Hollands Dagboek

Arts Henk Hammer (60) was de afgelopen weken in het zwaar gebombardeerde Zuid-Libanon voor Artsen zonder Grenzen. „Dit werk is bijna niet te doen.” En: „Om de bomkraters in de wegen kunnen we nog wel heen rijden, maar een onontplofte raket in het wegdek wordt moeilijk.” Hammer is getrouwd en heeft drie kinderen.

Henk Hammer

Donderdag, 10 augustus

Een rustige dag. Dat klinkt misschien vreemd, voor wie bedenkt dat ik dit schrijf in Jezzine, een stadje in het zuiden van Libanon. Het is hier oorlog. In de lucht klinkt een zacht gezoem van een piepklein, voor mij onzichtbaar, onbemand vliegtuigje, dat alles in de gaten houdt. Bij vlagen hoor ik doffe dreunen in de verte, gevolgd door het geluid van een straaljager. Ik denk aan mijn collega’s van Artsen zonder Grenzen die midden in het bommengeweld aan de frontlinie zitten. Ik werk in het gebied waar de meeste vluchtelingen voor het geweld in het uiterste zuiden naar toe komen.

Samen met een lokale chauffeur-vertaler ga ik vandaag langs een aantal dorpjes in de Chouf-regio, op zoek naar vluchtelingen die medische hulp nodig hebben. Een aantal van hen heeft geluk en kan terecht bij familie, vrienden of kennissen. Maar velen hebben hun onderdak gevonden in scholen. Mensen hebben huis en haard verlaten en bivakkeren met hun hele familie in een kaal klaslokaal. Dit zijn geen mensen die een grashut achterlieten, maar een gewoon huis, een badkamer, een keuken en meubels. En nu ineens slapen ze op een kale betonnen vloer. Terwijl de Mercedes bij wijze van spreken thuis voor hun deur staat.

Op mijn ronde langs de dorpen met vluchtelingen deel ik matrassen en dekens uit. Dokters blijken er nog genoeg in de regio waar ik werk, aan medisch materiaal, brandstof en voedsel voor patiënten en staf is een steeds groter tekort. Vooral medicijnen voor chronisch zieken, zoals suikerpatiënten en mensen met een hoge bloeddruk, zijn hard nodig. Logistiek is deze missie in Libanon een nachtmerrie. Afgelopen week zijn twee konvooien van Artsen zonder Grenzen bijna geraakt door artillerie en luchtaanvallen. De enig overgebleven brug over de Litani rivier is gebombardeerd. Onze mensen dragen hulpgoederen met de hand naar de andere kant. Grote delen van het land zijn onbereikbaar voor hulp.

Vrijdag

Totaal andere dag dan gisteren. Vandaag zijn we in Nebatiye, een stad die vlak tegen de gevechtszone ligt. Mensen deden vannacht geen oog dicht vanwege de bombardementen. Het ziekenhuis dat we bezoeken is op een haar na geraakt, ik zie de kraters van de raketten. Een familie van tien personen is op twee na om het leven gekomen. Grote operaties worden in het ziekenhuis niet meer gedaan, alle zeilen worden bijgezet voor eerste hulp en het verzorgen van gewonden. Mensen met gecompliceerde verwondingen worden doorverwezen naar het noordelijker gelegen Saida.

Als we Nebatiye verlaten, hebben we een tankwagen vol benzine in het konvooi. Benzine is zeer schaars. We dragen hier alle dagen een kogelvrij vest, maar vandaag zijn we bang en zweten we enorm. Gelukkig gaat alles goed. We worden niet beschoten. Ik ben blij als ik terug ben in mijn tijdelijke standplaats Jezzine. ’s Avonds maak ik de bestellingen voor de volgende zending klaar.

Zaterdag

Vandaag willen we zoveel mogelijk hulpgoederen aan twee ziekenhuizen in Nebatiye leveren. Gisteren werd zo langzamerhand duidelijk dat die stad niet ver van de frontlijn meer verwijderd is. Vandaag komen bussen van het stadsbestuur van Nebatiye de spullen zelf ophalen. Aangezien de stad al behoorlijk gebombardeerd is, zou wachten tot de middag niet handig zijn. We weten niet wanneer toegang tot de stad weer vrij is. Tot nu toe is het slechts eenmaal gelukt om er via de korte route naartoe te rijden. Alle andere keren ging dat via Saida, een grote stad aan de kust, een hele omweg.

Terwijl wij de vrachtwagens inladen, gaat een ander team vast kijken hoe het met de weg van hier naar de Beeka-vallei in het noorden is gesteld. Die weg is van belang omdat er ook daar klinieken en ziekenhuizen zijn waar we spullen heen brengen. Dit werk is bijna niet te doen. Om de bomkraters in de wegen kunnen we nog wel heenrijden, maar een onontplofte raket in het wegdek wordt moeilijk.

Net als we willen vertrekken naar dorpen ten zuiden van onze standplaats Jezzine, komt er een dringend bericht van een school met vluchtelingen op 25 minuten afstand van hier: er zou mogelijk een uitbraak van cholera of dysenterie zijn. We gaan er direct heen. Gelukkig geen cholera of dysenterie aangetroffen.

Om twaalf uur ’s middags vertrekken we alsnog, met beschermvesten aan, helmen achter in de auto en voldoende water mee, op weg naar het zuiden met de hulpgoederen. De directe, korte weg naar Nebatiye blijkt open. We kijken of er nog mensen zijn in de dorpen waar we langskomen, in het bijzonder bejaarden of chronisch zieken, die door de dagelijkse bombardementen niet weg kunnen of durven. Ik hoef geen medische hulp te geven. Wel hier en daar spullen voor hygiëne achtergelaten.

De reis richting Nebatiye is wonderlijk. Hier en daar achtergebleven mensen, veel bomkraters en verwoeste huizen en gebouwen. Ik hoor raketinslagen en zie rookpluimen in de verte. De dichtstbijzijnde inslag is op een kilometer afstand, schat ik. In een van de dorpen waar we langskomen zitten mensen samen koffie te drinken en wij worden uitgenodigd. Al gauw komen de vijgen en druiven tevoorschijn. Als je alleen van dit tafereeltje een foto zou maken, zou het net een vakantieherinnering kunnen zijn. Een video-opname met het geluid van de inslaande bommen zou de werkelijkheid meer recht doen.

Terug in Jezzine maak ik de bestelling van medicijnen uit Nederland af.

Zondag

Eerste vrije dag sinds het vertrek uit Amsterdam, ruim drie weken geleden: tijd om wat in de stad rond te wandelen. Vanavond komt mijn opvolgster aan, het vertrek voor mij uit Libanon komt dichterbij. Er is een ruime tijd voor overdracht gepland en mijn vrouwelijke collega is op een aantal aspecten van het werk beter uitgerust dan ik. Ze spreekt Arabisch en als vrouw heeft ze een betere toegang tot vrouwelijke patiënten dan ik.

Vandaag was er constant gerommel van inslagen. Het grote offensief dat velen verwachtten tegen het aanbreken van de wapenstilstand heeft vooralsnog Jezzine ongemoeid gelaten. We zullen veiliger zijn dan de afgelopen tijd, hopen we. Grote kans dat de werkdruk na het ingaan van het bestand groter wordt, maar daarvoor zijn we hier.

Collega’s hebben inslagen op een halve kilometer afstand meegemaakt.

Maandag

De wapenstilstand is ingegaan.

Dinsdag

Gisteren is een aantal teamleden de Litani rivier in Zuid-Libanon overgestoken. Als gevolg van hun bevindingen hebben we vandaag een mobiele kliniek gepland voor Houla, een plaats vlak aan de Israëlische grens, waar al een hele tijd geen medische hulp is gegeven. Vanmorgen op weg naar een plaats waar de rivier doorwaadbaar was, aan de voet van de berg met het Beaufort kasteel. Ooit gebouwd door de kruisridders werd het veroverd door de Arabieren. Nu wappert er de Hezbollah-vlag.

Er zijn al heel wat auto’s die de rivier daar over willen, maar voorlopig gaat dat alleen met een fourwheel-drive. Het lukt ons om de overkant te bereiken en onze weg te vervolgen, die op een gegeven ogenblik vlak langs het hek van de grens met Israël loopt. Het is goed te zien waar de tanks gepasseerd zijn. Veel huizen en gebouwen zijn verwoest, maar mensen keren terug.

In Houla worden we door een aantal mensen naar een kliniek verwezen. Die is al een hele tijd niet meer in gebruik en moet eerst schoongemaakt worden. De ramen zijn allemaal stuk, maar het lukt aardig om er weer kliniek te houden. De helft van de patiënten heeft problemen die verband houden met de doorstane bombardementen. De rest heeft een tijdlang geen medicijnen voor langdurig gebruik meer genomen. Niet direct levensbedreigend, wel heel vervelend. Het feit dat we er zijn, is het belangrijkste. Een oudere vrouw zegt dat ook.

Op de terugweg zijn we een hele tijd gestopt voor naar Israël terugkeren soldaten, die te voet in een lange colonne voorbij trekken en verder geen notitie van ons nemen. Het protocol is honderd meter afstand houden en geen contact proberen te maken. Het is voor de aanwezige pers en voor ons een bewijs dat er echt iets is veranderd.

De terugreis naar Nederland is alweer geboekt. Ik mis mijn familie.

Woensdag

Van een oorlogssituatie naar een bestand met gemengde gevoelens. Het betekent terugkeren naar huis zowel voor de vluchtelingen als voor mijzelf, dit komende weekend.

De belevenissen van vandaag op een rijtje. Ook nu zijn we naar het zuiden gegaan en wat het eerst opviel was een veel kleinere hoeveelheid auto’s, ondanks het feit dat er nu een gemakkelijk begaanbare overgang is bij de rivierovergang bij het Beaufort-kasteel. Ze moeten daar heel hard aan gewerkt hebben. Ook waren de wegen al veel meer van puin ontdaan dan gisteren.

Nog steeds gebrek aan medicijnen voor langdurig gebruik. De tandarts was weer aanwezig. Als het zo doorgaat is de gezondheidszorg weer spoedig hersteld. De grote ziekenhuizen zijn intact gebleven en dokters zijn er genoeg in Libanon.

Weer in Jezzine blijkt opnieuw dat onze aanwezigheid zeer op prijs is gesteld. Jullie gingen toch maar naar het zuiden, zegt men, terwijl de oorlog aan de gang was, heel dapper.

Zelf denk ik daar anders over, wij dragen een T-shirt met MSF erop (Médecins Sans Frontières) en de mensen die hier wonen kunnen dat niet. Dat gaf ons het gevoel dat we geen doelwit waren. Wel waren het vijf weken van bijna alle dagen werken tot ’s avonds laat. Zo gaat dat bij een missie. Tijd om weer naar de familie te gaan.

Donderdag 17 augustus

Vandaag voor de laatste keer Nebatiye bezocht. Naar de ziekenhuizen om afscheid te nemen en mijn opvolgster te introduceren. De situatie in de stad is compleet anders. Een paar dagen geleden lag er overal puin, nu zijn de straten netjes schoongeveegd en de winkels zijn weer open. De vrede lijkt teruggekeerd en dat stemt vrolijk, ook al is het misschien een wankele vrede.