‘Frankrijk wil gewoon geen zwarte immigranten meer’

In de Parijse voorstad Cachan is deze week het ‘grootste kraakpand’ van Frankrijk ontruimd. Het optreden kan de opmaat zijn naar een botsing over de immigratiepolitiek.

Hamed Soumahoro (28) knijpt met een veelzeggende blik in zijn eigen arm. Gespierd, maar zwart. „Ik kan er niet omheen, daar zit het probleem.” Het komt door zijn huidskleur dat hij en zijn gezin – twee kinderen, van 7 en 1 – geen gewone huurwoning hebben, zegt hij. Dat ze tot gisteren met honderden andere Afrikanen, de meesten illegaal, in een bouwvallig kraakpand op een studentencampus woonden. En dat ze nu op straat staan.

Naast Soumahoro staat zijn oude blauwe auto, volgestouwd met koffers, tassen zakken en flessen water – hun hebben en houwen. Daarnaast ligt zijn waakhond.

Ook die raakte zijn huis kwijt, toen de politie donderdag om negen uur ’s morgens met 850 man ‘Gebouw F’ kwam ontruimen. Het gezin Soumahoro woonde op de derde etage van het kraakpand in Cachan, een burgerlijke voorstad ten zuiden van Parijs met een internationale studentencampus.

Gebouw F viel uit de toon. Het grootste kraakpand van het land, een bouwval uit 1961, met asbest, ratten en ondeugdelijke elektriciteit. Met gevaar voor brand en loodvergiftiging, zeggen de autoriteiten.

Er woonden 650 mensen, volgens hen. In werkelijkheid waren het er meer dan duizend, volgens Soumahoro. Hij bevestigt een andere officiële schatting: dat meer dan de helft van de bewoners illegaal in Frankrijk verblijft.

Soumahoro hoort daar niet bij. Hij heeft inmiddels een Frans paspoort. Na zijn komst uit Ivoorkust, tien jaar geleden, heeft hij een paar jaar in het clandestiene circuit gemodderd. „Ik heb mezelf gered, zoals iedereen dat doet”, zegt hij neutraal. Maar ook mét paspoort behoort hij nog tot de gemeenschap van marginale immigranten. De meeste inwoners van Gebouw F komen uit Ivoorkust, zoals hij, of uit Mali.

De ontruiming komt op het goede moment in de mediastrijd die de mensenrechtenorganisaties voeren met minister van Binnenlandse Zaken – en aanstaand presidentskandidaat – Nicolas Sarkozy. Tot vorige week konden afgewezen asielzoekers en illegalen een verzoek indienen om alsnog een verblijfsvergunning te krijgen. Alleen gezinnen die in Frankrijk geworteld zijn, komen in aanmerking. Ze moeten de taal spreken, er langer dan vijf jaar wonen en kinderen hebben die naar school gaan en geen enkele band hebben met het land van hun ouders.

Zo’n 30.000 illegalen dienden een verzoek in, bijna twee keer zoveel als het ministerie verwachtte. Sarkozy zegt dat alle gevallen apart worden beoordeeld, maar voorspelt ook dat niet meer dan 6.000 illegalen papieren zullen krijgen.

Hij hanteert een quotum, zegt hulporganisatie Réseau Educations Sans Frontières, die het verzet aanvoert. Willekeur zal heersen. Sarkozy zou willen laten zien dat hij ferm optreedt tegen illegalen. Daarom moest nu ook dit kraakpand leeg, twee jaar nadat de rechter ontruiming gelastte.

Cachan kan de symbolische strijdplaats worden van de botsingen die de linkse hulporganisaties de komende weken beloven. Ongeveer honderd Afrikanen, mannen, vrouwen en kinderen, blijken bereid om op straat te blijven kamperen, tussen hun spullen, onder een provisorisch tentdoek. Een vrouw met een kleurige jurk in geel, groen en bruin heft met gekwelde blik één arm op. „Mijn kinderen moeten over twee weken weer naar school”, zegt ze. „Waar moeten ze heen?”

Ze heeft geweigerd mee te rijden met de bussen die de politie had geregeld om de krakers onder te brengen in nabijgelegen hotels. Wie een verblijfsvergunning heeft, wordt uiteindelijk huisvesting beloofd. Maar zij is ‘in procedure’. En ze heef er geen vertrouwen in dat die goed afloopt als ze nu met de politie meegaat.

Het tafereel in Cachan brengt de politieke strijd terug tot een formaat van een toneelproductie. Tegenover de uitgezette Afrikanen met hun spullen staat een haag van CRS-agenten die hun oude flat afschermen. Om hen heen een halve cirkel van witte mensen. Journalisten, met camera’s, radiorecorders en opschrijfboekjes, communistische burgemeesters uit de buurt die schande spreken van de regering, en mensenrechtenactivisten en leden van onderwijsbonden die zich verzetten tegen het uitzetten van illegalen. ‘Recht op huisvesting voor iedereen’, staat er op hun gele stickers.

Hamed Soumahoro geeft geen duidelijk antwoord op de vraag waarom hij niet is ingegaan op het aanbod van vervangende huisvesting. Hij vertrouwt het niet. „Fransen zijn hypocriet. Ze doen aardig en dan pakken ze je toch.”

Hij draait zich om en wijst op zijn rug. ‘Vigimark’, staat er op zijn T-shirt. ‘Unité Cynophile’. Hij werkt als bewaker, verdient 1.476 euro per maand. Echtgenote Ruth, die in 2004 uit Ivoorkust overkwam, is verpleegster. Ze heeft „allang” een aanvraag ingediend voor een woning. „Je krijgt geen nee te horen”, vertelt ze. „Maar je komt ook niet aan de beurt.”

Dat komt omdat ze zwart zijn, is de vaste overtuiging van Hamed Soumahoro. Hij denkt dat de minister met de ontruiming niet alleen een ferme aanpak willen laten zien. Frankrijk wil gewoon geen zwarte immigranten, meent hij. Daarom heeft Sarkozy een nieuwe wet ingevoerd, waarin ‘gekozen immigratie’ voorop staat.

Sarkozy noemt hij steeds ‘Pool’, omdat hij zelf ook zoon is van geïmmigreerde ouders (Hongaren, overigens). „Een Pool is wel goed, maar een zwarte niet. Terwijl Frankrijk óns gekoloniseerd heeft, en niet Polen.”