Legoland en het milieu

Altijd maar hard werken, die wetenschappers. Maar soms mogen ze een tijdje uit de sleur: op sabbatical. Milieukundige Jan Hendriks komt op adem in Denemarken. Wouter Hylkema

‘In Nederland blijft ouderschapsverlof acht jaar geldig. In oktober wordt mijn dochter Karlijn, de middelste van drie, acht. Dus ik ben nog net op tijd”, verklaart Jan Hendriks de timing van zijn sabbatical. Bovendien hindert zijn afwezigheid nu, vanwege de vakantieperiode, de achterblijvers niet. Drie maanden lang, deels in Denemarken, deels in Nederland, verdeelt Hendriks (1962) zijn tijd tussen zijn familie en de milieukunde. Zoals hij eigenlijk altijd al deed. “Ik krijg alleen wat minder telefoon”, zegt hij lachend. Dat hij werkt tijdens zijn ouderschapsverlof kost de hoogleraar milieukunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen geen moeite. “Werk en hobby gaan naadloos in elkaar over”, zegt Hendriks door de telefoon vanuit Denemarken.

Nijmeegse milieukundigen richten zich vooral op de rivierendelta van Rijn en Maas. “Daar komen alle milieuproblemen voor.” Het gecultiveerde landschap is geïndustrialiseerd, dichtbevolkt en moet worden beschermd met dijken. Het water en het sediment in het gebied zijn vervuild als gevolg van landbouw en industrie.

De milieukundige probeert te begrijpen welke biologische reacties volgen op al die invloeden. Hendriks’ expertise is identificatie van nieuwe risicostoffen en de beoordeling van de ecologische gevaren. Hij probeert met modellen de risico’s op basis van een beperkt aantal eigenschappen in te schatten. “Er komen jaarlijks tienduizenden nieuwe stoffen op de markt. Alle mogelijke gifstoffen empirisch onderzoeken is praktisch en financieel onhaalbaar, en ook ethisch ongewenst. Bijvoorbeeld omdat veel onderzoek alleen met proefdieren kan. Maar ook in het veld stuit je op bezwaren: je kunt niet voor elke nieuwe stof die in het rivierwater opduikt alle otters gaan vangen om te kijken hoeveel daarvan in deze dieren accumuleert.”

Hendriks – sinds twee jaar hoogleraar – zit niet om wetenschappelijke redenen in Denemarken. “In Silkeborg vieren mijn drie kinderen – behalve Karlijn zijn daar Maaike (10) en Floris (6) – mijn vrouw en ik vakantie. Na Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk was Denemarken weer eens aan de beurt. Gisteren zijn we naar Legoland geweest. Tussendoor werk ik aan mijn onderzoek. Ons huisje heeft geen internetaansluiting, maar tot mijn verbazing is hier toch een open draadloos netwerk.”

Het onderzoek dat Hendriks tijdens zijn sabbatical doet, is volgens hem een tot wetenschap verworden hobby. Het richt zich op de relatie tussen lichaamsgrootte en allerlei andere biologische verschijnselen: allometrie. Grote dieren eten meer, groeien sneller en leven langer.

Maar: “In vergelijking met een cavia van een halve kilo eet een olifant van vijf ton niet tienduizend keer zoveel, zoals in lineair verband verwacht zou mogen worden, maar slechts duizend keer. Op zich is dat wetenschappelijk al interessant: waarom is dat verband niet lineair? Amerikanen hebben aannemelijk gemaakt dat je het gewicht van de dieren eerst tot de macht drievierde moet verheffen.

“Dan blijkt die relatie zo universeel te zijn – hij gaat behalve voor de voedselinname ook op voor het aantal nakomelingen, de opnamesnelheid van gifstoffen, en misschien zelfs voor vrachttransportsnelheden in een stad – dat het heel moeilijk is er een oorzaak voor aan te wijzen. Maar je kunt er wel interessante ontdekkingen aan een ecosysteem mee doen.”

De combinatie ouderschapverlof met sabbatical bevalt Hendriks goed. “Het beeld bestaat dat wij wetenschappers monomane onderzoekers zijn die tachtig uur per week werken. Maar als je het efficiënt inricht kun je passie voor wetenschap heel goed combineren met andere passies. En de kinderen genieten er van. Ongevraagd laten ze dat merken.”

Dit is het laatste deel van een zomerserie over wetenschappers op sabbatical.