Griepremmers werken, maar het was pure mazzel

Medicijnfabrikanten blijken veel geluk te hebben gehad dat hun griepremmers als oseltamivir (Tamiflu) en zanamivir (Relenza) ook werken tegen de H5N1-vogelgriep. Het virale enzym neuraminidase, waar deze medicijnen tegen gericht zijn, heeft bij het vogelgriepvirus namelijk een andere structuur dan bij de huidige menselijke griepvirussen. Dat blijkt uit onderzoek van chemici van de universiteit van Sheffield die de kristalstructuur van neuraminidasen uit verschillende influenzavirussen bepaalden (Nature online, 16 augustus).

Griepvirussen gebruiken neuraminidase om gastheercellen na hun vermenigvuldiging weer te kunnen verlaten. Bij het ontwikkelen van remmers speelt dat er op basis van afweerreacties negen varianten van neuraminidase bestaan die naar structuur verdeeld worden in twee groepen: groep 1 (neuraminidasen N1, N4, N5 en N8, waaronder ook het vogelgriepvirus H5N1) en groep 2 (N2, N3, N6, N7 en N9).

Tamiflu en Relenza zijn ontworpen op basis van de kristalstructuren van groep-2-neuraminidasen, terwijl het vogelgriepvirus een groep-1-neuraminidase bezit.

De Britse chemici laten nu zien dat de kristalstructuur van groep-1-neuraminidasen driedimensionaal heel anders is dan die van groep 2. Het vogelgriepvirus heeft een soort extra holte naast de plaats waar de remmers aan neuraminidase binden. Dat kan ertoe leiden dat remmers als Tamiflu en Relenza zich niet zo goed kunnen binden.

De mazzel van de medicijnontwikkelaars is dat de extra holte van structuur verandert zodra een remmer zich bindt. Het neuraminidase neemt daar dan toch de vorm aan van de groep-2-kristalstructuur. Door deze geïnduceerde pasvorm herstelt het contact van de remmers met de actieve bindingsplaats en dat verklaart vermoedelijk waarom die medicijnen toch effectief zijn tegen groep-1-influenzavarianten.

De Nederlandse regering heeft haar grote voorraden Tamiflu – bedoeld tegen een mogelijke grieppandemie als het hoogst agressieve vogelgriepvirus H5N1 een menselijke variant ontwikkelt – dus niet voor niets aangelegd. Bart Meijer van Putten