Eerste ‘pseudogen met functie’ blijkt nu toch echte junk te zijn

Een pseudogen dat drie jaar geleden als eerst in zijn soort een biologische functie kreeg toegewezen blijkt nu toch nergens voor te dienen. Dat schrijven Amerikaanse wetenschappers onderleiding van Robert Nicholls van de universiteit van Pittsburgh (Proceedings of the National Academy of Sciences, 8 augustus). Daarmee is een nieuwe theorieover junk-DNA, namelijk dat pseudogenen de activiteit van bijbehorende genen zouden reguleren, van de baan.

Het menselijk genoom telt circa 23.000 genen die coderen voor eiwitten. Daarnaast zitten er in het DNA ook zo’n 20.000 pseudogenen. Het zijn genen die in de loop van de evolutie door mutaties zijn vervallen en daardoor niet langer als gen actief zijn.

Maar drie jaar geleden publiceerde een Japans team onder leiding van Shinji Hirotsune een studie waaruit bleek dat het pseudogen makorin1-p1 wél actief was. Het pseudogen zou worden vertaald in RNA en dat zou de functie van het nauw verwante eiwitcoderende gen makorin-1 ondersteunde door te verhinderen dat het boodschapper-RNA van dit gen in de cel werd afgebroken (Nature, 1 mei 2003). De onderzoekers ondekten het bij toeval toen zij transgene muizen maakten voor een ander doel. Ze verkregen daarbij muizen met ernstige nier- en botafwijkingen die bijna allemaal doodgingen. Na onderzoek concludeerden ze dat er per ongeluk een stukje DNA in het pseudogen terecht was gekomen. Die verstoring leidde tot de ernstige afwijkingen.

Dat blijkt onzorgvuldig uitgezocht. Het team van Nicholls laat nu zien dat pseudogen makorin1-p1 geen RNA maakt en dat het dus onmogelijk kan bijdragen aan de stabilisatie van makorin-1. Wat de Japanners over het hoofd zagen was dat hun muizen een makorin-1-eiwit maakten dat te kort was, laten de Amerikanen nu zien en ze verklaren ook hoe dat kwam. Pseudogenen zijn dode overblijfselen van genen, meer niet, aldus het team van Nicholls.

Sander Voormolen