Lofzang op het damestasje

Het damestasje is een heiligdom, een wereld vol zachte, smeerbare, geurige geheimen. Bekentenis van een tasjesvoyeur.

Vermoedelijk omdat ik zonder zussen door het leven moest, hebben allerlei vrouwelijke zaken van oudsher een extra aantrekkingskracht voor me. Een van de meest onschuldige van die meer dan gewone nieuwsgierigheden geldt de inhoud van damestasjes. Ik kan het nooit goed laten er even een blik in te werpen, zodra ik de kans krijg. Soms volstaat zelfs een glimp om je in gedachten binnen te voeren in die verrassende wereld vol zachte, smeerbare, geurige geheimen.

Damestasjes zijn interessant, ongeacht de leeftijd van de eigenaresse. De tas van een bejaarde vrouw van in de tachtig kan mij net zo boeien als het glittertasje dat een meisje van zestien meeneemt naar haar eerste serieuze galabal.

Erg belangrijk voor het effect is de voering. De kleur en het materiaal daarvan vormen het decor voor de betovering die er van een tas kan uitgaan. En dan is er de geur, die de tasjesvoyeur in een nog passender stemming brengt.

In veel oude culturen, waaronder die van het Egypte der farao’s, geloofde men dat een dode voor zijn overtocht naar een andere wereld van voldoende proviand moest worden voorzien en dat dierbare spullen van de overledene hem of haar dienden te vergezellen. Dus werden tombes en grafkamers gevuld met leeftocht, kostbaarheden en benodigdheden voor onderweg.

Een goed samengesteld damestasje is als zo’n grafkamer, maar dan natuurlijk zonder stoffelijk overschot en in verkleinde, draagbare vorm.

Toch gaat er heel wat in: een make-upsetje, lipstick of lip balm, sun screen, zakdoekjes, een agenda of adresboekje, een mobieltje, een iPod, tampons of maandverband, een (zonne-)bril, voorbehoedmiddelen, sleutels, rijbewijs, paspoort of identiteitsbewijs, een portemonnee, handcrème, een kam, iets te snoepen of te knabbelen, een nagelvijltje, reservepanty’s, een pen en, als er plaats voor is, ook nog een boek of tijdschrift, afgezien van een hoeveelheid papiertjes, tickets en bonnetjes. Bij elkaar is dat in essentie precies de soort emergency-kit die de Egyptenaren aan hun gestorven farao’s meegaven.

Het geheim van het damestasje is nooit mooier getoond dan in de documentaire film Maarten Biesheuvel. De angstkunstenaar van Jan Louter. De schrijver komt daarin te spreken over zijn overleden moeder en meldt dat hij haar tasje altijd heeft bewaard.

Hij gaat het ding van boven halen, en toont even later voor de camera alle ditjes en datjes die hij er een voor een uit tevoorschijn haalt. Wij wanen ons in het gezelschap van een archeoloog die ons enkele eeuwenoude artefacten toont uit een door asregens bedolven stad of een door de zee verzwolgen beschaving. Maar het is het tasje van zijn overleden moeder.

En dan komt het rolletje pepermunt, een aangebroken rolletje pepermunt, dat al die jaren in het tasje is blijven zitten. Biesheuvel bekent dat hij zich heel af en toe permitteert er eentje van te nemen, totdat ze natuurlijk op een dag op zullen zijn. Hij zal er nu ook een nemen, omdat het vandaag een speciale gelegenheid is. Hij scheurt het rolletje een slag verder open en wipt één pepermuntje los, dat hij naar zijn mond brengt. Bibberend steekt Biesheuvel zijn tong uit en legt daar, alsof het een hostie is, verzaligd het pepermuntje op.

Duidelijker dan met deze scène kan niet worden geïllustreerd dat het damestasje een klein en fijn heiligdom is, dat met de grootst mogelijke verering tegemoetgetreden dient te worden.