Leeft Bob Dylan nog?

In Nederland staat Dylan-liefhebber Iris Koppe altijd tussen de sentimentele vijftigers, terwijl Dylans liedjes weer steeds actueler worden. Bestaan er andere jonge fans? In New York misschien, in ‘zijn’ buurt?

Op mijn vijftiende stond ik in Ahoy’, Rotterdam, bij een concert van Bob Dylan. „Jij moest zeker met je vader mee?” vroeg een man naast me. „Nee”, antwoordde ik geïrriteerd, „hij moest met mij mee.”

Het was het begin van een aantal verbaasde vragen. Ik legde uit dat ik na het horen van het nummer ‘Sad eyed lady of the lowlands’ verliefd werd op Dylan’s stem, vervolgens de kast met cd’s van m’n ouders plunderde en de platen Another Side of Bob Dylan tot en met Time Out of Mind grijs draaide. Dylan had alles wat de jaren negentig-muziek van de Spice Girls niet had. Diepgang, idealisme, romantiek en mysterie.

Zes jaar later sta ik met mijn vriend Joey in de CBGB gallery in New York. Volgens velen de historische broedplaats van underground music in de Lower East Side. We zijn hier vanavond omdat de 94ste verjaardag van Woody Guthrie in deze club gevierd zou worden, de folkzanger die door Bob Dylan zelf bewonderd werd. En, zo was ons beloofd, er zouden jonge onbekende artiesten komen die lyrics van Woody zouden vertolken.

„Can someone hold my body?” roept de zanger op het moment dat hij zich achter de microfoon installeert. Het trapje naar het podium was waarschijnlijk toch een te grote beproeving voor de amateur die even een liedje komt doen. Vanachter de coulissen snelt de jongen van de techniek te hulp en ondersteunt de artiest totdat hij op eigen benen blijft staan. Het verontrust me enigszins dat het meeste publiek via een rolstoel de tent binnen wordt gereden en dat behalve het barpersoneel niemand onder de vijftig blijkt.

DYLAN IN SINT-PETERSBURG

Als een man met een banjo naast de zanger op het podium gaat staan, stelt Joey voor om iets bij de bar te halen. Het lijkt me geen slecht plan nu er ook een langharige dame in een groene jurk met groene oorbellen en veel okselhaar de tweede stem komt zingen. Tijd voor een drankje.

Joey en ik kennen elkaar door onze liefde voor Bob Dylan. Drie jaar geleden ontmoetten we elkaar tijdens een vakantie in Sint-Petersburg en hadden toevallig allebei een plaat van Dylan in onze tas. We bleken alle twee al jaren fan van de zanger en zo werden we bevriend. Het was bijzonder omdat ik niet zoveel twintigers ken die groot fan zijn van Dylan en tegenwoordig lijkt het wel alsof steeds minder jonge mensen hem kennen. Tijdens boekpresentaties, optredens van artiesten die Dylans songs vertolken of optochten voor Dylan als Nobelprijswinnaar zijn we steevast de jongsten.

Niet dat ik dat erg vind. Het enige vervelende is dat er in Nederland een groep Dylan-fans van rond de vijftig bestaat die een soort alleenrecht op de de zanger claimt. Zij bepalen het gezicht op de Dylanmanifestaties, zij schijnen het meest over de artiest te weten en zij zijn in hun puberjaren gevormd door zijn muziek. Of ze voelen zich bedreigd als fan, want misschien hebben wij wel net zulke zeldzame platen als zij, of ze behandelen je als hun mindere. „Wat weet jij nou van Dylan? Je bent nog zo jong!” Vaak voegen ze dan nog toe dat je de muziek van Dylan niet zou kunnen begrijpen omdat je niet in die tijd bent opgegroeid. Het is een zelfingenomen groep mensen, van wie sommige vijftigers melancholiek gaan staan stotteren bij de herinnering aan de plaat ‘Blonde on Blonde’, tijdens welke ze eens een meisje gezoend hebben.

DYLAN IN AMSTERDAM

In Amsterdam, waar Joey en ik zijn opgegroeid, kennen we nauwelijks twintigers die van Dylans muziek houden. Maar we wisten niet hoe dat in Amerika zat. Zijn daar veel jonge artiesten die hun werk op Dylan geïnspireerd hebben? Veel jonge fans die het werk van Dylan aanbidden? We wilden een kijkje nemen in de buurt waar Dylan in zijn begintijd vaak optrad en waar hij woonde. Wat is er van die wijk over en hangen daar nu nog steeds jonge artiesten rond?

Ik verslik me in m’n cola op het moment dat ik het nummer ‘This land is your land hoor’. Dit is wel van Guthrie! We snellen terug richting podium en gaan tussen de rolstoelen staan klappen. ‘From California to the New York Island.’

Een paar dagen later vind ik op internet het adres van de Woody Guthrie Foundation. Een organisatie die de belangen behartigt en de rechten beheert van de meest invloedrijke folkzanger van Amerika. Woody Guthrie werd geboren in 1912, stierf in 1967 en ik was een paar dagen terug dus op zijn 94ste verjaardagsfeestje. Omdat Bob Dylan altijd groot ontzag heeft gehad voor Woody en veel van zijn werk door hem heeft laten inspireren, lijkt het me interessant om de foundation te bezoeken. Op goed geluk begeef ik me naar 57th Street, waar ergens in een gebouw op de twaalfde verdieping hun kantoor schijnt te zitten.

De lift blijft steken op de negende verdieping en even denk ik dat ik de rest van de dag in de krappe ruimte zal moeten doorbrengen met m’n iPod. Gelukkig word ik na enige tijd bevrijd door een klusjesman en met Dylan in m’n oren vervolg ik mijn weg. Zonder te kloppen stap ik de deur binnen waar met grote letters Woody Guthrie Publications opstaat. „Hallo daar”, zegt een dame op leeftijd met grote grijze krullen, „Wat kom je doen?” Nonchalant antwoord ik dat ik een beetje over Woody kom kletsen, als dat mag, en dat ik trek heb in koffie. „Kom maar even zitten”, zegt de dame die later de dochter van Woody blijkt te zijn. „Ik heb alleen weinig tijd.”

Uiteindelijk blijf ik twee uur zitten in het kantoor van Nora Guthrie, die erg vriendelijk is en verbaasd dat ik zomaar kwam binnenstappen. „Normaal gesproken sturen mensen een e-mail, waar ik dan vervolgens niet op reageer.” Ik begrijp direct waarom mensen met Nora willen praten. Ze heeft mooie verhalen en weet veel over de invloed van Woody op Dylan. Zelf stuurde ze als meisje van elf Bob Dylan bij haar huis weg toen hij kwam vragen of hij haar vader mocht spreken. „Die jongen bleef maar aanbellen”, zucht Nora. „Terwijl hij wist dat Woody in het ziekenhuis lag. Later hing Dylan ook vaak bij ons huis rond. Ga maar met Ramblin’ Jack Elliot spelen, zeiden wij dan, die is meer van jou leeftijd, Bob.”

Over de invloed van Woody en Dylan op jonge artiesten is Nora erg enthousiast. „Deze week verschijnt er een cd van hedendaagse artiesten met lyrics van Guthrie die nog nooit eerder zijn uitgevoerd. Onze foundation wil graag samenwerken met mensen met visie, het liefst protestzangers. Ik denk dat er net als in de jaren ’50 een Underground Revolution bezig is rondom het Washington Square Park. It’s all happening again”, zegt de grijsharige Nora wijs. „Toen waren er ontmoetingen tussen Dylan, Joan Baez en andere artiesten. Het motto was get out and learn. Op dit moment heerst er een zelfde atmosfeer als waarin Bob Dylan groot werd. De jeugd heeft op dit moment de mentaliteit screw the media and the big concerts. Daarom zijn Woody en Dylan ook zo ongekend populair.”

Als ik het pand verlaat besef ik dat ik snel eens moet gaan kijken in het Washington Square Park. Misschien vind ik daar wel allemaal potentiële Bob Dylans in hun jonge jaren.

De volgende dag bezoeken Joey en ik eerst de buurt waar Dylan vroeger gewoond heeft. Aan de West 4th Street, op nummer 161 woonde hij in de zestiger jaren met zijn toenmalige vriendin Suze Rotolo. Aan de linkerkant van het pand zit nu een Tic Tac Toe zaak voor exotic novelties, aan de rechterkant zit een pornozaak. Joey en ik maken uitgebreid foto’s en bellen verschillende keren aan. Niemand doet open en ook de zaak ernaast met een paar stoffige dildo’s in de vitrine blijkt gesloten.

Schuin tegenover dit huis loopt Folk Street, de straat waar de foto van Dylan en Suze gearmd in de sneeuw is genomen op de plaat The Freewheelin’. „In tegenstelling tot de foto staan er nu wel bomen”, zegt een platenverkoper die al jaren een zaak runt in deze straat. „Jaarlijks komen er zo’n twintig tot vijfentwintig toeristen in Jones Street de foto van Dylan en zijn liefje namaken. Ik moet er af en toe erg om lachen.”

We lopen verder door Greenwich Village en komen erachter dat veel Folkclubs zijn verdwenen. The Bitter End, waar naast Dylan ook een scala van artiesten als Bo Diddley, Bill Haley, Norah Jones en Woody Allen hebben opgetreden, bestaat nog wel. Ook in Café Wha, waar volgens een aanplakbiljet aan de buitenkant Dylan zijn carrière begonnen is, treden bijna elke avond artiesten op. Tegenover Café Wha zie ik een winkel met in de etalage een slipje met de opdruk Bob’s girl. Ik vraag me af of dit een souvenir voor Dylanfans is, maar op het moment dat de verkoper tijdens het afrekenen op Joey wijst en vraagt „Is that Bob?” weet ik dat dit niet zo is.

Via MacDougle Street nummer 94, waar Dylan nog steeds een huis schijnt te hebben maar waar wederom niemand open doet, slenteren we naar het Washington Square Park. Er staat een meisjeskoor te zingen: „When I call on Jesus, all things become possible.” Het is niet wat we verwachten en we besluiten ’s avonds terug te keren. In de tussentijd word ik gebeld door Nora Guthrie, die zegt dat ik met haar dochter zou moeten praten. „She is young and likes Dylan”, roept ze enthousiast aan de andere kant van de lijn. Nog geen uur later zit ik tegenover Anna Canoni, een goedlachse meid van zevenentwintig die om de vijf minuten herhaalt dat ze de kleindochter is van Woody Guthrie. Ik neem het haar niet kwalijk, ik zou ook trots zijn.

DYLAN IN MANHATTAN

„Weet je”, begint ze, „m’n moeder overdrijft een beetje. Er zijn helemaal niet zoveel jongeren die fan zijn van Woody en Dylan. Dat komt omdat we het allemaal goed hebben gehad de afgelopen tijd. Woody zong voor arme arbeiders tijdens zandstormen en ook Dylan nam het op voor zwakkeren. Wij hebben dat soort zangers niet nodig gehad toen we volwassen werden. Waar hebben wij voor moeten vechten? Alles was voor ons al geregeld.” De brunette kijkt zwijgend naar een ingelijste foto van haar opa aan de muur. „Maar nu”, vervolgt ze, „is de wereld opgefokt. Het gaat helemaal fout. Jongeren hangen plaatjes van Woody met gitaar op hun kamer waarop staat ‘This machine kills fascists’. Ze zijn tegen de oorlog in Irak en willen dingen anders doen. Ik denk dat twintigers de komende jaren steeds meer zullen teruggrijpen op de liedjes van Woody en Dylan. Ik verwacht dat hun populariteit sterk zal stijgen.”

’s Avonds zit ik met Joey in het Washington Square Park te kijken naar een jazzmuzikant. Verderop staan gitaristen en dansers; jonge mensen proberen zelf geschreven nummers uit. Ik voel de atmosfeer waar Nora Guthrie het over had. Ergens om mij heen zingt een nieuwe Dylan.