Een vlaggenschip vol vrienden

De vier zonder stuurman is het vlaggenschip van de Nederlandse roei-equipe, die morgen in Eton aan de wereldkampioenschappen begint. „De Britten verslaan in eigen land. Een ideaal scenario.”

Op de Bosbaan probeert mannenbondscoach Mark Emke het de roeiers van de vier zonder stuurman nog eens uit te leggen. Dat het uiten van kritiek ook op een normale manier kan. Dat je niet alles er maar uitflapt, omdat je vrienden van elkaar bent. Glimlachend beaamt Emke na afloop van de ochtendtraining dat het intomen van het kwartet zijn voornaamste taak is. De vier zonder stuurman is het vlaggenschip van de Nederlandse roei-equipe, die vanaf morgen deelneemt aan de wereldkampioenschappen in het Engelse Eton.

Woorden van dezelfde strekking als die van de bondscoach komen van het viertal zelf, Gijs Vermeulen (25), Matthijs Vellenga (28), Jan-Willem Gabriëls (27) en Geert Cirkel (27), gezeten aan een tuintafel bij het botenhuis in het Amsterdamse Bos. Vrienden die elkaar de waarheid durven te zeggen. ‘Directheid’ als voorwaarde voor het behalen van het enige doel in dit roeiseizoen: wereldkampioen worden.

„Noem ons sociale killers”, zegt boegroeier Cirkel. „Wij zijn hard voor onszelf en bij ons resulteert dat in hard zijn voor onze omgeving.’’ Vellenga: „Je kunt daarover heel moeilijk doen en elkaars handje vasthouden, maar dit jaar moet ‘het’ gewoon gebeuren. Het enige dat je zelf in de hand hebt, is dat je zo hard mogelijk roeit. Wij weten allemaal welke training nodig is voor de WK.”

Al etend komen de roeiers tot de slotsom dat zij ruim achtduizend kilometer met elkaar in een boot hebben gezeten. „Vier uur per dag, op trainingskamp soms twaalf uur’’, legt Vellenga uit. „Ook onder extreme omstandigheden. Als je moe bent, als je het koud hebt en als het regent. Dan kun je geen rol aannemen en ben je gewoon wie je bent, zeker bij vrienden. Nico Rienks en Ronald Florijn (beiden tweevoudig olympisch kampioen, red.) omschreven de tijd, die ze samen in een tweetje doorbrachten als zwaarder dan een huwelijk. Daar kan ik me wel in vinden.’’

De vriendengroep, die afgelopen week op de Bosbaan trainde na een trainingskamp in Souston, vormt een roeiploeg sinds de Randstad Regatta in 2005. Cirkel en Vellenga deelden eerder een vier zonder stuurman. In 2002 behaalde de nationale boot, met verder Michiel Bartman en Diederik Simon, een vijfde plaats bij de wereldkampioenschappen in het Spaanse Sevilla. Een jaar later, in oktober 2003, besloot Cirkel te stoppen met toproeien, omdat hij niet meer van de sport kon genieten. Het was Vellenga die hem in 2004 overhaalde terug te komen op zijn beslissing.

„Wij liggen elkaar wel”, zegt Vellenga daarover. „Ik heb het er met Geert over gehad dat het leuk zou zijn nog eens met elkaar te roeien. We zijn in een tweetje gestapt, maar binnen no time was de internationale ambitie terug.”

Vermeulen en Gabriëls trainden op dat moment afzonderlijk, na de Olympische Spelen in Athene, waar zij met onder anderen Vellenga een zilveren medaille wonnen in de mannen-acht. Om meer kans te maken bij internationale wedstrijden, formeerde het viertal samen een ploeg. Met succes. Cirkel: „Hoe kleiner het bootnummer, hoe hoger het niveau. Sportief gezien is dit viertje een apart verhaal. Afgezien van de eerste wereldbekerwedstrijd in Eton, zijn we bij elke internationale wedstrijd met een medaille naar huis gegaan.’’

In 2005 won de vier zonder stuurman zilveren medailles bij de wereldbekerwedstrijd in Luzern en de wereldkampioenschappen in het Japanse Gifu. Dit jaar was er brons bij de wereldbekerwedstrijd in München en zilver in Luzern. Tussendoor won de ploeg de traditierijke en prestigieuze Henley Royal Regatta. Des te opvallender is die ene misser in 2005: een vierde plaats op Dorney Lake, het meer waar morgen de wereldkampioenschappen beginnen.

„Een misser kun je het niet noemen”, stelt Gabriëls. „Op basis van de halve finale waren we toen de op een na snelste boot. Door hevige zijwind werd de boei-indeling van de finale veranderd, waardoor wij bij voorbaat kansloos waren voor een medaille. Bij elk bootnummer was de uitslag vertekend.”

Door de ‘verwaaide’ wereldbekerwedstrijd rees internationaal twijfel over de geschiktheid van Dorney Lake, ook de locatie van het olympisch roeitoernooi in 2012, wanneer Londen optreedt als gastheer van de Zomerspelen. De Nederlandse vrouwenbondscoach Josy Verdonkschot verzuchtte na de gewijzigde baanindeling liever niet terug te willen komen in Eton. Gabriëls haalt aan de Bosbaan zijn schouders op. „Je zou je vooraf heel druk kunnen maken, maar dat heeft geen zin. Het kan tenslotte ook in je voordeel werken. Roeien is een buitensport en de omstandigheden zijn altijd anders. Bovendien is het nu augustus en zal de wind minder zijn dan in mei 2005.”

Grootste concurrent in de strijd om de wereldtitel is de Engelse vier, ook regerend wereldkampioen, die nooit werd verslagen door de Nederlandse ploeg. Andy Hodge, Alex Partridge, Peter Reed en Steve Williams worden in eigen land gezien als de ‘nieuwe start van het Britse roeien’, zoals The Observer een dag na de winnende race in Gifu schreef. Het kwartet heeft op weg naar de Olympische Spelen in Peking (2008) te kampen met de erfenis van legendarische oud-roeiers als Matthew Pinsent, James Cracknell en Steve Redgrave.

De Nederlandse vier zonder stuurman wil zich echter niet blindstaren op de Engelsen. „Bij de wereldbekerwedstrijd in München focusten we ons te veel’’, zegt Vellenga. „We waren zo bezig met die Britten onder druk zetten, dat we op de finish ook nog door Duitsland voorbij werden gevaren. Je weet nooit of die ploeg, of bijvoorbeeld de Sloveense vier, zich de afgelopen tijd enorm heeft ontwikkeld. Zelfs van de Engelsen weten we niet hoe sterk ze precies zijn. We hebben stukken voor ze uit geroeid, maar misschien was dat omdat ze even zaten te slapen. Je kent elkaars plafond niet.”

Feit is dat het verschil waarmee de Britten de Nederlandse vier versloegen dit jaar is geslonken, in lijn met de doelstelling van bondscoach Emke voor dit roei-jaar. Bij de wereldbekerwedstrijd in München was het verschil op de finish ongeveer twee meter. Zo dichtbij was de Nederlandse boot nog niet gekomen. En ondanks de visie van Emke dat een race met de Britten niet vanaf het startsignaal geleid kan worden, wist het kwartet een deel van de wereldbekerwedstrijd in Luzern voor de concurrenten uit te roeien. „De gaatjes lijken kleiner, maar dat zegt niet alles”, zei Cirkel. „Een honderd meter wordt op een tiende beslist, maar het is wel vaak dezelfde sprinter die wint. De Britten verslaan in eigen land, op water waar wij nog geen medaille hebben gewonnen. Ik geef toe dat het een ideaal scenario zou zijn.”

‘Trainingsuren als gemeenschappelijk kapitaal’, zo omschrijft Cirkel de kracht van de Nederlandse boot. „Ik kreeg van onze fysioloog een staatje waaruit bleek dat iedereen veel beter is dan bij de Spelen in Athene”, zegt slagroeier Vermeulen. „Echt alle waarden liggen hoger. Die goede vorm is te danken aan trainingsjaren. De acht van Athene was ook een goede boot, anders win je geen zilver. Een olympische medaille telt zwaar, maar die boot is niet te vergelijken met deze ploeg. Het zijn andere roeiers en een ander nummer, waarbij meer komt kijken.”

De laatste trainingen van het kwartet op de Bosbaan stonden vooral in het teken van finesses. Cirkel: „Op een gegeven moment moet je energie gaan sparen voor de wedstrijden in Eton. We hebben er alles aan gedaan en dat geeft ook vertrouwen.’’ Dat bondscoach Emke vanaf zijn fiets langs de Bosbaan hen tijdens de middagtraining vermanend moet spreken, is niet uitgesloten. Cirkel: „In goede vorm mogen we niet berusten. Als een training slecht of kut is, kun je het maar beter zo zeggen. Mark remt ons wel af.”