Mao wilde het al

Chinese machthebbers hebben altijd al geloofd in de maakbaarheid van de natuur. Nu gaat een oude wens in vervulling. Het water van het zuiden zal naar het noorden stromen.

Twintig minuten rijden buiten Zhengzhou, de hoofdstad van de provincie Henan, stroomt de Gele Rivier. Een groepje toeristen wandelt naar een groot rotsblok dat overeind staat op de ruim zes meter hoge, met basaltblokken versterkte kade. Hier gaf generaal Chiang Kai-shek, de leider van de nationalistische Kwomingtang, in 1938 opdracht de dijk kapot te bombarderen. Met het overstromende water wilde hij de oprukkende Japanse troepen de pas afsnijden. Vele honderdduizenden omwonenden verdronken en nog eens elf miljoen raakten dakloos.

Dat is verleden tijd. Enkele tientallen kilometers stroomopwaarts zijn waterbouwkundig ingenieur Wang Bin en zijn collega Ma Fuzhao dit jaar begonnen met hun bijdrage aan China’s toekomstige geschiedschrijving. Ingenieur Wang (38) en ingenieur Ma (eind 50) werkten eerder mee aan de bouw van de Xiaolangdi-dam, nog veel verder stroomopwaarts in de Gele Rivier, en aan de prestigieuze Drieklovendam in de zuidelijke rivier de Yangtse. Nu gaan ze hier, bij het dorpje Gubaizui, twee tunnels boren door de bedding van de Gele Rivier.

De ondergrondse doorgangen zijn niet bestemd voor auto’s of treinen, en ook niet voor gas- of olieleidingen. Nee, door de tunnels gaat water stromen – water dat eigenlijk toebehoort aan de Yangtse. Het water wordt ruim 400 kilometer zuidelijker afgetapt uit een groot stuwmeer in de rivier de Han. Die rivier mondt uit in de Yangtse, de langste rivier van China. Maar na het ophogen van de stuwdam tot 170 meter zal de Han voortaan eenderde van haar inhoud aan het dorstige noorden moeten afstaan.

De bedoeling is, leggen de ingenieurs Wang en Ma uit, dat het kostbare water uiteindelijk tot in de hoofdstad Peking vloeit, nog eens zo’n 800 kilometer noordelijker. „Over vier jaar kunt u in Peking water uit het zuiden drinken”, zegt Wang Bin. Over de kwaliteit geen zorgen. „Die zal uitstekend zijn, beter nog dan flessenwater.”

Maar niet iedereen is gerust over een goede afloop van zo’n rigoureuze ingreep in de waterhuishouding. „Een economische verspilling van jewelste en slecht voor het milieu’’, zegt bijvoorbeeld Ma Zhong, hoogleraar milieukunde aan de Renmin-universiteit in Peking.

Professor Ma is ook adviseur van de regering. Dat belet hem niet scherpe kritiek te leveren op de grootschalige plannen om – via drie routes – water van het zuiden naar het noorden over te hevelen. Die betitelt hij als „een absolute ramp”. Gewoontegetrouw zoekt de overheid haar heil in dure, technocratische oplossingen. De echte problemen – vervuiling en verspilling – worden verwaarloosd, zegt hij.

Het watertekort is niet nieuw, zomin als de plannen de waterstromen te herverdelen. „Als we eens een klein beetje van het overvloedige water van het zuiden zouden lenen en aan het noorden zouden geven”, suggereerde Mao Zedong al in 1952. Ruim een halve eeuw later zijn de problemen alleen maar nijpender geworden. Steeds meer steden hebben moeite de burgers drinkwater te geven en de boeren slaan hun putten steeds dieper om de akkers te bevloeien.

Zo bezien begint de uitvoering van de grote ‘Zuid naar Noord Water Omleiding’ – zoals het project om grote delen van het noorden van extra water te voorzien formeel is gedoopt – niets te vroeg. Het toekomstige kanaal dat als onderdeel van de middenroute naar het dorpje Gubaizai leidt, is grotendeels al uitgegraven. In de omliggende velden klinkt het gegrom van graafmachines, shovels en bulldozers. Blauwe en oranje vrachtwagens voeren het zand af. Ingenieur Wang wijst vanaf een heuvel naar een strekdam die beneden in de diepte langs de Gele Rivier loopt. Daar wordt een diep gat gegraven en vervolgens zal begin volgend jaar worden begonnen met het boren in horizontale richting onder de rivierbedding, legt hij uit. Hetzelfde gebeurt aan de door de nevel onzichtbare overkant van de rivier. Door het natuurlijk verhang zal het water vanzelf in noordelijke richting verder gaan stromen.

Wangs enthousiasme staat in schrille tegenstelling tot het scepticisme van professor Ma. De afgelopen vijftien jaar heeft elke regering gezegd het milieu heel erg belangrijk te vinden, maar elk jaar zijn de milieudoelstellingen niet gehaald, verzucht hij in een collegezaal van zijn universiteit. Afgelopen voorjaar, op de zitting van het Volkscongres, heeft premier Wen Jiabao opnieuw excuses aangeboden voor het niet halen van de doelstellingen. Watervervuiling, luchtverontreiniging – over de hele linie is de situatie de afgelopen jaren alleen maar slechter geworden, zegt hij. „U kunt het vergelijken met de situatie in de jaren ’60 in Europa.”

De 50-jarige Zhao Sheng Fu weet heel goed waar professor Ma het over heeft. Vroeger was hij tractorbestuurder, nu heeft hij een restaurantje met houten tafeltjes en plastic krukken onder een boom, waar je heerlijke vis kunt eten. Maar die komt niet uit de rivier die een paar honderd meter voorbij zijn erf stroomt – daarvoor is die rivier veel te smerig.

Zhao, zijn vrouw, kinderen en aanhang en zijn kleindochtertje wonen in een gehucht aan de rivier de Wei, veertig kilometer buiten China’s historische hoofdstad Xi’an in de provincie Shaanxi. Toen Zhao nog jong was, vertelt hij, was het water van de Wei nog schoon, kon je er volop vissen vangen en ging je er ’s zomers met je vrienden in zwemmen.

Maar in de jaren ’80 begon China’s industriële opleving op het platteland, en werden ook langs de oever van de Wei papierfabrieken, chemische bedrijven en andere industrieën gebouwd. Toen begon ook de vervuiling van de rivier. Veel fabrieken zijn al lang weer gesloten, in de wijde vlakte zijn hun roestige karkassen te zien, maar de Wei – die oostelijk van Xi’an uitkomt in de Gele Rivier, geldt nog steeds als een van de vieste in China.

„Zelfs de boeren durven het water niet te gebruiken voor hun land”, zegt Zhao. Zelf heeft hij een stuk grond gepacht en daarop drie grote vijvers uitgegraven. In één ervan kweekt hij zijn karpers. Vanuit de hele omgeving, tot aan Xi’an toe, komen sportvissers om er hun hobby bedrijven, zegt hij met een gulle lach. In een van de vijvers drijven een paar dode vissen, maar dat kan hem niet deren. Vlug drukt hij een knop in en midden in de vijver begint een fontein te spuwen. Het water komt uit een bron naast zijn huis: 45 meter diep.

Ten noordwesten van Xi’an is de Wei slechts een klein stroompje in een kilometers brede, dorre en zanderige bedding. Veel water is stroomopwaarts in de naburige provincie Gansu al verbruikt door irrigatie. In een buitenwijk van Xi’an lozen enkele fabrieken bruin en blauwpaars afvalwater in een in beton gegoten beek die stroomafwaarts uitkomt in de rivier.

Nog maar een paar jaar geleden kwam in sommige wijken van Xi’an slechts een paar uur per dag drinkwater uit de kraan, zegt een inwoner. Maar nu is de situatie verbeterd. Dat komt vooral doordat vanaf 2000 via pijpleidingen helder water wordt aangevoerd vanuit een stuwmeer in de bergketen ten zuiden van Xi’an. En nu heeft de provincie Shaanxi een nog drastischer oplossing bedacht om het waterniveau van de verontreinigde Wei op te hogen: dwars door de zuidelijke bergen zal een doorgang worden gemaakt om water van de rivier de Han af te tappen – dezelfde rivier die het water moet leveren voor de ondertunneling onder de Gele Rivier bij het dorpje Gubaizui, waar de ingenieurs Wang en Ma aan het werk zijn.

Dat nu, zegt professor Ma in de collegezaal van de Renmin universiteit, is precies wat hij bedoelt als hij zegt dat centrale regie ontbreekt in China. De lokale overheden komen alleen maar voor hun eigen belangen op. Steevast wordt gekozen voor grootschalige, technocratische oplossingen in plaats van dat de echte problemen worden aangepakt, fulmineert hij. De provincie Shaanxi trekt wel geld uit voor milieuverbetering, maar veel, veel minder dan voor de aanvoer van nieuw water en andere waterbouwkundige projecten.

Als regeringsadviseur zal Ma daarom zijn best doen de plannen van Shaanxi alsnog te torpederen. „Moet u nagaan”, zegt hij „De regering in Peking gaat ermee akkoord dat de lokale autoriteiten in Shaanxi overheidsgeld gaan gebruiken om water te stelen dat zij zelf wil gaan gebruiken om naar het noorden te leiden. Dat is toch van de gekke.”

Ingenieur Wang en zijn collega Ma breken zich daar echter niet het hoofd over. Hun taak is de onderstroming onder de Gele Rivier naar behoren te laten functioneren. Nee, ze vinden niet dat ze met hun werkzaamheden de Gele Rivier, bakermat van de Chinese beschaving, een beetje ontheiligen. „We komen niet aan de Gele Rivier. We gaan er gewoon onderdoor” , zegt ingenieur Wang.

●▶Een fotoserie over de Gele Rivier en de Wei staat op www.nrc.nl/china.