Met een landrover door Montenegro

Jaap Scholten leert zijn zoons avonturieren: paragliden en gemzenjagen na een autorit langs steile afgronden. ‘Pap, dit is niet voor kinderen.’

„Pap, we zijn geen avonturiers. Kinderen houden niet van acht uur wandelen”, legde mijn 12-jarige zoon Jozsi met een zorgelijke blik in de ogen uit, nadat ik hem de planning voor de Montenegro-reis had gegeven. „Drie dagen raften! Dat is niet voor kinderen, maar voor avonturiers!”

In Montenegro wenst men (aldus A. den Doolaards Het land achter Gods rug) bij de geboorte van een zoon dat het hem gegeven zal zijn niet in bed te sterven. Dat die schande de familie bespaard mag blijven en hij gewoon in het gevecht of anders in de bergen zijn eind mag vinden. In stijl daarmee gingen wij onze vakantie niet in bed of op onze rug op het strand doorbrengen, maar in de bergen.

Vanuit het Noord-Oosten langs Novi Pazar reden we – vader, moeder en drie zoons van 13, 12 en 10 – Montenegro in. Het zachte kalksteen levert grillige bergen op. De Lim, de Tara en de Piva hebben honderden meters diepe, kronkelende ravijnen gesleten. De wegen volgen de steile rivierkloven en zijn daarbij voorzien van summiere vangrails – enkele vuistdikke keitjes als markering tussen asfalt en afgrond schijnt men vaak afdoende te vinden – waardoor de automobilist die nog niet klaar is het aardse te verlaten tot oplettendheid wordt gedwongen. Enkele uren in Montenegro zijn voldoende om te beseffen dat Zwitserland een lachertje is.

Oostbloknostalgie

De eerste nacht sliepen we in Zabljak (1.450 meter hoog) in hotel Jezera, een staatshotel met Oostblokfinesse: een zinloze slagboom bij de oprit, een zwembad zonder water, versleten vloerbedekking aan de wanden van de lift, donkerbruin hout alom, een reusachtige verlaten eetzaal met rijen gele bolle plafondlampen: die hele fraaie jaren ’70 Joego-sfeer die gedoemd is te verdwijnen.

De volgende ochtend om zeven uur zou berggids Zoran ons oppikken voor de eerder genoemde acht uur lange wandeltocht van Dobro Do naar de door hoge bergtoppen ingesloten Skrcka meren, nabij de plek waar partizanenleider Tito in WO II zijn hoofdkwartier had. We stonden, Jozsi enigzins mopperend, op de afgesproken tijd in de lobby, maar Zoran was nergens te bekennen.

„Zoran sleep”, merkte de receptioniste lachend op. Ze had een gedetailleerde plattegrond van het gebied en de bestelde lunchpakketten waren klaar. Vijf uitpuilende, loodzware plastic tassen werden door grote obers de lobby in getild. Met deze paketten, die me op een of andere manier aan de voedertijd van de nijlpaarden in Artis deden denken, konden we het een week uithouden.

In de verzengende zon klommen we zonder gids naar een hoogte van 2.114 meter, lunchten een fractie van het rantsoen op de Skroko Zdrijelo. Beneden op de weidegronden met blauwe bergmeertjes kon je kuddes schapen en hazelnootbruine koeien zien. De herders, de katun, blijven zomers op de hoogvlakte. Op een enkele mobiele telefoon na leven ze als in de middeleeuwen: melk, kaas en zelfgebakken brood. Op de tassen van de lunchpakketten vlogen we snoeihard over sneeuwvlaktes naar beneden, een wijze van verplaatsen die de kinderen meer bekoorden.

Na de wandeltocht reden we over een weergaloze ‘makadamski put’ (rotsweg) met links en rechts afgronden via Trsa in drie uur – we kwamen in al die tijd één Landrover tegen, verder geen verkeer – naar de grenspost bij Scepan Polje, alwaar de douanier alvorens de rood-wit gestreepte buis met de hand omhoog te bewegen onze Landrover bewonderde en probeerde ons enkele exemplaren van hetzelfde merk uit de jaren ’70 te slijten.

Door het woeste niemandsland tussen Montenegro en Bosnië-Herzegovina bereikten we Camp Grab. Vjelko Vujanovic, een fotograaf uit Niksis, heeft daar midden in de bossen een idyllische plek gecreëerd: enkele blokhutten en een houten staketsel schuin boven de turquoise Tara. De oudere broer van Vjelko, het grijze haar in een staart, is de huiskok en bakt er liefdevol broden in een houtgestookte oven.

Rafting en gemzenjacht

De Tara is de laatste drinkwaterrivier in Europa (en de op een na grootste canyon van de wereld). Drie dagen lang hebben we uit de kom van de hand gedronken. Bij de versnellingen (de zogenaamde ‘rapids’ met namen als Tepca, Nozdruc en Brstanovicki) is het raften wild, verder is het voortglijden door stilmakende natuur.

Na drie nachten in tenten, blokhutten en slaapzakken betrokken we Hotel Bianca Resort in het ski-oord Kolasin. Een tophotel dat vorig jaar met geld van onduidelijke herkomst formidabel is opgeknapt met een wedstrijdzwembad en alles om de verwende reiziger te pamperen (sauna, Turks bad, Phillipijnse masseuses, super-obers, alleen airconditioning is men vergeten).

Ik had Montenegro Adventures (reisorganisatie voor ‘sustainable tourism’) gevraagd in Kolasin een jager te organiseren die ons mee zou nemen op berensafari. Dat programmapunt was vervormd tot ‘gemzenjacht’ waarbij het onduidelijk was of we ze gingen schieten of bekijken. Vanaf de benzinepomp van Mojkovac volgden we een afgeragde Lada Niva 4x4 de bergen van Sinjajevina in over een rotspad. Na een uur stopten we en tilden een kist met vissen en hompen vlees uit de laadbak van de Niva naar een bergbeek.

Dragan Coric, een lokaal oermens met zwarte baard, groen jagersjack en twee soorten patronen in de patroonriem rond zijn heup, dumdum voor beren en zware hagel voor wilde zwijnen, nam ons mee naar de kliffen hoog in de bergen. Hij sprak alleen Montenegrijns. Hij werd vergezeld door een vertaler, Dushko Simovic, een journalist gespecialiseerd in ecologische kwesties: het stropen tijdens de oorlogen, de grootschalige illegale houtkap in de wouden van Montenegro voor de wederopbouw van Kosovo.

Onderweg vertelde Dragan over de wolven die hij had geschoten en de beren die in het dichte dennenwoud brulden. Hij wees de plekken aan waar hij ze had gehoord en gezien. Bij de loodrechte kliffen stond hij achteloos op de rand, tuurde in de diepte en gaf uitleg over de gemzenjacht. Het lastige was de gemzen na het schot te traceren: ze konden tientallen meters naar beneden tuimelen.

De gemzen vertoonden zich niet aan ons. Ze waren, als al het wild, extreem schuw sinds de oorlogen in voormalig Joegoslavië toen iedereen gewapend rondliep en er op los stroopte. Met gespitste oren luisterden mijn drie zonen naar Dragan: „In het dorp naast ons is van de winter een paard door een beer gedood, maar verder had je weinig last van ze. De wolven zijn brutaler, als het koud wordt komen ze de dalen in en moorden af en toe een kudde schapen uit.”

Mijn jongste zoon hield het hele eind mijn hand strak vast. Na een tocht van drie uur – met de magie van het doorkruisen van een woud met grote carnivoren – kwamen we terug bij het bergmeer. Dragan viste de box uit de beek. Met het kruit van een zwijnenpatroon maakte hij een vuur aan en bakte forellen, lam, tomaten, uien, aubergines en kajmak (zachte kaas). Goddelijk. Op de muggen na, die met duizenden gekomen waren, kon het leven niet beter.

Nooit de raven volgen

De volgende dag maakten we met Dragan en Dushko vanaf 1.600 meter een tandemsprong met een paraglider. Dushko (kampioen lange afstands paragliden van Montenegro) vertelde dat je nooit de raven maar altijd de adelaars moet volgen. Raven gebruiken niet alleen de opwaartse winden en spiralen maar ook de neerwaartse. De 10-jarige Otto ging als laatste maar was te licht, hij moest met enkele 2-liter colaflessen gevuld met water uit de bergbeek verzwaard worden.

In volkomen stilte over de bergen en wouden zweven is betoverend. We landden in een wei met hooischelven. De boer kwam niet (zoals een Franse of Engelse boer waarschijnlijk had gedaan) met de buks of hooivork naar buiten maar met glazen en een fles ijskoude limonade.

Uren later, toen we bij cafe ‘Adler’ de terraria met Dragans slangenverzameling bewonderden (de in Montenegro levende springslang met een knobbeltje op de neus, een soort wrat, is uitermate giftig en gaat rechtop staan voordat hij toehapt) en Dragan de schedels van geschoten wolven aan de jongens toonde, zei Dushko: „Vrouwen zijn bijna nooit bang bij de tandemsprong, maar heel veel mannen, zelfs de grootste en stoerste, staan te trillen als rietstengels.”

Niets van dat al bij de jongens. Misschien zijn mijn kinderen, anders dan Jozsi voor vertrek naar Montenegro wilde doen geloven, tóch avonturiers.

Montenegro Adventures (sustainable tourism): 00381 81 310 070 of www.montenegroadventures.comDushko Simovic (paragliden): 00381 69 407 109 of cupkabp@cg.yuVjelko Vujanovic (raften): 00381 83200 598 of www.tara-grab.comHotel Bianca Resort: www.biancaresort.com of 00381 81 863 000