Graffiti

1357

Een mij bekend hooggeplaatst iemand die lang in het buitenland had gewoond, kwam terug in Amsterdam en bekeek de stad. Altijd weer een avontuur, zo’n tocht na jaren door een omgeving die je als je broekzak gekend hebt. Veel staat nog op zijn plaats, het geheel is min of meer vertrouwd, maar er zijn ook schokkende veranderingen. De geweldige opgravingen ten behoeve van de Noord-Zuidlijn bijvoorbeeld. De onverzettelijk voortgaande ontwikkeling van het oude centrum tot pretpark. Daar had hij over gelezen, hij was erop voorbereid. Maar komend uit een metropool die tot de best gereinigde ter wereld hoort, was hij geschokt – dat is hier niet overdreven – door de ongelofelijke hoeveelheid graffiti op muren, deuren, ruiten van abri’s, alles wat verticaal is.

Zoals de bloggers van deze tijd ontstaan zijn uit de computer met onbeperkte toegang tot internet, zo zijn de graffitisten het gevolg van de verfspuitbus en de viltstift. Ik schat dat die historische wending zich een halve eeuw geleden heeft voltrokken. Vóór die tijd moest je je als opstandige jongere met een krijtje behelpen, of als je politiek activist was, met een emmertje kalk en een witkwast. Veel verder dan ‘wie dit leest is gek’ of een woord van drie letters en ‘KIEST PIETER!’ kwamen ze toen niet.

Met de viltstift en vooral de spuitbus werd plotseling alles anders. Binnen een paar minuten had je een vlak van een paar vierkante meter vol met wat je maar te binnen schoot. Het begon in New York en al gauw werd het een wereldrage. De opstandige jeugd had eindelijk het gereedschap gevonden waarop zij zoveel eeuwen had gewacht. Radicale zelfbevestiging. Geavanceerde denkers wijdden er exegetische beschouwingen aan. Norman Mailer schreef een essay, ‘I saw my name passing by’, rijk geïllustreerd met foto’s van subway-rijtuigen die met graffiti overdekt waren. De jongelui spoten hun naam en hun tag op zo’n rijtuig en gingen dan op een plaats waar de treinen boven de grond kwamen zitten wachten tot ze het bewijs van hun creativiteit zagen verschijnen. Triomf. Ook het interieur werd niet gespaard. Sommige rijtuigen waren in spelonken veranderd.

Dat kon daar niet zo door gaan. Burgemeester Rudy Giuliani voerde zijn zero tolerance in, het spuiten van graffiti werd voortaan als vandalisme beschouwd en nu hoort de New Yorkse subway tot het schoonste openbaar vervoer ter wereld.

Maar hoe ging het verder in Amsterdam? Anders. Ook hier werden de muren verder voorspoedig volgespoten – een graffitist die overal zijn merknaam AGAIN achterliet, wekte door de keuze van dit woord en zijn energie mijn respect – maar op den duur werd het wat te veel van het goede. In de raad werden uitvoerige discussies gevoerd en toen is een ambtenaar op het idee gekomen, voor graffitisten gedoogzones in te voeren. Hij schreef er een brochure over die ik tot mijn verdriet ben kwijtgeraakt. Van de gedoogzone is het niet gekomen; de graffitisten bleven de hele stad als hun vrije jachtterrein beschouwen.

Toen keerde mijn hooggeplaatste makker terug uit de verre metropool, inspecteerde de stad, werd er niet vrolijk van. Wat vind je het ergst? vroeg ik. Dat was een verrassing. Een van de muren van het vroegere Telecommunicatiegebouw, een mooi stuk architectuur uit de Amsterdamse School waarin nu Gall & Gall en Albert Heijn gevestigd zijn. De hoofdingang is aan de Nieuwezijds Voorburgwal en verder wordt het begrensd door de Spuistraat, Raadhuisstraat en Paleisstraat. Heb je die muur gezien? Dat is verschrikkelijk, zei hij.

Het was me niet zo opgevallen, maar ik ben gaan kijken. De voorkant zag er redelijk uit, maar hij had gelijk: aan de kant van de Raadhuisstraat zijn de graffitisten naar hartelust aan het werk geweest. Ik beloofde dat ik er iets aan zou doen. Ik belde Albert Heijn, kreeg een goed Nederlands sprekende meneer van buitenlandse afkomst aan de telefoon, en vroeg wie met het onderhoud van de muren belast is. Dat is een goede vraag, zei hij. Bel KPN Telecom die de verhuurder is. Zo gezegd, zo gedaan. Kreeg een automaat die me vijf mogelijkheden van op een toets drukken gaf. Meteen de goede toets! Kreeg een mevrouw aan de lijn die me doorgaf aan een vriendelijke meneer. Hij tikte alles wat ik zei op in zijn computer, dat kon ik horen. Naam, voorletter, telefoonnummer, klachten en grieven. En nog een hele fijne dag verder, besloot hij.

Het wekt een gevoel van tevredenheid, dit steeds verder doordringen in het machtsapparaat van Albert Heijn en KPN Telecom, met het vermoeden dat je bezig bent iets in beweging te zetten. Straks komt de antigraffitiploeg met zijn hogedrukspuitmachines, maakt die hele muur schoon en pakt in het voorbijgaan de rest erbij, ik loop er toevallig langs en weet in stilte dat ik dit alles in beweging heb gezet. Dan kom ik mijn hooggeplaatste makker weer eens tegen. Opgetogen zegt hij: „Die muur is schoon!” Ik zeg niets, want het gaat niemand aan dat hij dit aan mij te danken heeft.