. Maar tegenwoordig is de wijk een bruisend stadsdeel, waar meer dan 200.000, vaak hoger opgeleide moslims wonen. „Steeds als er verkiezingen zijn beloven politici onze wijk te legaliseren. Maar het gebeurt niet omdat we moslims zijn. We worden altijd genegeerd”, zegt juwelier Mahfooz Ahmad.

Op een bankje met rood fluwelen bekleding zit de 62-jarige Ahmad met gekruiste benen achter zijn vitrine met uitgestalde gouden ringen. Al zestien jaar woont en werkt hij in Zakir Nagar, genoemd naar India’s eerste islamitische president, Zakir Hussain. Op de drukke straat waaraan zijn winkel ligt domineert het angstige gekrijs van kippen. De beesten zitten in op bakfietsen uitgestalde kooien en worden ter plekke geslacht en geplukt. Vrouwen met zwarte sluiers voor hun gezicht lopen voorbij. „Deze wijk bestaat al zo’n dertig jaar en wacht al die tijd op erkenning”, zegt Ahmad. „Er is geen ziekenhuis en voor onderwijs zijn we afhankelijk van privéscholen. Ons bestaan wordt ontkend.”

Zafar Mahmood is niet verbaasd over de situatie in een wijk als Zakir Nagar. Als secretaris en zegsman van de regeringscommissie die onderzoek doet naar de sociale en economische status van de islamitische gemeenschap in India heeft hijzelf de feiten onder ogen mogen zien. Vorig jaar april werd de commissie in het leven geroepen en eind oktober worden de conclusies bekendgemaakt.

Mahmood neemt een voorschot op de uitkomst van het onderzoek. „De regering heeft erkend dat de moslimgemeenschap achterligt en wilde dat onderbouwen met feiten. We zijn er inmiddels achter dat de algemene perceptie dat moslims vaak slechter af zijn in de Indiase maatschappij correct is.”

Vertegenwoordigers van de commissie bezochten twaalf deelstaten om er te praten met moslims van alle rangen en standen. Tevens kregen alle deelstaten vragenlijsten opgestuurd over het wel en wee van de moslimpopulatie, ruim 140 miljoen mensen op de totale bevolking van 1,1 miljard.

De conclusies zijn weinig hoopgevend. Moslims zijn matig vertegenwoordigd in overheidsfuncties. Analfabetisme is erg hoog, hoger dan in de meeste andere gemeenschappen. „Deze gegevens vind je ook terug in de census van 2001. Ze zijn verontrustend”, zegt Mahmood. Van de mannen in de moslimpopulatie is bijvoorbeeld 45 procent analfabeet, terwijl het aandeel onder niet-moslims in India uitkomt op 35 procent.

Schooluitval is eveneens zeer hoog. „Moslims behoren meestal tot de onderklasse, ouders laten kinderen klusjes doen om bij te verdienen”, zegt Mahmood. Volgens zijn commissie gaat 2,5 tot 5 procent van de moslims naar madrassa’s (koranscholen), terwijl ongeveer 95 procent reguliere scholen bezoekt. „Van dat laatste percentage staat vast dat zeker tweederde de middelbare school nooit zal afmaken.”

Tegelijkertijd is er een opvallend gebrek aan onderwijsfaciliteiten in moslimwijken. En ziekenhuizen zul je er ook niet snel tegenkomen, zegt Mahmood. Hoe dat komt? Toeval? Omdat lokale bestuurders vaak hindoes zijn en zich niet zo druk maken over het lot van de moslims? Mahmood, een carrièrebureaucraat, reageert voorzichtig. Het is mogelijk zegt hij. „Dat soort verklaringen hebben we wel gehoord tijdens onze werkbezoeken. Het zijn vaak menselijke beslissingen.”

Oplossingen zijn niet eenvoudig. Reservering van plaatsen op scholen – een soort positieve discriminatie – voor moslims ligt gevoelig bij de hindoeïstische meerderheid in India. Mahmood zegt: „We hebben zeker 10.000 extra scholen nodig om de onderwijskloof tussen moslims en de andere gemeenschappen te dichten.”

Die scholen zijn in Zakir Nagar nagenoeg afwezig. Op een populatie van 200.000 zijn twee basisscholen van de staat. „De mensen zijn vaak genoodzaakt hun kinderen naar dure privéscholen te sturen, in of buiten de wijk”, zegt Azim Sherwani, een 36-jarige rechtendocent uit de wijk.

Opvallend is dat Zakir Nagar is uitgegroeid tot een wijk waar veel moslims uit de middenklasse wonen. In dertig jaar tijd zijn de brakke huisjes met de golfplaten daken vervangen voor nieuwe woningen met meerdere verdiepingen. Het zand op de straten heeft plaatsgemaakt voor steen en beton. En water halen de bewoners zelf uit de grond met elektrische pompen.

De huidige bewoners zijn onder meer naar deze centraal gelegen buurt gekomen omdat het voor hen lastig is appartementen in andere, legale wijken voor de Indiase middenklasse te huren. „De huiseigenaren zijn meestal hindoes en die verhuren niet graag aan moslims. Ze denken dat je een koe gaat slachten in de gang. Het is mij een paar keer overkomen dat mij recht in het gezicht werd gezegd dat ze liever geen moslims in huis wilden hebben”, zegt Sherwani.

Volgens Sherwani voelen moslims zich bovendien veiliger in hun eigen buurt. Hij refereert aan het religieuze geweld in Gujarat, waarbij in 2002 meer dan 1.000 doden vielen, van wie de overgrote meerderheid moslim was. „Toen zijn ook veel moslims die tussen hoog opgeleide hindoes in middenklassebuurten woonden door hun buren afgeslacht. Als gevolg daarvan wonen middenklassers van onze gemeenschap liever in moslimkolonies.”

De rechtendocent werkt ook voor het Centre for Human Rights and Development, een organisatie die opkomt voor de belangen van „gemarginaliseerde gemeenschappen als de dalits [kastelozen, red] en moslims”. Hoewel hij de achterstand van moslims vooral wijt aan discriminatie door de hindoemeerderheid, vindt Sherwani ook dat moslims de hand in eigen boezem moeten steken. „In de moskee vind je genoeg imams die algemeen onderwijs niet stimuleren, vooral omdat zij bang zijn hun invloed te verliezen. Islamitische organisaties zijn te veel bezig met geloof en te weinig met praktische problemen. Ze bouwen liever een nieuwe, grote moskee dan een school of ziekenhuis”, legt Sherwani uit.

Dat de meerderheid van moslims tot de onderklasse behoort is deels een erfenis van de opdeling van de Britse kolonie in India en Pakistan, in 1947. Onder de landverhuizers naar de Islamitische Republiek van Pakistan waren veel moslims uit de middenklasse – ondernemers, academici en bureaucraten zagen kansen in het nieuwe buurland. De leemte die zij achterlieten werd opgevuld door geestelijk leiders. Voor de islamitische handwerkers, de landarbeiders en landeigenaren zag een toekomst in Pakistan er minder aantrekkelijk uit, waardoor velen besloten in India te blijven. Sherwani zegt: „Voor 1947 waren we beter vertegenwoordigd in alle lagen van de maatschappij, nu niet meer. We missen leiderschap, maar dat betekent niet dat we als tweederangsburgers willen blijven leven.”