Günter Grass wilde ‘eindelijk weg bij moeder’

De autobiografie waarin de schrijver Günter Grass onthult dat hij bij de SS diende, is vervroegd verschenen. Onze correspondent in Berlijn las het boek over een Duitse jeugd.

Een jonge man, nog maar net zestien jaar, wordt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog opgeroepen om te dienen bij de Waffen-SS. Hij mag naar Hitlers keurtroepen en vindt dat prima. Nog liever had hij op een onderzeeboot gediend. Eindelijk weg van moeder. Eindelijk avontuur. Gewetenswroeging? Nul.

Met zijn levenseinde in zicht onderwierp Grass zijn jonge jaren aan een gewetensonderzoek. Het resultaat is een autobiografie, Beim Häuten der Zwiebel, die begint met het uitbreken van de oorlog en eindigt, dertig jaar later, met de publicatie van Die Blechtrommel.

„In de huid van de ui staat niets gekrast waaraan schrik of ontsteltenis valt af te lezen. Ik zal de Waffen-SS gezien hebben als een elite-eenheid. Ik nam geen aanstoot aan de runentekens op de uniformkraag.”

Grass was een overtuigde meeloper. Zijn tijd bij de Waffen-SS was het sluitstuk van een nazi-opvoeding die al bij het Jungvolk, de nazibeweging voor de allerkleinsten, begon. Het een volgde, min of meer logisch, op het ander.

„Unsere Fahne flattert uns voran”, zong de kleine man in de vrijstaat Danzig (Gdansk) aan de Oostzee en hij had moeite om tijdens het marcheren in het gelid te blijven. De tiener struinde met zijn maten langs het strand, jutte barnsteen, en droomde van een heldenrol bij de Kriegsmarine. De jonge gymnasiast deed dienst op de luchtafweerbatterij Kaiserhafen en trok met zijn uniform aandacht van de meisjes. „Machtig puberend ondersteunden wij het thuisfront.”

Als volwassene verwerkt hij zijn oorlogservaringen tot literatuur. Omgang met het verleden wordt zijn intellectuele raison d’être en zijn bron van inkomsten. Terugblikkend maakt hij er geen geheim van dat hij als jongeling de nazi’s was gevolgd. Maar over dat sluitstuk, over die twee letters SS, die meer dan wat ook symbool staan voor de verschrikkingen van het nazisme, zwijgt hij. Uit diepe schaamte, schrijft hij nu. „Wat ik met de domme trots van mijn jonge jaren geaccepteerd heb, wilde ik na de oorlog uit groeiende schaamte niet onder ogen zien. Maar de last bleef, en niemand kon haar verlichten.”

De Jungvolk-welp groeide uit tot wereldberoemd schrijver, tot morele instantie voor heikele vraagstukken over het Duitse verleden en tot een symbool van het goede Duitsland. Nu is hij oud. „In het steeds sneller krimpende heden, weeg ik elke trede op de trap, adem hoorbaar, hoor mezelf hoesten en leef zo opgewekt als het gaat de dood tegemoet.”

Beim Häuten der Zwiebel is een gedetailleerd, soms pijnlijk, soms hilarisch, maar altijd met zorg genoteerd verslag. De oude Grass ondervraagt de jonge Grass. Waarom, vraagt de gelauwerde intellectueel aan de tiener, heb je niet de juiste vragen gesteld? Je las boeken. Je had genoeg pit om schulden te innen die de klanten in de winkel van je moeder hadden gemaakt. Je vloog twee keer van het gymnasium omdat je had gevochten met een leraar. Maar de juiste vragen stelde je niet. [Vervolg AUTOBIOGRAFIE: pagina 9]

AUTOBIOGRAFIE

Grass schreef omdat hij ‘het laatste woord’ wilde

[Vervolg van pagina 1] Om een antwoord te vinden moet Grass zijn geheugen afpellen, laag voor laag, alsof hij een ui schilt. Grass heeft het boek versierd met roodkrijttekeningen. Op de omslag is de ui nog intact, na dik vierhonderd pagina’s is de ui in onderdelen uiteengevallen. In de loop van het onderzoek biecht hij ook het lidmaatschap van de SS-divisie Frundsberg op. De bekentenis is beslist niet terloops, maar het is ook niet de centrale kwestie in het boek. Centraal staat de vraag: waarom was jij destijds niet slimmer, jonge man.

Grass heeft publiekelijk gebiecht en hij heeft het geweten. Sinds de bekentenis een week geleden openbaar werd, kreeg de schrijver veel gratis advies. Stuur de Nobelprijs terug. Doneer geld aan oorlogsslachtoffers. Leg het ereburgerschap van Gdansk neer. In de publieke arena werd het uit Grass niet gepeld, maar gesnipperd.

Er was ook compassie, zeker. Beter een late bekentenis dan geen bekentenis, zei bondspresident Horst Köhler. Grass blijft voor mij een held, als schrijver en als moreel kompas, zei de Amerikaans schrijver John Irving. Het intellectuele klimaat in Duitsland nodigt nu eenmaal niet uit om vrijmoedig met jezelf af te rekenen en te vertellen wat je is overkomen, zei de Duitse schrijver Martin Walser.

De ondertoon in het Grass-debat is echter verre van mild. Fans waren geschokt. „Niets is erger dan bedrogen worden in de liefde”, schreef de hoofdredacteur van Der Tagesspiegel. Er werden ook oude rekeningen vereffend. Het waren lagere goden uit de CDU die opperden dat SPD-icoon Grass zijn Nobelprijs moest inleveren. De felheid waarmee de linkse Grass decennialang rechts heeft aangevallen, kwam nu per kerende post retour.

Het Grass-debat is in Duitsland vooral een debat voor 75-plussers, voor de intellectuele gerontocratie, gispte Eva Menasse, geboren in 1970. Florian Illies (1971) liet weten dat Grass voor hem nooit een morele instantie was geweest. Grass werkte hem altijd op zijn zenuwen. „Ik vond het een ongelooflijke Nervensäge.”

En wat zei Grass zelf? Ik was niet betrokken bij misdaden. Ik had het eerder kunnen zeggen. Ik kon het niet. „Het lag in me begraven”, zei hij op de Duitse tv. Wie over mij wil oordelen, zei hij ook, leze mijn boek. Een boek dat na één dag was uitverkocht.

Al op de eerste pagina’s begint Grass zijn jeugd de maat te nemen. Waarom stelde hij geen vragen toen Onkel Franz, werkzaam bij de Poolse posterijen in Danzig door de Duitsers standrechtelijk werd geëxecuteerd? Waarom stelde hij geen vragen aan zijn geliefde moeder toen het gezin van oom Franz plotseling niet meer over de vloer kwam? Waarom stelde hij geen vragen toen zijn leraar Latijn plotseling verdween en na maanden weer opdook? Waarom geen vragen over de aanslag op de synagoge aan Michaelisweg?

Grass beschrijft zichzelf als overtuigde maar niet fanatieke nazi – hij houdt niet van zingen, hij ambieert geen baantjes, maar hij doet wel mee. De gedetailleerde schets van de gedachtewereld van een kind dat langzaam tiener wordt, maakt nog eens duidelijk hoe moeilijk het destijds moet zijn geweest om andere keuzes te maken. Zeker als de ouders dat niet stimuleerden. Ook wordt duidelijk waarom de stap naar de Waffen-SS niet uit de lucht kwam vallen.

Grass doet er alles aan om zijn schuld niet te bagatelliseren. „Om de jongen, dus mij, te ontlasten kan niet eens gezegd worden: men heeft ons verleid. Nee, we hebben ons, ik heb me, laten verleiden.” Op een andere plek: „Hoe ijverig ik ook in het loof van mijn herinneringen wroet, er is niets te vinden dat me kan ontlasten.”

Door bij herhaling verzachtende omstandigheden van de hand te wijzen bereidt Grass de lezer ook voor op de onthulling over de SS. Tegen de tijd dat hij bij de SS wordt ingedeeld heeft hij al zo vaak schuld bekend dat er eigenlijk geen reden meer is voor morele verontwaardiging. Grass is autobiograaf én zelfrechter. Hij schreef het boek om lacunes op te vullen, maar ook „omdat ik het laatste woord wil hebben.”

Het onderzoek naar de jonge Grass wordt bemoeilijkt door de eigenzinnigheid van de herinnering. „De herinnering houdt van verstoppertje spelen. Ze doft zich graag op, vaak zonder noodzaak.” De herinnering is een dame met migraine, die bovendien omgekocht kan worden.

Veel details kan Grass niet meer produceren, ook al heeft hij jarenlang zijn verleden gereconstrueerd door mensen en plaatsen uit zijn jeugd op te zoeken. Sommige beelden in zijn hoofd zijn niet betrouwbaar meer: heeft hij het meegemaakt of heeft hij het ergens gelezen? De vaagheid is zestig jaar na dato beslist te excuseren, maar Grass speelt er ook mee. Zo ontmoet hij in krijgsgevangenschap een zekere Joseph, een Beier en streng katholiek, en hij wekt de suggestie dat het Joseph Ratzinger was, Paus Benedictus XVI. (Uit het Vaticaan werd deze week nog niets vernomen.) In het relaas over de SS-tijd laten herinnering en geheugen Grass opvallend vaak in de steek. „De film scheurt”, schrijft hij. De namen van personen en plaatsen ontbreken, belangrijke data eveneens.

In de laatste maanden van de oorlog wordt hij opgeleid tot schutter, toegevoegd aan een onbekende eenheid en doolt rond in een gebied net ten westen van de Oder, tussen Dresden en Berlijn. Als zijn eenheid voor het eerst onder vuur wordt genomen, plast hij in zijn broek. De SS-divisie Frundsberg, heeft hij naar eigen zeggen nooit gezien. Hij is bewapend, raakt in hinderlagen, maar schieten zien we Grass niet.

Twee keer komt hij achter de Russische linies terecht. Hij wordt door een oudere soldaat gered en raakt tijdens een aanval op een veldkeuken gewond. Voor Grass eindigt de oorlog in een lazaret en Amerikaanse krijgsgevangenschap. „Mijn toenmalige ik is me weliswaar niet helemaal vreemd, maar het is me ontgleden, afstandelijk als een ver familielid.”

De Amerikanen laten krijgsgevangene Grass een bezoek brengen aan concentratiekamp Dachau. Na afloop geloven de gevangenen nog steeds niet in de genocide. Ze vertellen elkaar dat de gaskamers gloednieuw zijn, aangelegd door de Amerikanen. Pas als Baldur von Schirach, aanvoerder van de Hitlerjugend, tijdens het oorlogsproces in Neurenberg, 1946, zegt dat hij van de moord op de joden wist, wil ook Grass onder ogen zien wat er is gebeurd. „Net zoals van de honger kan van de schuld en de op haar volgende schaamte worden gezegd dat ze knaagt. Honger had ik maar tijdelijk. De schaamte daarentegen…”

De schaamte nam Grass mee naar een ander leven. Het werd de inspiratiebron voor zijn literatuur en zijn politieke engagement. De schaamte over het nazisme, en de schaamte over zijn eigen rol. Op de vraag waarom hij nu pas met de waarheid over de SS voor de dag kwam, geeft hij in het boek maar één antwoord: schaamte.

Günter Grass, Beim Häuten der Zwiebel. Uitg. Steidl, 479 blz., 24 euro\